Seksuele intimidatie op straat: "Tijd om de problematiek vanuit het perspectief van de vrouw te bekijken"

17 maart 2021
© Pamela Lima (Unsplash)
De moord op de 33-jarige Sarah Everard in Londen heeft het debat over de veiligheid van vrouwen op straat weer helemaal op de kaart gezet. Vrouwen eisen opnieuw de publieke ruimte op, zónder dat dwingende onveiligheidsgevoel. Hoe is het zover kunnen komen? En hoe raken we ervan af? Professor Karen Celis reageert in 'De Wereld van Sofie'.

Vorige week werd Sarah Everard, 33 jaar, dood teruggevonden in Londen. Ze werd vermoord door een politieagent, terwijl ze ’s avonds naar huis aan het wandelen was. De moord schokte Groot-Brittannië en met uitbreiding ook de wereld. Er kwam ook kritiek op de politie, die tijdens de zoektocht naar Everard vrouwen adviseerde om ’s avonds niet alleen naar buiten te gaan, alsof Everard het zelf gezocht had.

In Londen kwamen honderden vrouwen op straat en op sociale media volgde een lawine aan reacties over de onveiligheid van vrouwen in de publieke ruimte. Grote kans dat je op Instagram of Facebook berichtjes zag passeren met de boodschap “Text me when you get home”, een verwijzing naar het klassieke verzoek dat vrouwen krijgen van familie of vrienden: "Laat weten als je goed bent thuisgekomen".

Maar waar komt het probleem van seksuele intimidatie of seksueel geweld tegen vrouwen vandaan, en vooral hoe kunnen we dit (structureel) oplossen? 'De Wereld van Sofie' sprak erover met Karen Celis, onderzoeksprofessor aan de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de VUB en co- directeur Onderzoek van RHEA, het Expertisecentrum Gender, Diversiteit en Intersectionaliteit.

Waar komt het probleem vandaan?

Het is dus een realiteit voor heel wat vrouwen: het gevoel van onbehagen wanneer je alleen op straat bent terwijl mannen je nafluiten of erger nog: aanspreken of benaderen. Maar deze realiteit bestaat al jaren. Om dit te begrijpen, moeten we even stilstaan bij de achterliggende structuren, zegt professor Celis. "Dat gaat terug op heel diepgewortelde genderpatronen, waarbij de publieke ruimte mannelijk geconnoteerd wordt en de private ruimte, de huiselijke sfeer, wordt als vrouwelijk aanzien. Dat betekent ook dat wanneer vrouwen zich in de publieke ruimte begegeven, dat zij eigenlijk al niet op hun plaats zijn. Daar gaat men dus vanuit: als vrouwen die grens overschrijden, dan moeten ze er de reacties maar bijnemen of zich aanpassen. Dat klinkt allemaal heel zwaar, maar je kan die fenomenen niet anders begrijpen dan het vanuit die hoek te bekijken." Een vrouw alleen op straat, dat wringt dus nog, ook in 2021.

Dat de publieke sfeer heel mannelijk is ingevuld, kan je overigens op verschillende manieren merken, stelt Celis. "De publieke ruimte is niet aangepast aan de noden van vrouwen. Je merkt dat nu ook in de coronacrisis: er zijn te weinig publieke toiletten. Of je merkt het aan de mannelijke straatnamen: die zijn dominant aanwezig."

De publieke ruimte is niet aangepast aan de noden van vrouwen. Je merkt dat nu ook in de coronacrisis: er zijn te weinig publieke toiletten. Of je merkt het aan de mannelijke straatnamen.

Weg met "victim blaming

Celis vindt het heel erg belangrijk om het probleem te bekijken vanuit het perspectief van vrouwen. "Mannen denken: "Dat is toch niet zo erg, eens een opmerking maken". Maar het perspectief van vrouwen is anders. Zij denken: "Telkens als ik op straat ga, krijg ik dat soort opmerkingen". Voor hen is dit een opeenstapeling van gevallen tot een reëel gevoel van onveiligheid. Een man maakt misschien slechts één keer een opmerking, maar 86 procent van de vrouwen die in Brussel wonen, krijgt te maken met seksuele intimidatie. Zo ziet het er dus uit vanuit het perspectief van de vrouwen. Dertig procent geeft ook aan dat ze daar blijvende gevolgen van dragen, ook jaren later nog. Het is een gevoel van onveiligheid dat vrouwen wel degelijk kennen. En ik wil daar graag aandacht voor vragen: seksuele intimidatie is geen alleenstaand geval, het gebeurt systematisch. Het gebeurt als je naar een park gaat, als je naar een fuif gaat..."

Een man maakt misschien maar één keer een opmerking maar 86 procent van de vrouwen die in Brussel wonen, krijgt te maken met seksuele intimidatie.

Je sleutels in je handen klemmen of je auto meteen op slot doen als je 's nachts instapt: vrouwen hebben intussen leren anticiperen op mogelijk seksueel geweld. Ze passen zich aan, ze anticiperen op de reactie dat ze het zelf hebben gezocht. "Maar wat we nu meer en meer zien is dat vrouwen denken: "Waarom moet IK mij aanpassen? Het is eigenlijk de andere die zich moet aanpassen, het probleem moet weggenomen worden." Dat is de shift die we nu zien."

Vrouwen willen dus stilaan af van die "victim blaming" (waarbij het slachtoffer de schuld krijgt, red.). "Na de moord op Sarah Everard heb je nu de beweging "Reclaim our streets". Vrouwen eisen de publieke ruimte weer op, we willen terug op straat kunnen komen zonder dat dwingende onveiligheidsgevoel en het feit dat wij ons gedrag daaraan aanpassen."

Wat is de oplossing?

Maar hoe kunnen we structureel iets veranderen? Een moeilijke vraag, zegt Celis. "Op individueel gedrag heb je eigenlijk niks anders dan die coping-mechanismes (aanpassingsgedrag red.). Je kan op dit moment als vrouw niets anders doen dan ervoor te zorgen dat je uit die gevarenzone blijft, zoveel als mogelijk."

Op dit moment kan je als vrouw weinig doen, buiten uit de gevarenzone blijven.

"Het is echt een politiek probleem, een structureel probleem. En het is ook daar dat het aangepakt moet worden. We hebben nu in Brussel een uitgebreid actieplan met meer dan 50 acties: het opleiden van parkwachters, aandacht voor die problematiek wanneer er aan ruimtelijke ordening wordt gedaan, opleiding en acties van politie en metropersoneel..."

(lees verder onder de foto)

Karen Celis
Karen Celis

Ook de straffeloosheid kan aangepakt worden. "Wanneer er op geen enkele manier het signaal wordt gegeven dat men hard optreedt wanneer een bepaalde grens overtreden wordt, dan zend je het signaal uit: oké het mag niet maar het is niet zo erg. Dat is onderdeel van die bewustwording rond het feit dat een aantal zaken echt niet kunnen."

Het onderwijs kan dan weer werk maken van sensibilisering. "Ga voor duidelijke gesprekken over waar de grenzen liggen. En leg uit hoe de problematiek eruit ziet vanuit het perspectief van vrouwen. Je kan ook aanleren wat men als toeschouwer kan doen in dit soort situaties. Hoe kan je helpen, hoe kan je ervoor zorgen dat een vrouw uit de gevarenzone wordt gehaald en zich opnieuw veiliger kan voelen: dat is iets wat we allemaal kunnen doen."

Je kan ook aanleren wat men als toeschouwer kan doen.

Celis benadrukt tot slot dat seksueel geweld voorkomt in alle lagen van de maatschappij. "Je kan het niet reduceren tot een specifieke groep en je kan het niet culturaliseren." Het is ook niet zo dat alle mannen daders zijn, ook mannen kunnen slachtoffer zijn. "Niet alle manenn maken zich schuldig aan dat soort zaken, ook heel wat mannen die niet voldoen aan het typische traditonele patroon van mannelijkheid, hebben daar last van."

Beluister het gesprek met Karen Celis in 'De Wereld van Sofie' via Radio 1 Select

Bron: vrtnws.be en 'De Wereld van Sofie'

Lees ook: