Slaapproblemen? Misschien is slapen in twee blokken wel de oplossing

28 maart 2019
Hoe belangrijk is acht uur ononderbroken slaap? Kan je ook in twee blokken slapen? En waarom stonden mensen tot de negentiende eeuw vaak midden in de nacht op? Een reis door de wondere wereld van de slaap, en een getuigenis van regisseur en scenarist Luk Wyns over zijn bijzondere slaapgewoonten.

Regisseur en scenarist Luk Wyns, bedenker van de Familie Backeljau en de Crimi Clowns, heeft een ongewoon slaappatroon. “Rond negen uur ’s avonds val ik doodmoe in slaap”, vertelt hij. “Ik slaap tot half één ’s nachts. Dan sta ik op, om een paar uur te werken, bijvoorbeeld aan scenario’s. Rond half zes ’s ochtends ga ik voor de tweede keer naar bed. Ik slaap dan tot negen uur ’s ochtends. Zo heb ik in totaal zeven uur geslapen, maar dan gespreid in twee blokken.”

Wyns voelt zich prima bij dit slaapschema. Meer nog: het is volgens hem het slaappatroon van onze verre voorouders. “Holbewoners sliepen vroeger ook niet aan één stuk door, want dan werden ze opgegeten door wilde dieren. Mensen zijn gemaakt om te slapen in shifts. Ik slaap eigenlijk gewoon zoals mensen in de oertijd sliepen.”

Eerste slaap, tweede slaap

Of holbewoners tienduizenden jaren geleden écht in shifts sliepen? Dat weten we jammer genoeg niet. Historisch onderzoek toont wel dat slapen in twee blokken niet zo vreemd is. Integendeel, zelfs.

De Amerikaanse historicus Roger Ekirch beschrijft in zijn boek ‘At Day’s Close’ hoe onze omgang met slaap de voorbije eeuwen helemaal veranderd is. Hij bestudeerde daarvoor honderden oude teksten en ontdekte iets dat hij niet had verwacht: tot de negentiende eeuw sliepen mensen vaak in twee blokken, met tussenin een wakkere periode — net als Luk Wyns, dus. “Bifasisch slapen” was vroeger heel normaal.

Bifasisch slapen was vroeger heel normaal

Mensen gingen vroeger een paar uur na zonsondergang naar bed, maar ze werden vaak wakker midden in de nacht. Na een wakkere periode gingen ze dan opnieuw naar bed. Die “tweede slaap” duurde tot de ochtend.

De buren bezoeken en de liefde bedrijven

Wie vandaag midden in de nacht wakker wordt, probeert doorgaans snel weer in slaap te vallen. Vroeger was dat anders. De wakkere uren in het midden van de nacht waren het ideale moment om te bidden of om dromen te interpreteren. Mensen deden ook andere dingen: een pijp roken, een plasje doen, een boek lezen, zelfs vrienden of buren bezoeken. In het holst van de nacht gonsde het van de activiteit.

De nacht was ook het ideale moment voor andere pleziertjes. Een handleiding voor artsen uit de zestiende eeuw beschrijft het ideale moment om de liefde te bedrijven. Dat doe je best niet ’s avonds, na een lange werkdag, maar na een paar uurtjes slapen. Het liefdesspel zou dan “beter gaan” en je zou er ook “meer plezier” aan beleven.

En toen was er licht

Een logische vraag is dan: als bifasisch slapen écht zo normaal was, waarom slapen we dan vandaag aan één stuk door?

Het antwoord moet je volgens Ekirch vooral zoeken bij de uitvinding van het elektrisch licht, aan het einde van de negentiende eeuw. Een gloeilamp geeft veel meer licht dan een kaars of een petroleumlamp. Daardoor kan je ’s avonds en ’s nachts veel meer doen dan voordien. De logische consequentie is natuurlijk dat je dan minder kan slapen. En wie minder tijd heeft om te slapen, kan maar beter in één blok slapen.

Een andere verklaring ziet Ekirch in de opkomst van de industrie, in de achttiende en negentiende eeuw. Door de introductie van nachtwerk en het ploegensysteem veranderde de nacht van een tijd om te rusten in een tijd om productief te zijn. Ook onze slaap moest geoptimaliseerd worden. Veel arbeiders kwamen ’s avonds laat thuis, om ’s ochtends in alle vroegte weer naar de fabriek te vertrekken. Bifasisch slapen is dan niet echt een optie. Het moet vooruit gaan.

's Nachts wakker worden is eigenlijk heel normaal

Is bifasische slaap normale slaap?

Ook in experimenteel onderzoek vind je aanwijzingen voor een bifasisch slaappatroon. De Amerikaanse psychiater Thomas Wehr sloot begin de jaren negentig een groep vrijwilligers vier weken op in een afgesloten omgeving. Het was er tien uur per dag licht en veertien uur donker. De deelnemers konden slapen wanneer ze dat zelf wilden.

Na vier weken begonnen de proefpersonen bifasisch te slapen, in twee afzonderlijke blokken. Ze sliepen eerst drie tot vijf uur, waren dan een paar uur wakker, om vervolgens weer in slaap te vallen.

“Wakker worden na een paar uur slaap is mogelijk geen slapeloosheid”, concludeerde Wehr. “Het is misschien normale slaap.”

"Hou het stil!"

Voor Luk Wyns is het allemaal prima. Hij ziet zichzelf zeker niet als een missionaris van de bifasische slaap. Als anderen liever niet slapen als een hypothetische holbewoner, dan is dat voor hem ook goed.

“Misschien is het zelfs beter zo”, zegt hij. “Iedereen slaapt nu ’s nachts, waardoor ik ongestoord kan werken. Ik mag er niet aan denken dat dat zou veranderen. Dan moet ik binnenkort ook ’s nachts mails beantwoorden!”

Bron: VRT NWS en De Slapelozen

Beluister het gesprek met Luk Wyns in De Slapelozen:

Lees ook:

Radio 1 Select