Rattenalarm!

6 januari 2017
“This is the toughest movie we ever had to market.” Dat zei Ed Catmull, de baas van Disney Animation Studios in 2007. Hij had het over Ratatouille. Een film over een rat. Amper merchandising van te vinden ook. Wie wil er nu een pluchen knuffel van een rat? Mama Bambi die sterft. Ja, dat is erg. Maar een rát? Je zou hopen dat ze de hele familie uitroeien.

Rotbeesten, dat zijn het. Ze bijten zo’n 50.000 mensen per jaar, lazen we in de krant. “Voornamelijk kinderen, niet zelden in hun gezicht, aangetrokken door de geur van voedselresten rond de mond.”

“De bruine rat overleeft in rioleringen, toiletpotten, onder planken vloeren van huizen, in metrostations, onder voetpaden, onder oude meubels in kelders, op zolders, onder mesthopen en kippenhokken.”

Stond er nu ‘toiletpotten’? Er stond toiletpotten! Aaargh! De verhalen zijn echt waar. Ze kunnen het. Kijk maar.

En vooral de zwarte rat is een miserie. Onmogelijk te verdelgen. Met vergif moet je niet afkomen. Eten ze niet van. En vallen lopen ze in een boog omheen. Zo neofoob als de pest. Bang voor alles wat nieuw is in hun omgeving. En stel dat je er toch één te pakken krijgt, hoe meer je er doodt, hoe harder ze zich voortplanten.

“Vrouwelijke ratten ovuleren om de vier dagen, copuleren tientallen keren per dag en blijven vruchtbaar tot de dood.” Eén vader- en moederrat kunnen, als er genoeg eten is, op een jaar tijd tot 15.000 nieuwe ratten op de wereld zetten. Vijftien duizend! En na zes weken zijn die beesten al geslachtsrijp.

We zouden het begrijpen als je zaterdag gillend van de radio wegloopt. Maar het zou jammer zijn. Want ratten kunnen ook goeie dingen. Mensenlevens redden en zo. Daar gaan we het ook over hebben, met professor Herwig Leirs. En eerlijk is eerlijk: Ratatouille is een hele leuke film.