"Patéram doika fséa épki"

3 maart 2017
Het is een eenvoudig zinnetje. Het betekent: "Mijn vader had twaalf kinderen". Het is het mooiste zinnetje dat Mark Janse ooit heeft gehoord.

Mark Janse is een taalkundige. Tijdens de werkuren doceert hij Oud Grieks aan de Universiteit Gent. Hij spreekt naast Nederlands en Grieks ook Engels, Frans, Duits, Italiaans, Spaans en Pools. En verder ook nog Latijn, Hebreews, Armeens, Aramees, en Turks. En Tetela, een bantoetaal.

Maar daar gaat het ons even niet om. Wat ons écht interesseert is de hobby van Mark Janse. In zijn vrije tijd bestudeert hij een obscure dode taal: het Cappadocisch, officiëel uitgestorven sinds 1970.

Op een mooie dag, de mooiste dag uit zijn leven, stuurt een Griekse collega Mark Janse een recente opname toe die hij heeft gemaakt in een Grieks dorpje, met de vraag of Mark even wil luisteren. In die opname is dit zinnetje te horen: "Patéram doika fséa épki". Mijn vader had twaalf kinderen. In het Cappadocisch.

De redactie van Interne Keuken kent niet veel van dode talen en u wellicht ook niet. Maar een ding weten wij zeker en u vast ook: een dode taal die nog wordt gesproken, is niet dood maar levend. Het taalkundige hart van Mark Janse sloeg een paar slagen over want die Griekse collega had de laatst overlevende spreker van het Cappadocisch gevonden. 

De volgende dag zat Mark Janse op het vliegtuig naar Griekenland. Wat hij daar aantrof, vertelt hij morgen in Interne Keuken.

 

Radio 1 Select