Saskia De Coster brengt een 'ode aan het terras'

10 mei 2021
© Radio 1
Overvol zaten de terrassen dit weekend, regen of geen regen. Na zeven maanden zónder cafés en restaurants, moésten en zouden wij Belgen gaan terrassen! Maar waarom? Wat is precies die aantrekkingskracht van "een terrasje doen"? Schrijfster Saskia De Coster brengt een ode aan die nationale sport.

Het is niet dat ik niet gewaarschuwd ben, nog maar een jaar lang. Het is niet dat ik het niet zie aankomen. Het is dat ik het laat gebeuren, dat ik mij hier op een terras volledig laat gaan, volledig vol laat lopen - met inspiratie natuurlijk, wat dacht je anders?

Het is dat ik nog maar een jaar in de startblokken sta te verkrampen en verzuren in startpositie. Het is dat iedereen weet wat tegen verkramping en verzuring - nogal eens een nationale sport, vooral op het twitterveld en in het halfrond van het federale parlement - helpt: een andere nationale sport van de ploeg van elf miljoen, de nationale sport van het terraszitten.

Want ook al zitten wij op een terras in een tochtgat, naast het viaduct van Vilvoorde of op een plein van gewapend beton met als streepje natuur een wespennest in iedere dakgoot en een duif met buikloop boven ieder hoofd, dan nog zullen we doorgaan. Want het is dat we willen, en willen is kunnen, dat weten we ook. We hebben al een jaar doorzettingsvermogen getoond en nu gaan we volop voor de nutteloosheid.

Een terras is een parkeerplaats, een speeltuin voor de rondscharrelende huisdiertjes die wij zijn. Het is de plaats van doen alsof. Doen alsof we zitten bakken en braden en niet aan de Noordzee liggen bij dertien graden op zaterdagavond, doen alsof we ons amuseren tot we ons te pletter amuseren en de rekening negeren, tot de nutteloosheid van weggaan ons duidelijk wordt en we dus uit volle overtuiging en plichtsbesef blijven zitten, als schoothondjes. Leve die plek, die tussenruimte, tussen binnen en buiten.

En nu leef ik toevallig ook professioneel van de totale nutteloosheid die bestaat uit zesentwintig letters. Zoveel teksten zijn ontstaan terwijl ik nutteloos - soms verstopt achter een obligate “Apple mac book air”, soms ook naakt, zonder scherm dus, zelfs niet van plexiglas - zat rond te kijken. De covers die je net niet kan lezen, de over elkaar geslagen benen, de roddels over de affaire van de juf die je kent, de idioot in kleermakerszit op een terrasstoel (dat ben ik), een schoothondje onder tafel dat 'Eindelijk' heet. Iedereen schijnt het hondje hier te roepen, eindelijk… eindelijk, kom hier, roepen ze.

Van lockdown naar terras, dat is vooruitgang, in zekere zin.

Maar van de andere kant bekeken is vooruitgang natuurlijk achteruitgang, en omgekeerd is het woord terras 'sarret' en dat is al helemaal een nutteloos woord, behalve dan dat het de naam kan worden van iets wat nog niet is ontdekt, bijvoorbeeld een brokstuk van een Chinees ruimtetuig dat nu, op deze zaterdagavond, op het terras op het Laar in Borgerhout kan neerstorten en niemand zal het merken. Wie op een terras zit, negeert sarret. Eindelijk!

Beluister de ode van Saskia De Coster uit 'De Wereld van Sofie' via Radio 1 Select

Lees ook: