Pissebedden for Life

6 juni 2020
Stel, u wandelt in uw tuin, heft ergens een steen op en ziet een pissebed. Dan kan u beginnen gillen en dat beest platstampen. Bweikes, een pissebed! Dat kan. Maar u zou zich ook kunnen afvragen. Tiens, welke pissebed zou dat zijn?

Laat ons eens kijken. Is de bovenkant bedekt met kleine haartjes. Ja? Dan is het de Strandoproller. Makkelijk. Geen haartjes? Dat moet u zich afvragen hoe het scuttelum op het voorhoofd er in vooraanzicht uitziet. Als een uitstulping die niet boven de kop uitsteekt? En is de achterhoek van het eerste lichaamssegment niet afgesneden? Ok. Heeft hij geen opvallende vlekken en een epimeer van het 7de segment zonder donkere vlek? Aha! Dan is het een gewone oprolpissebed (Armadillidium vulgare).

Hoe wij dat allemaal weten? Wij hebben deze week een boek gelezen. Dat begint als volgt:

Geachte lezer,

U heeft een mooi boek in uw handen over de landpissebedden van België. Er zal een wereld voor u opengaan!

Dat was niet gelogen. Het is een meesterwerk van de pissebeddenwerkgroep Spinicornis. Die hebben in hun vrije tijd alle pissebedden van België in kaart gebracht. Strandoproller, Neusoproller, Grote gaper, Prachtoproller, Juweeltje… ze staan er allemaal in. En zaterdag zitten ze allemaal aan onze keukentafel. In het gezelschap van Gert Arijs.

Dan mogen we ook niet vergeten te vragen naar de legendarische actie ‘Pissebedden for Life’. En of pissebedden in hun bed pissen. 

Beluister hier het gesprek over pissebedden: