"Het ene moment luister ik naar muziek, het andere ben ik aanvoerder geworden van een trieste polonaise"

13 februari 2017
"Het ene moment luister ik naar muziek, het andere ben ik aanvoerder geworden van een trieste polonaise"
Deze week wordt het middagjournaal bijgehouden door columnist, schrijver en fervent Twitteraar San F. Yezerskiy. Hij kwam iemand tegen die hem de weg vroeg, en dat voelde aan als een erg zware verantwoordelijkheid.

Vanmorgen werd ik onderweg naar het werk tegengehouden door een man in maatpak met een aktetas. Of ik misschien wist waar die-en-die straat lag en, zo niet, of ik hem dan kon zeggen hoe hij bovenop het viaduct geraakte waar wij nu onder stonden, want dat was toch al de juiste richting. Het verkeer in Brussel zat zo vast dat de man zijn auto had achtergelaten en nu te voet verder moest.

De naam van de straat klonk mij wel vertrouwd in de oren. Wat ik in ieder geval wist, was dat de man, om bovenop het viaduct te geraken, erg ver zou moeten omlopen. 'Het is gemakkelijker,' zei ik, 'om hier een stuk af te snijden door het park.' Door het park. Dat was nu nooit in de man opgekomen. En dat kon zomaar? Ik legde uit: hier door de poort naar binnen, dan een paar honderd meter omhoog maar zeker altijd links houden, want anders kwam hij niet bij de juiste uitgang terecht. De man bedankte mij en vertrok. Ik volgde, iets minder gehaast, in dezelfde richting.

Aan de toegangspoort stopte de man, en keek aarzelend achterom. 'Hier in?', vroeg hij. Ik knikte. De man verdween uit het zicht. Bij de eerste tweesprong haalde ik hem opnieuw in. 'En nu?' Ik wees naar linksboven. De man ging naar rechts. Een paar minuten later botste ik tegen hem op toen hij compleet gedesoriënteerd het kleine doolhofje van de Kruidtuin buiten kwam. 'Naar links, was het,' zei ik. 'Die kant op nu.' De man verdween opnieuw, min of meer in de richting van de uitgang.

Hoe was deze situatie zo uit de hand gelopen? Het ene moment loop ik rustig een beetje naar muziek te luisteren, het volgende ben ik opeens de leider geworden van een heel droevige karavaan of tweemanspolonaise die ik van achteren moet aansturen. Bovendien besefte ik plots dat de straat die de man zonet had genoemd, precies lag achter diegene waar ik zelf heen moest. Dit zou dus nog wel even kunnen blijven duren. Was ik wel klaar voor zoveel verantwoordelijkheid? En wat als alles daar niet ophield? Wat als de man de hele dag besluiteloos rondjes zou blijven draaien voor mijn bureau terwijl ik werkte, wat als ik hem daarna nog de hele weg mee naar huis moest drijven en vanavond extra patatjes moest schillen?

Neen, deze man was nu al een veel groter deel van mijn leven gaan uitmaken dan ooit de bedoeling was geweest. Toen hij zich de volgende keer naar mij omdraaide, wees ik hem nog een laatste maal waar de uitgang was en nam daarna plaats op een bankje tot ik zeker was dat hij door de groene poort helemaal uit het gezicht was verdwenen. Zelf had ik niets om mij voor te haasten.

MIDDAGJOURNAAL 13/02/2017