"Op tv zag ik beelden van uitgemergelde mannen met vreemde vlekken op hun lichaam, maar zo zag Rudy er niet uit"

5 december 2020
Instagram @evihanssen
Evi Hanssen is radio- en tv-presentatrice en onder meer bekend van ‘Het heilig huis van Hanssen’ op Joe, ‘De wereld draait door’ in Nederland en ‘Expeditie Robinson’ op de Vlaamse en Nederlandse televisie. Haar column gaat over de Wereldaidsdag op 1 december, want die dag kreeg dit jaar véél minder aandacht door dat andere virus…

Ik was tien jaar toen mijn moeder de familie Vlag leerde kennen. Zo heette ze niet echt maar ik noemde hen zo, omdat ze in de Vlagstraat woonden, een kleine vieze straat in Borgerhout. Nu zou ik dat niet netjes vinden, om een straat zomaar vies te noemen, maar door de ogen van een tienjarig meisje, dat opgroeide in Halle Zoersel, een klein dorpje zonder verkeerslichten, middenin de bossen, was die straat echt wel vies. Het rook er naar gebrande koffie, en in mijn verbeelding waren de gebouwen en lucht grijs en de trottoirs overgoten met hondenpoep.

Mijn mama was kleuterjuf in Borgerhout, en als we dan toch eens samen door de stad wandelden, keek ik nooit omhoog, maar altijd naar beneden, naar de stoeptegels onder mijn voeten, bang om in de shit te trappen. De familie Vlag bestond uit een joviale, liefdevolle, gezette moeder, haar twee leuke tienerdochters en Rudy. Rudy was de vriend des huizes, hij was 32, kapper, homo en seropositief. Het waren de jaren 80 en als homo zijn maatschappelijk al een béétje aanvaard werd, dan werd dat in die tijd teniet gedaan door de opkomst van dat vreselijke virus: aids. Het was dé nieuwe ziekte, waaraan je dood ging.

Aids was dé nieuwe ziekte, waaraan je dood ging

Ik herinner me dat ik als klein meisje enorm onder de indruk was van de harde voorlichtingscampagne die toen werd gevoerd. Op TV en in weekbladen zag ik beelden van vooral uitgemergelde mannen met vreemde vlekken op hun lichaam, die met een lege blik in hun ogen eenzaam hun laatste uren telden. Zo zag Rudy er niet uit. De familie Vlag woonde in een klein appartement en tijdens de zomermaanden kwamen ze logeren, bij ons thuis, in Halle Zoersel. Wij hadden een huis met een tuin en een opblaasbaar zwembad. Voor de familie Vlag was het de ideale vakantie, weg uit dat vuile Borgerhout en twee weken op den buiten.

Het sierde mijn moeder dat ze de familie Vlag liet vakantie vieren in ons huis, en Rudy en zijn vriend kwamen vanzelfsprekend ook mee. Een man met hiv zou dus in ons huis wonen, in onze keuken eten, onze badkamer gebruiken, in ons bed slapen. Mijn moeder besprak deze kwestie samen met ons, haar kinderen, zonder gêne. Ik had drie puberende broers, die al condooms kregen van mijn moeder, nog voor ze een lief hadden. Dat je dus hiv kon krijgen door onveilige seks wisten we, maar wat als er bloed van Rudy op een laken zou zitten, zou dàt dan besmettelijk zijn? Mijn lieve mama heeft zich toen grondig geïnformeerd, internet bestond nog niet, dus het nam wat meer tijd in beslag dan snel even hiv te tokkelen op je smartphone.

Een man met hiv zou dus in ons huis wonen, in onze keuken eten, onze badkamer gebruiken, in ons bed slapen

Ik leerde als kind dat opgedroogd besmet bloed er even moeilijk uit te wassen is, als niet besmet bloed, maar dat hiv niet overleeft op een bloedspat. En dat je van zoenen, speeksel, zweet en snot – allemaal dingen waar ik als tienjarige sowieso van gruwelde- je niet, nooit, never, ever besmet kon geraken met hiv. Ik wist dat, maar de rest van de wereld niet, zo leek het.

Op het schoolplein werden mopjes verteld over aids, er werd gefluisterd dat sommige kinderen op school hiv hadden, wat niet zo was, maar dat was dan de zogenaamde reden om in een grote boog rondom hen te lopen, ze vies na te staren en compleet te negeren, voor de rest van het schooljaar.

Positief tegenover seropositief. Als een kind van tien het kan, dan kan u het ook !

Het was een zwoele zomeravond, de familie Vlag was bij ons thuis komen eten, en er werd nog flink na gedronken en gelachen. Het was een supergezellige avond, maar zoals meisjes van tien horen te doen, moest ik op een gegeven moment naar bed. Ik nam afscheid van het bonte gezelschap en ik zwaaide vanop een afstandje naar Rudy. Mijn moeder zag dat, zette haar glas wijn neer, kwam naar me toe en fluisterde in mijn oor “En Rudy, krijgt hij geen knuffel?”. Ik aarzelde anderhalve seconde, exact de tijd die ik nodig had om alle onzin die ik over hiv had gehoord te vergeten, en liep met uitgestrekte armen op Rudy af, die me gehurkt opving voor een dikke knuffel en kus. 

Positief tegenover seropositief. Als een kind van tien het kan, dan kan u het ook !
 

Beluister de volledige column:

Lees meer: