Over wolven en mensen

16 december 2016
Dik van der Meulen wou oog in oog staan met een wolf. Dat is hem gelukt. Een wilde wolf zelfs, geen dierentuinexemplaar. De blik die uit de schuine, gele wolvenogen spreekt is intrigerend, verontrustend, dreigend. Dat zegt minder over de wolf zelf dan over wie de wolf in de ogen kijkt, beseft Van der Meulen. Maar niemand blijft bij de blik van de wolf onbewogen.

De laatste twee wolven in België werden doodgeschoten door koning Leopold I in 1864, met zijn 'geliefkoosd oud Engels geweer'. Het koninklijk geschoten wolvenpaar werd opgezet en wordt bewaard in het Koninklijk Instituut voor Natuurwetenschap. Dat is het officiële einde van de wolf in ons land.

Maar ook na 1864 bleven mensen wolven zien. Niet alleen in de Ardense bossen, er waren ook waarnemingen in Henegouwen, in Brabant en in de kempen. En het rumoer over de Waaslandwolf herinnert u zich vast nog wel. Telkens was de vraag: zijn die getuigenissen betrouwbaar? Of hebben die mensen hun wensen voor waarheid genomen?

Het was wachten op Chris Dusauchoit. In 2011 maakte hij voor het programma Dieren in Nesten nachtopnames van een wolf in Gedinne in de provincie Namen. De wolf is terug.

We zijn bang én gefascineerd door de wolf. Over die dubbele gevoelens heeft Dik van der Meulen De Kinderen van de Nacht geschreven, een geweldig boek over wolven en mensen en de gecompliceerde relatie tussen die twee.