"Pépé kon het niet geloven, dat je via je smartphone kon praten met een ruimtesatelliet"

12 augustus 2016
Wat gebeurt er als je twee broers in de studio zet - de één is Kobe Ilsen, een presentator, en de ander is Stijn Ilsen, een ruimtevaartingenieur? Dan praten ze over familiefeesten en over -wijlen- hun 'pépé', die niet kon geloven dat je via je smartphone met een satelliet kan 'praten'. Wel, dat geloven wij dus ook niet! Nochtans beweert Stijn Ilsen dat dat wel kan. Hij is de expert, hij zal het wel weten, denken we dan. En, zijn uitleg klinkt zelfs plausibel.

Ruimte-afval

Stijn Ilsen: "Ik kan op mijn smartphone kijken naar een satelliet in de ruimte. Ik kan ze niet besturen, dat zou om veiligheidsredenen ook heel raar zijn mocht één persoon dat kunnen, maar ik zie wel welke informatie die satelliet doorstuurt. Als een satelliet een manoeuvre moet maken, bijvoorbeeld om ruimteafval te ontwijken, dan is dat vrij eenvoudig: via een klein raketje, je steekt dat eventjes aan - zo'n 5 à 10 seconden-, de satelliet verandert van baan, het afval vliegt voorbij en nadien steek je dat raketje terug aan en zet je de satelliet weer in zijn baan."

"Máár: je moet wel extra brandstof meenemen om dat manoeuvre te maken. Extra brandstof betekent minder plaats voor ander wetenschappelijk gerief op de satelliet, zoals bijvoorbeeld een camera. Belangrijker nog, als je een manoeuvre maakt dan verlies je tijd. Tijd die je anders in wetenschappelijk onderzoek zou steken."

"Botsingen in de ruimte zijn zeer reëel en satellieten moeten regelmatig een uitwijkmanoeuvre maken voor afval. Dat afval kan niet opzij gaan, maar die satelliet wel. Een uitwijkmanoeuvre gebeurt ongeveer twee keer per jaar en wordt gestuurd vanop aarde, via grote radars die voortdurend de ruimte afspeuren op zoek naar deeltjes groter dan +/- 10 cm. Als de kans 1/50.000ste is, dan wordt er uitgeweken. Is dat lager, dan niet", vertelt de ruimtevaartingenieur.

Satelliet Proba V in baan om de aarde (Foto © Belga)

Waarom valt een satelliet niet?

Stijn Ilsen: “Een satelliet valt continu. Om dat uit te leggen heb je ingewikkelde wiskundige formules nodig, maar simpel uitgelegd komt het hierop neer:

Stel, je staat met 3 personen op het het strand: Eén klein en minder sterk persoon, de tweede is wat groter en sterker en de derde is onze nationale discustrots Filip Milanov. Ze kijken naar de zee en zien boten voorbij varen die verdwijnen over de horizon, dwz dat de aarde dus rond is. Ze doen een wedstrijd: zo ver mogelijk een steen in zee gooien.

De eerste persoon gooit de steen, de steen maakt een paraboolbaan en valt in zee. De tweede persoon gooit ook een steen en gooit die verder in het water, dichterbij de horizon. Dan komt de sterke Filip Milanov, hij pakt die steen en gooit die steen óver de horizon.

Wat gebeurt er nu? Die steen valt áchter de horizon en blijft voortdurend achter die horizon vallen. Hij valt nu in een baan rond de aarde. Dat principe volgt een satelliet dus ook.

Een satelliet heeft een snelheid nodig die hem in een baan rond de aarde kan brengen. Dat is zo’n 28.000 km/h. Heeft een satelliet minder snelheid, dan valt die terug op aarde. Heeft die een hogere snelheid, dan komt die in een hogere baan terecht. Verhoog je die snelheid zo hard, dan gaat de satelliet weg van de aarde. Naar Mars heb je zo'n 40.000km/h nodig. Dan is de kunstmaan geen satelliet meer van de aarde, maar wel van de zon.

Beluister het volledige interview met ruimtevaartingenieur Stijn Ilsen:

Herbeluister items