Propagandapoëzie

25 oktober 2018
Marc groet ’s morgens de dingen - van visserke vis en zo - en Melopee en Boem! Paukenslag, dat kennen we. Maar ‘Raven’? Nochtans ook een gedicht van Van Ostaijen. Nog nooit van gehoord.

Dat komt omdat het nog maar pas ontdekt is.
Het gaat als volgt:

Raven, lange lijkendragerstoet
Die de groeve-gravers bijstaan moet,
Denkt ge dat het vlaamse bloed
Nutteloos werd vergoten?
Larie, deze lijken
Zijn soliede dijken
Die het franse land behoeden moeten
Voor germaanse vloed

Op het eerste gezicht lijkt ons dat geen grote kunst, maar historisch is het wel razend interessant. Omdat het een van de weinige keren is dat Van Ostaijen zich liet kennen als uitgesproken flamigant.

De andere keer was tijdens een toespraak op een jeugdcongres in het atheneum van Antwerpen, georganiseerd door Lode Craeybeckx, de latere burgemeester en tunnel, n.a.v. zijn pamflet ‘Aan de intellectuele jeugd van Antwerpen en omliggende’. Probleem: Van Ostaijen sprak toen te stil en niemand begreep wat hij wilde zeggen.

Gedicht en redevoering waren gedoemd om roemloos te verdwijnen in de nevelen der tijd. Maar dat was buiten Matthijs de Ridder gerekend. Precies 100 jaar later schreef hij in het literair-historisch tijdschrift Zacht Lawijd een artikel over de vergeten propagandapoëzie van Paul Van Ostaijen e.a.

Verzen om de Vlaamse Zaak vooruit te helpen. Wij kunnen ons daar vandaag niks meer bij voorstellen. En net daarom zijn we heel blij dat Matthijs zaterdag mee aan onze keukentafel zit.

Radio 1 Select