Slachtoffers van aanslag op Spelen van München na 49 jaar eindelijk herdacht door IOC: "Er was geen excuus meer"

1 augustus 2021
49 jaar na de dodelijke aanslag op 11 Israëlische atleten en officials, tijdens de Olympische Spelen van 1972 in München, worden de slachtoffers eindelijk volwaardig herdacht door het IOC. Onze Israël-correspondente Ankie Rechess, die bij die aanslag haar man Andre Spitzer verloor, voerde al die jaren een strijd voor erkenning. Dat die er nu is, maakt haar zielsgelukkig: "Ik kan het nog steeds niet geloven."

Voor VRT NWS-correspondente in Israël Ankie Rechess was de openingsceremonie een onwezenlijk moment, het culminatiepunt van een strijd van 49 jaar. Dat was te danken aan een paar zinnen uit de speech van IOC-voorzitter Thomas Bach:

Het lijkt een logisch, weinig ophefmakend eerbetoon, maar voor Rechess kan het moeilijk onderschat worden. Want, geloof het of niet, het was de eerste keer dat de slachtoffers van de aanslag op de Spelen van 1972 zo prominent in de aandacht werden gezet door het IOC.

In een kist teruggebracht

U mag dat vreemd vinden. Uiteindelijk ligt die gebeurtenis toch in het collectieve geheugen: leden van de Palestijnse terreurbeweging Zwarte September gijzelden in de nacht van 4 op 5 september 1972 11 Israëlische sporters en officials in het olympisch dorp. Ze wilden dat Palestijnse gevangenen zouden worden vrijgelaten. Tijdens de gijzeling en bij de mislukte bevrijdingsactie kwamen alle Israëli's om het leven, naast ook een Duitse agent. Ook 5 gijzelnemers werden gedood.

Rechess maakte die donkere dag mee vanop de eerste rij. Haar man, Andre Spitzer, was een Israëlische schermcoach en een van de gijzelaars die uiteindelijk het leven lieten. "Het was echt verschrikkelijk. Ik was met mijn man meegereisd naar München. Hij had er altijd van gedroomd om mee te doen aan de Olympische Spelen. 'Dat moet een feest zijn van vrede en vriendschap', zei hij altijd. "Dat we daar met alle atleten uit de hele wereld samen kunnen zijn en via onze sport bevriend kunnen raken.'"

"Ik kende die olympische droom van hem, maar uiteindelijk zijn ze allemaal in een kist teruggebracht naar Israël. Dat het juist daar moest gebeuren, was onbegrijpelijk voor mij."

Geen alternatief op tv

Nog onbegrijpelijker was de reactie van de olympische gemeenschap tijdens en na die Spelen van 1972. "Ze hebben even, heel kort, de Spelen stopgezet", herinnert Rechess zich. "Maar nadien wilden ze gewoon doorgaan. Dat probleem was opgelost."

Rechess kan er zelfs nog enig begrip voor opbrengen dat in die beslissing ook rekening gehouden moest worden met de andere atleten, die ook 4 jaar hadden getraind. "Maar later heb ik begrepen, uit documenten en memo's die ik heb gevonden, dat ze bij de Duitse tv ook geen alternatief hadden. Ze hadden geen extra programma's die konden worden uitgezonden. Dat is dan wel heel bitter."

"Van de toenmalige IOC-voorzitter Avery Brundage hebben we nooit iets gehoord. Dat was echt een onwaarschijnlijke figuur."

Ongelooflijke excuses

49 jaar lang ging Rechess, samen met een andere weduwe, naar alle Olympische Spelen met de vraag of ze een minuut stilte wilden houden. "Het leek mij de meest logische zaak, want het was de zwartste dag van de Olympische Spelen. Op de volgende Spelen, in Montréal, vroegen wij wat er er zou gebeuren. Toen zeiden ze: 'Niks, want hier zijn 22 Arabische delegaties en die zullen de Spelen boycotten als we Israeli's herdenken.'"

Daar gaat het helemaal niet om, zegt Rechess. "Het gaat erom dat het 11 leden van de olympische familie zijn en ik wil dat ze zo herdacht worden. Dat hebben we alle Olympische Spelen weer herhaald. Steeds kwamen de meest ongelooflijke excuses - 'het is nog te vroeg', 'jullie brengen politiek naar de Olympische Spelen'. Uiteindelijk was er geen excuus meer, gelukkig."

Beluister hier het verhaal van Rechess in "De ochtend"

Bron: vrtnws.be en De olympische ochtend