Radio met ondertitels

16 december 2016
Het is gebeurd! De Vloek van Interne Keuken is verbroken.

Het zit zo: elk jaar nodigen wij de man of vrouw uit die volgens ons de Vlaamse Scriptieprijs zou moeten winnen. Dat is een onderscheiding voor de laatstejaarsstudent die de beste bachelor- of masterproef heeft geschreven. 

Nog nooit werd de favoriet van Interne Keuken de winnaar. Beetje genânt, eigenlijk. Voor de jury van de Scriptieprijs. Maar zie: wie wint dit jaar de Vlaamse Scriptieprijs? Kristof Jakiela. En wie zat er een paar dagen geleden aan onze keukentafel om over zijn scriptie te vertellen? Inderdaad.

Kristof heeft als moraalwetenschapper een scriptie geschreven over de kinderwens van doven. Razend interessant allemaal. Maar het probleem is: Kristof is niet doof. En wij ook niet. En van onze luisteraars weten we het niet zeker, maar we vermoeden dat ze ons bijna allemaal kunnen horen.

Dus hebben we op de radio een beetje onder elkaar zitten praten over mensen die niet kunnen horen zonder dat zij dat zelf konden horen. Dat is natuurlijk niet sympathiek, dat beseffen we zelf ook. We hebben daar op voorhand lang zitten over nadenken, maar we vonden geen oplossing. Bij tv is het makkelijk, die hebben ondertitels. Maar radio voor doven, hoe doe je dat?

Gelukkig heeft Kristof het voor ons opgelost. Hij is zo vriendelijk geweest om het gesprek na afloop helemaal uit te tikken. Je vindt het hieronder.

Mocht je, omdat je blind bent dit niet kunnen lezen: onze excuses. 

Stel dat je kan kiezen. Denk je dan: hey, doof is ook leuk, dus doe mij maar een doof kind.

Sven Speybrouck: Was het al maar twintig december. Dat is nu dinsdag. Dan is er de uitreiking van de Vlaamse Scriptieprijs in het stadhuis in Brussel. Dat is een wedstrijd voor laatstejaarsstudenten van universiteiten en hogescholen. Een bekroning van de beste masterproef van het voorbije academiejaar. Elk jaar verschijnt er een shortlist en dan kijken wij eens met de redactie en proberen wij zelf te stemmen: wie zou er volgens ons moeten winnen? Die nodigen wij dan uit - één van de genomineerden – Wel, die heeft nog nooit gewonnen. Dat is een beetje de vloek van Interne Keuken. Ik ben heel blij, Kristof Jakiela, dat jij toch op onze uitnodiging bent ingegaan. Jij staat op de shortlist. Proficiat. Je gaat dus niet winnen, maar goed (lacht). Ondertussen zit je hier toch maar mooi op de radio. Je bent master in de wijsbegeerte en moraalwetenschappen?

Kristof Jakiela: In de moraalwetenschappen.

Sven: Vorig jaar dus afgestudeerd met die scriptie. Die is razend interessant. En je werkt momenteel aan een… tekenfilm?

Kristof: Ja. Ik ben ook animator van opleiding. Momenteel probeer ik die twee dingen te combineren.

Sven: Je bent dus een moraalwetenschapper die iets van tekenfilm weet (lacht). Maar je scriptie gaat over doven, over dove mensen. En dat is een beetje een probleem want jij bent niet doof. En Koen en ik ook niet.

Koen Fillet: Onze luisteraars ook niet.

Sven: Ik vermoed van niet. We gaan het heel de tijd over doven hebben, achter hun rug om zitten praten.

Kristof: Ja, maar mijn thesis staat al geruime tijd op het internet en binnenkort ga ik een lezing geven bij de Dovengemeenschap over dit thema.

Sven: Als u doof bent, en u zit te luisteren: radio1.be en dan wordt u doorverwezen naar de tekst. Het gaat over kinderwens bij doven. Wat heb je precies onderzocht?

Kristof: Ik heb de visies onderzocht bij Dove koppels over hun kinderwens, preïmplantatie genetische diagnostiek en de mogelijkheid om…

Sven: Wacht even. Even terugspoelen. 

Koen: Zeg het nog eens.

Kristof: Preïmplantatie genetische diagnostiek. Bij een in-vitro fertilisatiebehandeling kunnen er cellen uit het embryo gehaald worden en dan wordt er een genetische analyse gemaakt, en een diagnose.

Sven: Het gaat over in vitro. Het gaat niet over: je maakt op de natuurlijke wijze een kind en je ziet of het wel of niet doof is. Het gaat over proefbuisbaby’s.

Koen: Ah, en je kan aan het genetisch materiaal gaan zien of het kindje doof zal zijn of niet.

Sven: Je hebt die cellen en dan kan je gaan kijken, nog voor je het terug bij de moeder inplant, of er genetische afwijkingen op zitten.

Kristof: In theorie kan je dan kiezen tussen een embryo dat een doof persoon zal worden of een ander embryo dat een ander horend persoon zal worden. Stel dat je zou kiezen voor een doof embryo, dan heb je die persoon niet doof gemaakt. Het is eigenlijk vergelijkbaar met het kiezen voor een embryo dat bijvoorbeeld een meisje zal worden. Je heb dan niet van een jongen een meisje gemaakt. Je hebt een embryo gekozen dat niet anders kon dan een meisje te worden.

Sven: Daarom zit je hier eigenlijk. Omdat het de wereld op z’n kop is. Normaal gezien denk je: met die genetische screenings proberen ze allerlei genetische afwijkingen, ziektes, er tussen uit te halen en die niet terug in te planten. Nu zeg jij, als je een embryo vindt dat doof gaat worden, normaal gezien zou je denken: dat gebruiken we dus niet. Neen, je kan er ook voor kiezen: dat gebruiken we dus wel.

Kristof: In theorie wel, ja.

Sven: Want op zich is er niet mis met dove kinderen.

Kristof: Dat is ook de vraag die ik stelde aan de participanten bij mijn interviews: stel dat je voor die keuze zou staan, wat zou je doen?

Sven: Dat waren Dove koppels?

Kristof: Dat waren Dove koppels.

Sven: Het is een hypothetische vraag.

Kristof: Ja, absoluut.

Sven: Het is niet zo dat die mensen daarmee bezig zijn met in vitro fertilisatie.

Kristof: Neen, helemaal niet. Ik ben op zoek gegaan naar Dove koppels die een kinderwens hadden. We spraken dan ook over hun kinderwens. Hoe zien zij hun toekomstig kind? En dan ben ik met die vraag afgekomen: deze techniek bestaat…

Sven: …stel dat men u vraagt om te kiezen, wat kies je dan?

Kristof: Ja, wat zou je beslissen? Om te zien wat hun moreel redeneren er achter zit. In mijn scriptie heb ik hun leefwereld proberen te beschrijven, en daarbij aansluitend ook hun morele redeneren in zo’n situatie.

Sven: En wat waren hun antwoorden?

Kristof: Om te beginnen zag ik dat doofheid als een positieve eigenschap werd ervaren. Sommige mensen zagen het als een verrijking, anderen gewoon als iets anders dan horen. Net zoals zwarte mensen geen blanke mensen zijn met een zwarte huid, zo zijn dove mensen geen horenden die niet kunnen horen.

Dirk van der Meulen : Zijn het mensen die altijd doof geweest zijn?

Kristof: Ja, absoluut. Zij zien een verschil tussen doof geboren worden en op latere leeftijd doof worden.

Dirk: Maar kunnen ze zich iets voorstellen bij niet-doof zijn?

Kristof: Sommige participanten vertelden dat mochten ze de keuze hebben om te kunnen horen, dat ze het niet zouden willen.

Koen: Vreemd.

Sven: Maar ze weten het niet echt.

Kristof: Ja. Ze weten ook dat mochten ze horend zijn geboren, dat ze een totaal andere visie zouden hebben gehad.

Koen: Maar ze missen dat gehoor dus niet?

Kristof: Neen. Twee participanten droegen geen hoorapparaat of geen cochleair implantaat meer.

Sven: Zij hadden dat gehad? En dat was tijdelijk een oplossing voor hun probleem?

Kristof: Ja, maar ze vonden het best vervelend en hebben dat op een bepaalde dag naast zich neer gelegd en nooit meer gebruikt.

Sven: Maar ik begrijp dat je op een bepaald moment… Je bent doof, je bent doof geboren, je hebt er mee leren leven, je hebt een leuk leven. Maar als je dan voor je kind moet kiezen, want dat kan, dat is toch op scherp van de snee. Wat kies je dan voor dat kind? Denk je dan: hey, doof is ook leuk, dus, doe maar doof.

Kristof: Wat ik bij de participanten zag, is dat ze een doof kind echt waardeerden en nog vooraleer dat we de keuzemogelijkheid hadden besproken, vroeg ik: wat zou de invloed zijn van een doof kind op uw gezin? Zou je dat als een probleem ervaren of zou je dat als een verrijking ervaren? En ik zag dat het niet echt als een probleem werd gezien. Een doof kind zou erg welkom zijn en sommige dove participanten hadden een voorkeur voor een doof kind. Maar ze zouden zowel een horend als een doof kind verwelkomen.

Sven: Maar dus ouders, normaal, die genetische screening laten doen, dat is om een aantal ziektes er tussen uit te halen. Om zeker te zijn dat het kind die ziektes niet heeft.

Kristof: Ja. In België is het legaal om te screenen op een aantal ernstige genetische aandoeningen. Bijvoorbeeld de ziekte van Huntington of het syndroom van Down. En vooraleer je een embryo terugplaatst in de baarmoeder kan je eigenlijk al een selectie maken en zo de geboorte van een persoon met een ernstige genetische aandoening vermijden.

Sven: Maar bij doven is dat veel minder een punt, voor die dove mensen?

Kristof: Ja, een doof kind zou helemaal geen probleem zijn. Bij mijn interviews waren er ook een aantal horende mensen, want soms zijn er ook gemengde koppels. Ik heb een gesprek gehad met een horende man, wiens partner doof is en wiens ouders ook doof zijn, en hij zei dat het voor hem helemaal geen probleem was om een doof kind te krijgen.

Koen: Maar er is nog een verschil tussen “ik vind het geen probleem dat mijn kind doof zou zijn” en “als ik kan kiezen, geef ik de voorkeur aan een doof kind”. Zo’n mensen waren er ook, die die keuze…

Kristof: Ik zag een verschil tussen hun voorkeur voor een doof kind en dan, wat ik dan noem, een soort morele rem om er zich effectief van te verzekeren. Op een bepaald moment heb ik zes afbeeldingen voorgelegd: drie “horende” embryo’s en drie “dove” embryo’s en ik vroeg: wat zouden jullie beslissen. En één iemand vertelde: “Ja, het is toch wel grappig. Eerst zeggen we dat een doof kind erg welkom is, we zouden dat graag hebben, maar als we de keuze hebben om effectief een beslissing te maken, dan willen we het niet.

Sven: Dan kiezen ze toch voor het “horende” embryo.

Kristof: Ze vonden de keuze tussen een doof of een horend kind een beetje zoals shoppen. Een beetje zoals een keuze tussen rode of gele jassen en het zou het kind eigenlijk herleiden tot een soort handelswaar.

Sven: Dat hele ding, natuurlijk, dat je op voorhand kan selecteren, van: geef mij jongen, meisje, al of niet blond of ros, de kleur van ogen, etc. Dat heeft iets raars?

Kristof: Dat behoorde tot die categorie.

Sven: Maar zouden de meesten mensen niet denken in dit geval: komaan, geen doof kind. Je kan dat kind toch niet aan doen? Want het is een handicap, in de zin van een ongemak, maatschappelijk gezien?

Kristof: Ja, maatschappelijk gezien… Sommige participanten ervaren dat de samenleving niet erg doofbewust is. Zij vinden dat de problemen die zich stellen niet enkel te wijten zijn aan de beperking. Het is eigenlijk ook de samenleving die zich moet aanpassen en er leeft te veel een negatieve visie op doofheid. En in die zin zou eigenlijk een samenleving die niet voldoende is aangepast de keuze van ouders niet mogen beïnvloeden. Er werd de vergelijking gemaakt met etnische minderheden. Als er een bepaalde groep benadeeld wordt in de samenleving, dan moet die samenleving de keuze van de ouders niet beïnvloeden.

Sven: Als er overal trappen zijn, dan is in een rolstoel zitten een probleem. Voor hetzelfde geld zorg je gewoon dat er hellende vlakken zijn.

Kristof: Anderzijds zeiden ze wel: ja, natuurlijk, er zijn wel beperkingen. Er zijn minder jobmogelijkheden. En horen kan meer kansen bieden tijdens een leven. En één iemand merkte op: stel, je wil je kind een hoorapparaat geven op latere leeftijd als het doof is, maar eerst selecteer je een doof embryo… Dat is een contradictie. Het is niet logisch dat je je eerst verzekert van een doof kind en dan een hoorapparaat biedt.

Sven: Als ik je studie goed gelezen heb, bij gemengde koppels is het zo dat de horende graag een horend kind wil en de dove graag een doof kind, als je ze laat kiezen?

Kristof: Dat was een soort wens, maar ze zouden zich er niet effectief van willen verzekeren.

Sven: Ja, precies. Als het dan zo ver is, en er moet gekozen worden, dan kiest die dove toch: doe toch maar horen.

Kristof: Ja, ergens wel. Eén iemand gaf aan dat mochten er meer dove bedrijven bestaan, mochten meer dove mensen hun eigen firma’s oprichten, dan zou die keuze veel makkelijker zijn, vertelde hij.

Sven: De mensen die je geïnterviewd hebt in je studie, je noemt die ‘cultureel Doof’? Wat is dat?

Kristof: Je hebt eigenlijk twee visies op doofheid. Enerzijds heb je de medische visie op doofheid, die doofheid als een probleem gaat beschouwen. Maar anderzijds heb je ook de culturele visie. Heel wat dove mensen verenigen zich in Dovengemeenschappen en zij gebruiken gebarentaal als hun moedertaal, of als meest geliefde taal waarmee ze willen spreken met elkaar. De Vlaamse Gebarentaal is ook een taal op zich. Het is geen Nederlands met gebaren.

Koen: Als horende denk je dat dat een soort laag is die over onze taal wordt gelegd.

Sven: Dat het een vertaling is.

Kristof: Neen, het is een taal op zich met een eigen grammaticale structuur.

Dirk: U zegt ‘Vlaamse’, maar ik neem aan dat de Vlaamse Gebarentaal zoals de Nederlandse Gebarentaal zal zijn.

Kristof: Neen.

Sven: Kunnen Vlaamse en Nederlandse doven mekaar niet verstaan met gebarentaal?

Kristof: Ik denk dat Dove mensen elkaar wel zouden kunnen verstaan op een bepaald niveau, maar de talen verschillen, de termen verschillen. De Vlaamse Gebarentaal lijkt eigenlijk meer op de Waalse gebarentaal dan op de Nederlandse Gebarentaal.

Dirk: Dus de taalstrijd hier in ieder geval al overwonnen (lacht).

Sven: En zijn er dialecten?

Kristof: Absoluut. Er zijn zeker dialecten. Want de Vlaamse Gebarentaal wil een soort eensgezinde taal maken die voor iedereen toegankelijk is. Maar anderzijds willen ze ook de eigenheid en de dialecten respecteren. In Antwerpen, bijvoorbeeld, ga je een andere term zien dan in Oost-Vlaanderen of in Vlaams Brabant.

Sven: Dus het evolueert als een gewone, gesproken natuurlijke taal.

Kristof: Het zijn natuurlijke talen.

Sven: Dus, ze spreken allemaal gebarentaal gezellig onder elkaar, was je aan het vertellen. En dat maakt ze tot een aparte cultuur of een aparte gemeenschap of hoe moet ik mij dit voorstellen?

Kristof: Ze hebben ook heel veel activiteiten. Een gebarentaal zelf kan ook een esthetische waarde hebben. Als je op youtube gaat zoeken naar dove koren, dan zie je mensen zingen in gebarentaal. In Amerika is er ook een universiteit, de Gallaudet University geloof ik, dat door doven gerund wordt, met dove professoren, …

Sven: Dus eigenlijk, als je de vraag stelt aan een dove ”wil je dat dove embryo” dan stel je eigenlijk de vraag: wil je een kind dat tot die Dovencultuur behoort?

Kristof: De participanten die ik heb geïnterviewd vertelden dat het wel fijn zou zijn om hun taal en cultuur, hun waarden en normen, van ouder op kind door te geven. Want veel dove mensen hebben horende ouders, en veel dove koppels hebben horende kinderen. Eigenlijk komt het vrij uitzonderlijk voor dat er echt ‘dove families’ bestaan.

Sven: Ah, dus dove ouders hebben zelden of nooit dove kinderen, van nature.

Kristof: In weinig gevallen.

Dirk: Maar een veel eenvoudigere oplossing zou natuurlijk zijn dat de horenden ‘Doof’ leren praten…

Sven: …gebarentaal

Dirk: Ja, dat wij dus, ook als horende in een dovenkoor gaan zitten. Ik stel mij voor dat dat veel eenvoudiger is dan dat met die embryo’s. Want dat is natuurlijk volstrekt hypothetisch. Dat gaat nooit wat worden. Dat krijg je er ethisch nooit door. Maar wij kunnen wel cultureel Doof worden.

Kristof: Ja, absoluut. Je moet niet doof zijn om tot de Dovengemeenschap te behoren. Bijvoorbeeld familieleden van dove mensen, zij kunnen perfect tot de Dovengemeenschap behoren. Of tolken Vlaamse Gebarentaal, als zij veel contact hebben met dove mensen kunnen zij ook tot de Dovengemeenschap behoren.

Sven: Maar dus, als een horend kind geboren wordt, dan moet dat wel gebarentaal leren want anders kan –ie op geen enkele goede manier met zijn eigen ouders communiceren.

Kristof: Ja, maar als een kind in een Doof gezin geboren wordt, dan is gebarentaal zijn moedertaal. Eén participant waarmee ik sprak heeft gebarentaal als eerste taal geleerd, en daarna het gesproken Nederlands.

Sven: En dat was iemand die kon horen?

Kristof: Ja.

Sven: Ah, waaw. Dus als je tegen een baby gebarentaal gebruikt , dan pikt –ie dat ook op.

Kristof: Ja. Eén van de participanten had reeds een kindje en hij vertelde dat toen het kindje voor het eerst het gebaar ‘papa’ deed, dat dat wel een emotioneel moment was.

Sven: Een ontroerend moment was.

Koen: En hoe is het gebaar ‘papa’? Eigenlijk vraag ik nu “spreek jij de gebarentaal?”

Sven: Koen, dat is hier radio. Als Kristof het dan toont, wat zijn we er mee?

Koen: Dan zal ik zeggen: hij doet nu het gebaar ‘papa’.

Kristof: ‘Zus’ is wanneer je je twee vuisten naast u houdt en twee keer naar u toebrengt. En ‘broer’ ook, maar met de vingers omhoog.

Sven: Alsof iets pico bello is, maar dan langs twee kanten.

Koen: En ‘papa’ dat weet je niet?

Kristof: ‘Papa’ weet ik niet.

Sven: Maar dus, je gebarentaal is niet zo goed?

Kristof: Neen neen, ik heb de interviews met een tolk Vlaamse Gebarentaal gehouden.

Sven: Ok, dus de tolk vertaalt dan in gebarentaal, je krijgt het antwoord terug…

Kristof: …in gesproken taal.

Sven: …en je schrijft het op. Stel, die genetische selectie: het kan. Je kan dus selecteren op voorhand, bij in vitro, of een kind wel of niet doof zal worden? Gebeurt het ook?

Kristof: Bij mijn weten niet. In Engeland was er in 2008 een Doof koppel dat verklaarde dat zij zich op die manier wensten te verzekeren van een doof kind. Ik weet niet of dat dat effectief is gebeurd.

Sven: Maar het omgekeerde, het wegselecteren van doofheid op voorhand?

Kristof: Ik kan mij inbeelden dat dat al is gebeurd, ja. Zeker.

Sven: Want dat zou betekenen dat, op termijn, doofheid zou kunnen verdwijnen.

Kristof: Ja, dat was ook een vrees bij de participanten dat, door die genetische technologie en door die sterke medische visie op doofheid, dat de Dovengemeenschap en dove mensen wereldwijd zouden verdwijnen. Zij voelden een druk. “Stel dat de Dovengemeenschap volledig verdwenen is” vertelde iemand, “ja, dan ben ik ook volledig weg.” En dat was toch wel een vrees die ik zag. Door het cochleair implantaat dat heel veel dove kinderen krijgen, door embryoselectie en de mogelijkheid om doofheid weg te selecteren, ja, dat voelt niet zo aangenaam.

Sven: Ahja, dat implantaat, dat kan mensen helpen die van nature doof geboren zijn.

Kristof: Ja, daar heerst een sterke polemiek rond. Daar heb ik mij minder op gefocust in mijn thesis. Maar ik weet dat sommige dove mensen zich verzetten tegen het idee dat het cochleair implantaat opeens alles oplost. Zij willen duidelijk maken dat de Dovencultuur en de gebarentaal ook belangrijk zijn voor de ontwikkeling van een kind.

Sven: Stel dat je zou kunnen zeggen: we hebben iets gevonden waar we morgen alle doven mee kunnen laten horen. Dan zegt die Dovengemeenschap: nja, toch eerst bekijken, ik weet het niet.

Kristof: Ik denk dat de discussie rond het cochleair implantaat meer gaat over de effectieve werking. In die zin dat dat een grote chirurgische ingreep is, dat het apparaat misschien niet altijd werkt, want er is zo’n kans.

Sven: Ja, en wat hoor je dan? Dat is niet echt horen zoals je hoort als je horende bent?

Kristof: Het klinkt meer electrisch. Op het internet kan je heel wat video’s bekijken met geluid dat klinkt zoals een cochleair implantaat.

Sven: En als ik het goed begrijp, is dat implantaat op zich ook een bedreiging voor die Dovencultuur, want iemand met een implantaat hoeft die doventalen, die gebarentaal niet te leren.

Kristof: Vroeger was er een vrees dat het cochleair implantaat de Dovencultuur en de Dovengemeenschap zou doen verdwijnen. Maar nu is die vrees verdwenen, omdat veel dove mensen een cochleair implantaat hebben, maar gebruiken dat als iets secundair.

Filip Vermeylen: Als genetische manipulatie echt mogelijk wordt op dat niveau, dan kan je eigenlijk een hele cultuur doen verdwijnen. Je stelt hier toch wel een interessante ethische vraag, denk ik.

Kristof: Even een nuancering. Je gaat het embryo zelf niet gaan manipuleren. Dus, je maakt embryo’s aan, je gaat screenen en dan maak je een selectie. Onder manipulatie wordt meestal verstaan dat er effectief in het embryo iets wordt gewijzigd.

Sven: En er gaan natuurlijk van nature ook doven blijven geboren worden.

Kristof: Ja, dat zag ik ook bij de participanten dat zij de komst van een doof kind graag zouden overlaten aan het lot. Via normale reproductie krijg je een kind dat dan mogelijks doof is. En dan ook terug, de genetische technologie, de mogelijkheid om u van een horend kind te verzekeren, ja, dat kan ouders zich verantwoordelijk doen voelen voor het ontstaan van een doof kind. Ik denk dat het belangrijk is om een bepaalde vrijheid te bewaren. En natuurlijk ook, stel dat je per toeval een doof kind krijgt. Je hebt dat kind eigenlijk niet doof gemaakt want het kon niet anders dan doof ter wereld komen.

Sven: Ja. Hoe noem je dat? Participanten, zeg je dan. Hoeveel van die mensen heb je zo geïnterviewd?

Kristof: Ik heb drie interviews gehouden. Twee interviews met een Doof koppel, waarvan één volledig doof en één gemengd koppel. En een derde interview met een horende man wiens partner doof is.

Sven: Ah, je hebt dus een persoon of vijf gesproken.

Kristof: Ja, ik heb een kwalitatieve interviewstudie gedaan en dat maakt geen algemene uitspraak over een populatie.

Sven: Het gaat meer over het gedachteëxperiment.

Kristof: Inderdaad.

Koen: De volgende stap is een doctoraat, Sven, en dan doe je dat met duizend participanten (lacht).

Sven: En dan heb je fondsen nodig. Dat is wat wetenschappers hier altijd doen aan tafel. Wie weet kan je nog fondsen verwerven op dinsdag. Dan is er de Vlaamse Scriptieprijs in het stadhuis in Brussel. Kristof Jakiela, dank je wel.

 

 

PS: De term ‘papa’ in Vlaamse Gebarentaal vind je hier: http://gebaren.ugent.be/zoeken.php?zoektype=begint&zoekterm=papa&vlaggen%5B%5D=-1&vlaggen%5B%5D=10&vlaggen%5B%5D=11&vlaggen%5B%5D=12&vlaggen%5B%5D=2&vlaggen%5B%5D=14&dialecten%5B6%5D=on&dialecten%5B5%5D=on&dialecten%5B3%5D=on&dialecten%5B2%5D=on&dialecten%5B4%5D=on

Radio 1 Select