"Skypen gaat al vlug vervelen en kleindochters hebben niet altijd geduld met wispelturige wifi en vertraagde klank"

10 januari 2021
© Radio 1
Vorige week kon je in 'De toestand is hopeloos maar niet ernstig' horen hoe Pim Raes -zoon van- vanuit zijn nieuwe woonplaats New York kijkt naar zijn bekende vader, Frank Raes. Deze week is de papa aan de beurt. Hij schrijft wederom een brief over zijn zoon aan jullie, de luisteraars.

Beste luisteraars,

Ik heb 4 zonen. Dat is meer dan het landelijk gemiddelde, heb ik opgezocht.
Die 4 hebben gemeen dat hun voornaam telkens uit één lettergreep bestaat.

Dat roept makkelijker als ze aan tafel moeten én, met het oog op de ouwe dag, het onthoudt eenvoudiger dan Pierre-Marie, Naboukodonozor, Alexander of Jan-Jaap. Door de jaren heen heb ik mijn best gedaan om mijn boys uit de media te houden, privé is privé, zij moeten niet opdraaien voor het schermgezicht van hun vader. Dat is niet altijd gelukt, want zelfs de zogenaamde kwaliteitskranten en bladen, talloze TV-programma’s én ook Annemie Peeters zijn onverdroten op zoek naar de mens achter wie dan ook. Het geleverde werk en de buitenkant volstaan niet.

De veronderstelde BV is dezer dagen zo goed als moreel verplicht om zijn of haar zielenleven in de openbaarheid te gooien. En te vertellen over de saaie of turbulente jeugd, de band met de ouders, de liefdes, de littekens, de trauma’s, depressies, ziektes niet te vergeten, favoriete reisbestemmingen, seksuele voorkeuren en uiteraard ook De kinderen.

Maar goed.

De tweede in de rij van 4 is dus Pim, 17 maanden jonger dan de oudste. Die twee zijn samen opgegroeid, stonden met hun wiegje naast de luidspreker waaruit ik wel eens weerklonk en -zo vernam ik vorige week uit mijn zoons mond- ze werden daar ook nog rustig van. Ik pink een traan weg.

Pim lijkt volgens insiders van de vier het meest op zijn vader. Ook hij brouwt de ‘r’ nogal, heeft dezelfde studies volbracht, kon aardig voetballen en hangt net als ik iets te makkelijk een twijfelachtige vorm van ironie aan. Voor de rest mag ik hier niets prijsgeven, want dan eindigt hij weer als zoon van en daar zijn we beiden niet voor te vinden.

Dat hij bijwijlen trots is op zijn vader liet hij in het verleden wel eens doorschemeren, maar pas vorige week sprak hij het uit en dan nog wel op Radio 1, de beste zender ter wereld

Dat hij bijwijlen trots is op zijn vader liet hij in het verleden wel eens doorschemeren, maar pas vorige week sprak hij het uit en dan nog wel op Radio 1, de beste zender ter wereld.

Pim heb ik altijd als de meest honkvaste van de 4 beschouwd, hij moest niet voortdurend op reis, in tegenstelling tot zijn drie broers, die elk gaatje benutten om te gaan globetrotten.

En toch is precies hij aan het emigreren geslagen. Uit liefde voor zijn bevallige ega, die een mooi werkaanbod in New York kreeg toegespeeld. Pim gaf zijn job op en besloot met vrouw en twee koters het avontuur aan te gaan. Om zich als huisman en huisvader te ontpoppen in New York, de stad der steden. Het getuigt van een bewonderenswaardige onzelfzuchtigheid om in volle pandemie alles achter te laten en opnieuw te beginnen. Chapeau daarvoor.

Ondertussen heeft hij ook enkele zeer lezenswaardige krantenstukken geschreven, over een verscheurd land in Coronatijden, over een op hol geslagen president. Goede stukken, wat mij dan weer met trots vervult. Ieder op zijn beurt en zo blijf ik ook een beetje op de hoogte van het wedervaren aldaar, want grote bellers of face-timers zijn we niet. Ook al omdat we maar de trilling van een wimper nodig hebben om elkaar te doorgronden.

New York is natuurlijk, zeker nu, een wonderbaarlijk boeiende metropool om in terecht te komen. Zelf ben ik er de allereerste keer neergestreken in 1994, voor het WK voetbal in de States. Ik landde rond middernacht in Newark, de derde van de grote luchthavens, op een respectabele afstand van Manhattan. Nam in het pikkedonker een onbestemde taxi met een norse chauffeur die de hele rit geen vier woorden sprak. In aanloop naar het WK was me herhaaldelijk op het hart gedrukt om in New York zeer uit mijn doppen te kijken.

Eigenlijk had ik me er al bij neergelegd dat de taxidriver me in een achterbuurt zou dumpen om me vervolgens in een microwave te laten imploderen.
Maar dat viel tegen, want de stille man dropte me netjes aan mijn hotel op Seventh Avenue.

De volgende dag ontplooide New York zich in volle glorie voor mij. Ik ontdekte Central Park, beklom de Empire State, nam de ferry naar Staten Island, wandelde over Brooklyn Bridge, zag als eerste Vlaming Forrest Gump en tussendoor versloeg ik wedstrijden als Italië Bulgarije-Duitsland.

In 2001 reisde ik opnieuw naar New York om daar tennis op Flushing Meadow tot bij u thuis te brengen. Het waren gloriejaren van Clijsters, Hénin en nog net iets meer van de zussen Williams. Mijn oudste zoon, de reislustige, dus niet Pim, kwam overgevlogen en samen bezochten we na de laatste slagwisseling de WTC-torens. Op 9 september, nine-nine, zondagavond. We schoten met de supersonische lift naar het dak van één der twin-towers en trokken foto’s met op de achtergrond het vrijheidsbeeld. 

De volgende dag vlogen we huiswaarts en dinsdag op nine eleven stond ik tegen de middag op de redactie. Rond een uur of drie vloog er een vliegtuig in een torengebouw. Dat zagen we op één van de vele gedempte TV-schermen. In Taiwan of zo, opperde iemand. Even later boorde een tweede vliegtuig zich in een tweede building en de wereld stond in brand. Geen 48 uur voordien hadden we nog pizza gegeten op de 1 na hoogste verdieping van diezelfde building, samen met een buslading Amish People. Zoiets blijft kleven.

Geen 48 uur voordien hadden we nog pizza gegeten op de 1 na hoogste verdieping van diezelfde building, samen met een buslading Amish People. Zoiets blijft kleven.

In 2019, anderhalve zomer geleden, toen we nog vrij konden reizen, heb ik met mijn allerjongste zoon het ontzagwekkende herdenkingsmonument voor 9-11 in New York bezocht. Hij was stil voor zijn doen. De cirkel is rond, dacht ik. Maar een paar maand later besloot Pim met kind en gezin naar New York te verhuizen, voor onbepaalde duur nog wel.

Skypen of facetimen gaan al vlug vervelen en kleindochters hebben niet altijd geduld met wispelturige wifi en vertraagde klank

Wij van hieruit mogen door Corona en Trump voorlopig de States niet binnen. En dat doet pijn aan het hart. Skypen of facetimen gaan al vlug vervelen en kleindochters hebben niet altijd geduld met wispelturige wifi en vertraagde klank. Een bezoek in real time en mijn zoon, schoondochter en de twee meisjes nog eens echt in de ogen kunnen kijken, daar ben ik, samen met de drie achtergebleven zonen, meer dan aan toe, beste luisteraars.

Beluister de column van Frank Raes:

Lees de column van Pim Raes:

Ontdek de andere columns uit de uitzending: