"Pas als we sterven, weten we hoe de dingen in elkaar zitten"

26 november 2017
Schrijver en winnaar van de ECI Literatuurprijs Koen Peeters bereidt zich, als antropoloog, steeds goed voor op zijn reizen naar Afrika, het continent waar hij al zo veel inspiratie gehaald heeft.

“Ik werk altijd zo. Ik ga eerst heel veel lezen, alles wat ik kan vinden, zodat ik goed weet wat er ter plekke is”, getuigt Peeters in Touché. “En dan doe ik de reis zelf.”

“Ik wil heel goed geïnformeerd zijn. Zodanig dat, als ik spreek met iemand, dat ik weet wat hij gaat zeggen. Zo kan ik er vooral op letten hoe hij dat zegt, wat hij anders zegt, of wat hij niet zegt.”

Ontregeld

Voor De mensengenezer, het boek waarmee hij de ECI Literatuurprijs én Lezersprijs in de wacht sleepte, voerde Peeters vier jaar onderzoek.

"Ik zat eerst tussen de West-Vlaamse boeren en de jezuïten. Daarna ben ik naar Congo geweest, waar ik de reis heb gemaakt van Kinshasa tot Popokabaka. Ik vond het fijn daar. Het is natuurlijk ook spannend.”

“Voor een eerder boek was ik al eens naar Rwanda geweest, drie keer in totaal. Maar Rwanda is een redelijk geregeld land. Het is een dictatuur, dat maakt alles makkelijk voor de reiziger – niet zo makkelijk voor de bewoners.”

Je bent daar dan als enige Belg, als enige blanke, in universum dat je helemaal niet kent

“Congo, daarentegen, is een ontregeld land. Je moet er bang zijn voor leger en politie. Je moet alles zelf regelen. Dus dat is wel spannend. Je bent daar dan als enige Belg, en zelfs als enige blanke, in een universum dat je helemaal niet kent.”

Allemaal hetzelfde

“Maar des te meer ik lees over antropologie, des te meer ik ervaar, besef ik hoe compleet hetzelfde wij allemaal zijn.”

Zo weet Peeters dat Congolezen er niet wakker van ligt dat hun land onbestuurbaar is. “Ten gronde liggen mensen niet wakker van een land. Zij liggen wakker van hun kinderen naar school sturen, van werk vinden, een gezin te stichten. Maar dat is overal zo.”

Wankelende reuzen

"Bovendien hebben we allemaal dezelfde gebreken. Seksualiteit, woede, jaloezie, angsten, het noodlot … dat zijn allemaal dingen die ons als mensen typeren.”

“In andere culturen doen ze daar andere dingen mee, maar wij zijn allemaal mensen met onze defecten. In mijn boek noem ik het: wankelende reuzen.”

“We zijn gebrekkige dieren. Van onszelf weten we niet goed wat we moeten doen. Als een veulen geboren wordt, dan staat dat na een kwartier al recht. Wij mensen, wij weten niks, wij moeten heel lang verzorgd worden. Het duurt tot we echt kunnen sterven dat we ongeveer kunnen weten hoe het in elkaar zit.”

Het fijne aan de antropologie is dat je ziet dat ze dat elders op een andere manier oplossen

“Cultuur gaat daar telkens anders mee om. Het fijne, het interessante, het leerrijke aan de antropologie is dat je ziet dat ze dat daar op een andere manier oplossen. Misschien kan dat ons zelfs inspireren.”