"Pano" undercover in woonzorgcentra: minimale zorg, maximale winst

12 oktober 2017
minimale zorg, maximale winst
De leefomstandigheden in commerciële woonzorgcentra laten te wensen over. De zorg is er duur, maar bewoners worden er niet goed verzorgd en slecht gevoed. Dat ondervonden "Pano"-reporter Lina Nasser en een collega, toen ze 10 weken lang undercover gingen werken in 7 verschillende commerciële rusthuizen.

Ouderen betalen tussen de 80 en de 250 euro per dag in deze woon- en zorgcentra, in de hoop om extra goed verzorgd te worden. Dat leidt tot maandelijkse facturen tussen de 2.000 en 7.500 euro, zonder bijkomende medische kosten. De reclamespotjes van deze woonzorgcentra zijn veelbelovend: champagne, copieuze maaltijden en een helpende hand, wanneer dan ook. Maar het tegendeel is waar.

Het is opvallend dat bedrijven zoals biergigant AB Inbev en baggeraar Jan De Nul grote aandeelhouders zijn van deze commerciële woonzorggroepen. Met ouderenzorg valt duidelijk geld te verdienen. Maar is goede zorgverlening en winst maken wel combineerbaar?

Minimumnorm

Het is geen nieuw gegeven: elk personeelslid in de woonzorgsector loopt de benen van onder het lijf. Het tekort is een verhaal dat het personeel al jaren aanklaagt. Veel kunnen ze er zelf niet aan doen en de directie van commerciële woonzorgcentra vindt vaak niet dat ze iets moeten veranderen. Want wettelijk gezien respecteren ze de personeelsnorm van de overheid. Wat is dan eigenlijk het probleem?

Hoeveel personeel er op een afdeling moet zijn, is een complex gegeven: het aantal wordt bepaald op basis van de zorgtegraad van de bewoners. Hoe zwaarder de zorg voor iemand, hoe meer geld het Riziv vrijmaakt om die zorg te kunnen betalen. Zijn er op een afdeling veel bewoners die fysiek afhankelijk zijn (dat wil zeggen: ze zitten in een rolstoel en kunnen zichzelf niet langer wassen, zich aankleden of behelpen bij het eten) dan kan er meer personeel worden ingezet.

In realiteit is het vaak zo dat er 2 tot 4 personeelsleden op een afdeling van 50 bewoners aanwezig zijn. En dat is conform de personeelsnorm van de overheid. Een absolute minimumnorm dus. 's Nachts moeten er wettelijk gezien 2 personeelsleden per 50 bewoners aanwezig zijn. In realiteit is het zo dat er vaak niet meer dan 2 personeelsleden voor een héél woonzorgcentrum aanwezig zijn.

Het is amper realistisch om goede zorg te verlenen met het personeel gebaseerd op de minimumnorm. En dus gaan de niet-commerciële woonzorgcentra vaak op zoek naar middelen om extra personeel in te zetten. Gemiddeld nemen ze 14 procent meer personeel aan dan ze volgens de overheidsnormen moeten voorzien. Dan is het haalbaar om tijd te nemen voor de zorg van de bewoners.

Maar de commerciële woonzorgcentra willen geen extra middelen vrijmaken om meer personeel aan te nemen. Want dat betekent dat deze bedrijven minder winst overhouden. Ze houden dus halsstarrig vast aan de personeelsnorm van de overheid: wettelijk doen ze hier niets fout mee.

Maar bij oudere mensen wordt hun behoefte aan zorg steeds groter naarmate ze ook ouder worden. Hoe langer iemand in een woonzorgcentrum zit, hoe méér personeel er eigenlijk nodig is om hem van goede zorgen te voorzien. Maar met die evolutie houdt de personeelsnorm van de overheid geen rekening.

3 maaltijden voor 3,5 euro

Als er één ding is waar bewoners naar uitkijken wanneer ze verhuizen naar een woonzorgcentrum, is dat ze niet zelf moeten koken. Ze worden warm gemaakt met beloftes van heerlijke maaltijden, bereid door sterrenchefs en keuzemenu's die ze naar believen kunnen invullen. Op papier ziet het er allemaal heerlijk uit.

De realiteit is dat er elke dag opnieuw 70 à 130 ouderen tegelijkertijd een warme maaltijd moeten krijgen, met een beperkt budget. De interne boekhouding van de commerciële woonzorgcentra voorziet ongeveer 3,5 euro per bewoner, per dag, voor drie maaltijden.

Probeert u zelf maar eens drie evenwichtige maaltijden klaar te maken met zo'n budget. De chefs die dat moeten klaarkrijgen, grijpen dan naar de trucs van de grootkeuken. Veel diepvriesproducten, weinig verse groenten of fruit, goedkoop vlees en vis (gehakt, spek en koolvis) en veel prefab-desserten zoals pudding, flan, yoghurt met fruit uit een potje.

De maaltijden zijn vergelijkbaar met die uit een ziekenhuis. Maar in een ziekenhuis lig je vaak maar voor een kortere periode. Onderzoek wijst uit dat als je wekenlang de maaltijden van een woonzorgcentra eet, je uiteindelijk ondervoed raakt: dat is geconstateerd bij 8 op de 10 bewoners die in een commercieel woonzorgcentrum wonen. Ze verliezen op korte tijd veel kilo's. Vitaminetekorten stapelen zich op, risico op valgedrag en infecties verhogen. Risico's die allemaal beter vermeden worden op hoge leeftijd.

Veel commerciële woonzorgcentra lossen dit niet op door het menu aan te passen en gevarieerde voeding aan te bieden. Daar willen ze niet meer budget voor vrijmaken. Integendeel: ze bieden bijvoeding aan. U kent ze wel: die flesjes van Nutricia met voedingssupplementen. En dat kost hen geen cént. Want de bewoner die vitaminetekorten heeft, ziet de flesjes bijvoeding namelijk op zijn factuur verschijnen.

Meer op vrtnws.be