Sinds wanneer vinden wij bergen mooi?

26 maart 2022

Sinds 26 april 1336. Tot die dag werden bergen gezien als een hindernis, een hoop stenen die in de weg lag. Je beklom ze maar als het echt niet anders kon, als je in het dal aan de overkant moest zijn of als je als herder een schaap was kwijtgeraakt. Maar anders bleef je er weg.

Tot 26 april 1336. Toen beklom de beroemde renaissance-dichter Petrarca de Mont Ventoux. Voor. Zijn. Plezier! Stel u voor. Hij schreef er na afloop een brief over waarin hij zowaar de schoonheid van de berg bezong. Bergen zijn mooi om naar te kijken en leuk om te beklimmen. Zo had nog nooit iemand niemand het bekeken. Die dag heeft Petrarca iets in gang gezet.

Indirect zou je kunnen zeggen dat hij met die brief verantwoordelijk is voor duizenden doden in de eeuwen nadien, want gaandeweg ontstond er zoiets als berggekte. Iedereen wilde naar de bergen. Eerst nog om gewoon te bewonderen en te wandelen, maar al snel wilde iedereen bergen beklimmen, hoe gevaarlijker hoe liever. En voor je het weet is het vandaag en staan er lange files op de Mount Everst op een route bezaaid met lijken. Hoe is het zover kunnen komen?

Waar komt die ‘hoogtekoorts’ vandaan? Robert Macfalane heeft daar een heerlijk boek over geschreven. Professor Hendrik Vos, naast Europakenner en wielrenner ook bergfanaat, heeft het voor ons gelezen.

Beluister het volledige gesprek :