Over het legendarische woord ‘legendarisch’

16 oktober 2020
'De Wereld Van Sofie' ging op zoek naar jeukwoorden. We kregen duizenden reacties van luisteraars. Maar we vroegen ook aan drie taalliefhebbers wat hun 'gruwelwoord' is.

Ik heb geen hekel aan het woord ‘legendarisch’, maar ik walg van het gemak waarmee dat woord in het rond wordt geslingerd.

Iedereen is tegenwoordig legendarisch: een verbeten schlagerzanger die lang genoeg meedraait in het braadworstencircuit, een melige paus met een verleden als schimmige buitenwipper, een bloedmooie vloekende Zeeuwse chef, een cynische Mexicaanse hondenfluisteraar die miljardair is geworden dankzij de neurotische dwergpoedels van zonverbrande dragonders en blinkende makelaars in Florida, een gerehabiliteerde pornokoning afkomstig uit het allesbehalve exotische Leopoldsburg, een norse oorlogsverslaggever met onafscheidelijke kokette foulard om de ongenaakbare hals, een kleurloze haikudichter die zich voordoet als een gehaaide politicus, een perfect griezelige ex-schoonheidskoningin op rode zolen die de rassenhaat predikt , een formidabele voormalige gewichtheffer uit Passendale die niemand minder dan zijn baardagame op originele wijze ten huwelijk vraagt. Stuk voor stuk zogenaamd legendarische figuren.

Men moet zuiniger zijn met het woord ‘legendarisch’.

Niet elke wilde orgelbouwer, weerspannige ezeldrijver, obscene origamikunstenaar, roekeloze degenslikker, anarchistische vuurspuwer, koortsige fagottist, tegendraadse viroloog, schizofrene slangenbezweerder, bulderende bontmagnaat, baldadige kreeftenkok, of wellustige korfbalspeler verdient het etiket legendarisch.

Er bestaan enkele levende legendes, maar ze zijn schaars.

Ik denk aan: Ozzy Osbourne, Alice Cooper, Russ Tamblyn, Adam Zagajewski, en Thomas Pynchon.

Een legende is iemand over wie men nog steeds bijzondere verhalen vertelt, vele jaren na zijn of haar dood.

Legendarische figuren kunnen volkse eigenzinnige scabreuze eenzaten zijn die in de marge hebben geleefd, die er onorthodoxe gedachten op nahielden, en die vaak kozen voor een hedonistische, libertijnse, perverse en/of misdadige manier van leven.

Zo zal ieder dorp wel een legende hebben: een flamboyante paardengokker, een buitenissige taxidermist, een vereenzaamde gravin, een excentrieke fazantenjager, of een winderige touwslager.

Verguisd tijdens hun leven, verheerlijkt na hun dood.

Legendes moeten niet aaibaar zijn. Legendes moeten tot de verbeelding spreken.

Maar niet uitsluitend personen worden te vaak legendarisch genoemd; ook concerten, platen, films, en zelfs televisieprogramma’s ontsnappen er niet aan.

Hierover kan ik kort zijn: alle concerten en platen van AC/DC zijn legendarisch en alle films van David Lynch en Roman Polanski komen aardig in de buurt, maar werkelijk geen enkele aflevering van De Slimste Mens Ter Wereld kan ooit met hetzelfde woord bekroond worden. Dat zou belachelijk zijn.

Sorry Erik Van Looy!

Lees meer:

Radio 1 Select