Oscar van den Boogaard leerde de liefde van zijn leven kennen op de trein

6 februari 2020
Niet alleen rond de trein hangt romantiek, vaak hangt die er ook in. Het overkwam ook schrijver Oscar van den Bogaard. Hij is al twintig jaar samen met zijn man, acteur Steven Van Watermeulen. En het begon allemaal, jawel, op de trein, die tussen Brussel en Amsterdam.

"Het was zondag 17 oktober 1999. Ik stapte in Brussel Centraal in de trein naar Amsterdam. Ik ging in een eerste klasse stiltecoupé zitten omdat ik ongestoord wilde schrijven. Ik voelde me zeer goed, ik was geïnspireerd, ik was blij. Ik zat in de trein met mijn rug in de rijrichting, dus achterstevoren – dat doe ik liever dan met de richting mee omdat ik anders het gevoel heb dat alles te hard op mij afkomt. En in Antwerpen kwam er een man in de coupé staan die vroeg ‘is dit de trein naar Amsterdam?', wat ik een gekke vraag vond, want dat staat op de borden. Dus ik zei: ‘dat staat op de borden’ en ik wees op het bordje ‘stiltecoupé. Hij ging tegenover mij zitten, wat ik raar vond want de trein was behoorlijk leeg. Maar toen hij in de coupé stapte had ik wel al meteen een melancholisch gevoel, alsof de ontmoeting al heel lang geleden had plaatsgevonden. Het was meer de herkenning van wat mooi was, dan dat het iets totaal nieuw was. Het was zo’n ontmoeting waarvan je denkt: dit is dé ontmoeting van mijn leven. Waw!
Je kunt soms iets herkennen zonder dat je het van tevoren kan bedenken en je kunt soms iets herkennen zonder dat je het op het moment zelf kan bedenken. Het is iets waar je voor moet buigen omdat het zo is. Alsof het de bedoeling is."

"Hij sloeg een boek open van Adriaan Van Dis, wat ik al meteen een slecht idee vond. En ik denk dat ik vrij afkeurend keek naar de cover van het boek. En waarschijnlijk heb ik toen iets gezegd als : 'waarom lees je dat?' En er ontstond een gesprek terwijl de trein zich richting Amsterdam in beweging zette. En ik vroeg wat hij deed, en hij zei dat hij een acteur was. Ik zei: ‘acteurs zijn mensen zonder tekst, nu heb je eindelijk tekst in je leven.’ Die zin kwam er in één keer uit."

"Al heel snel lagen mijn vingertoppen op zijn knie. En wat zeer eigenaardig was, we droegen allebei dezelfde broek. Een zeer bijzondere broek, een flanellen broek van Raf Simons met een streep aan de zijkant, hij droeg de grijze versie, ik de blauwe. Verder hadden we sowieso het gevoel dat we elkaar aan het spiegelen waren, want ook uiterlijk leken we op elkaar. Ik vond hem heel erg leuk."

Ik zie andere mensen op het openbaar vervoer als een kans om in gesprek te gaan. Ik word heel depressief van een wereld waarin iedereen zich verstopt onder een koptelefoon en alleen met zichzelf bezig is.

"We reisden samen tot Amsterdam. Ik was eigenlijk pas van plan om de dag erop naar Brussel terug te keren en hij wou ’s avonds al terug naar Antwerpen, waar hij woonde. En toen heb ik besloten met hem mee terug te reizen. En op de terugweg hebben we gekust tot Dordrecht. Toen waren we echt moe en zakten onderuit in onze eigen zetel. Het gevoel: teveel van het goede en vermoeid raken van mekaar. ’s Nachts belde hij me uit mijn bed, het was nog de tijd van de vaste telefoon. Wat heel lastig was, want ik was nog samen met iemand anders. Maar het was wel het begin van onze liefde."

"Ik zie andere mensen op het openbaar vervoer als een kans om in gesprek te gaan.  Ik word heel depressief van een wereld waarin iedereen zich verstopt onder een koptelefoon en alleen met zichzelf bezig is, terwijl je wel samen in één ruimte bent. Ik vind dat absurd, een ontkenning van de feitelijke situatie dat je in dat ene leven dat je hebt en in die ene kosmos waarin we wonen, dat je daar in dezelfde ruimte op hetzelfde moment naast elkaar zit. Dat is toch magisch! De trein heeft hoe dan ook iets romantisch: om even je handen vrij te hebben, niet zelf achter het stuur te zitten, het landschap te zien voorbijglijden."

Lees ook:
 

Radio 1 Select