“Ouders, let op uw dochters!”

2 februari 2019
Heb je je ooit al eens afgevraagd waarom sommige Britten een Vlaamse, en andere Vlamingen een Britse achternaam hebben? Dirk Musschoot schreef er een boek over. Of beter, hij schreef een boek over de oorlogsliefde tussen de Britse soldaten en Vlaamse meisjes.

“In 1998 ben ik voor de zoveelste keer op vakantie in Engeland en sta ik in een souvenirwinkel in bakken te rommelen”, vertelt Musschoot in Interne Keuken. “De uitbater van de winkel komt bij mij, vraagt wat ik zoek en hoort mijn accent. Als ik zeg dat ik uit België kom, roept hij enthousiast zijn mama, Godelieve de Rijke uit Deinze”.

Godelieve was, net zoals veel andere vrouwen, verliefd geworden op een Britse militair tijdens de bevrijding van België. Musschoot interviewde haar voor de krant en later besloot hij een boek te vullen met verhalen van Brits-Belgische oorlogskoppels. “Men denkt vaak, liefdesverhalen, ze ontmoeten elkaar, ze trouwen en that’s it. Maar er is veel meer dan dat”.

Men denkt vaak, liefdesverhalen, ze ontmoeten elkaar, ze trouwen en that’s it. Maar er is veel meer dan dat

Hier in Vlaanderen en bezet Europa waren jonge mannen schaars. Ze zaten in een concentratiekamp, moesten meevechten of waren overleden. Vlaamse meisjes bleven achter, met mannen die ofwel te jong, ofwel te oud waren. Ze waren ook de hele de bezetting lang in toom gehouden. Niets mocht, niets kon. Ze mochten al een vriendje hebben, maar hadden dat vriendje niet door de omstandigheden. Tot plots de bevrijding er was. Het was kermis, het was feest. Jonge mannen liepen voorbij in een prachtig uniform en deelden kauwgom en nylonkousen uit.

De soldaten waren via Frankrijk opgerukt, kwamen in België aan, kregen de opdracht er een dorp of stad te bevrijden en moesten dan weer verder. Een paar van hen bleven achter in een legerunit. En daar vloeiden heel wat relaties uit.

Sigaretten voor papa, nylonkousen voor mama

De ouders van die jonge vrouwen waren meestal van weinig op de hoogte. Ze zaten mee in de euforie van de bevrijding en hadden vaak niet in de gaten wat er aan het gebeuren was met hun dochters.”Zo’n dochter heeft iets serieus met een Britse militair, maar die dochter krijgt van hem sigaretten voor papa en nylonkousen voor de mama. Daarmee komt ze thuis, de ouders zijn content, en hebben ondertussen niet in de gaten wat er met hun dochter aan het gebeuren is”, aldus Musschoot.

Maar niet iedereen was even blind. Het hoeft niet lang te duren of er verschijnen krantencommentaren zoals “Ouders, let op uw dochters!”, “Jonge mannen, kijk maar goed uit!”. Ook de katholieke kerk mengt zich erin. Ze hebben het over de zedeloosheid van de Vlaamse jonge meisjes.

Ook over het gedrag van de militairen gaat men mekkeren. Het komt zelfs zo ver dat de Belgische regering een brief stuurt naar de Britse met het verzoek om hun militairen in het gareel houden, want ze vielen de Vlaamse dochters lastig.

“Hoe je te gedragen in Frankrijk”

En daar waren de Britse militairen eigenlijk al mee bezig. Voor D-day kreeg elke soldaat bij de uitrusting een boekje, “Hoe je te gedragen in Frankrijk”. Daar staan grappige dingen in zoals “Pas op, als je met een vrouw praat, want ze zal je misschien proberen te verleiden. En wie weet is ze een spion”. De Britten wouden relaties op alle vlakken vermijden. Een meisje dat zwanger geraakte, vertraagde de troepen. Want het hoofd van die militair zal dan wel met andere zaken bezig zijn dan oorlog voeren. Er heerste ook een angst voor geslachtsziekten. Het oplopen van syfilis stond zelfs gelijk aan sabotage plegen. Als je veel weken ziek was omdat je syfilis had werd je ook later naar huis gestuurd. De weken werden gewoonweg bijgeteld bij je dienst. Een pakje condooms behoorde dus tot de standaarduitrusting van een militair.

De Engelse overheid organiseerden entertainment in de oorlogsgebieden. Ze zorgden ervoor dat militairen ’s avonds naar toneel of naar een muziekoptreden konden gaan.

Overal in danszalen in de stad werden party’s georganiseerd. De Britten huurden daarvoor volledige hotels af. De soldaten waren er meestal twee nachten en op één van die avonden organiseerde men een dansfeest. Waarom altijd op de tweede avond? Als je dat dansfeest pas dan organiseert, en daarop ontstaat iets tussen een militair en een meisje, dan zit de militair ’s anderdaags direct op het transport op naar het front. Er was geen kans om verder te groeien wat die avond daar ontwikkeld was.

Men had natuurlijk meisjes nodig. En die werden afgesnoept bij Vlaamse gerespecteerde organisaties. De Kajotsters bijvoorbeeld. Daar viste men meisjes van goeden huize. Meisjes die onbesproken waren en Engels spraken. Vlaamse jongens konden op hun kin kloppen en zagen de meisjes vertrekken. Dat heeft vaak tot heftige conflicten geleid. Vlaamse jongens blokkeerden de toegang tot zo’n zaal, er werden anti-party’s georganiseerd en ook in de kranten werd er schande over gesproken. “Die Britse militairen gaan lopen met het beste dat wij hier hebben. En die arme Vlaamse jongens die ook zo hebben afgezien tijdens de oorlog krijgen de kans niet”.

Lees ook:

Lijst van artikels

Radio 1 Select