Slechts een derde van de kinderen weet hoeveel hun ouders verdienen

14 maart 2016
Veel ouders praten met hun kinderen over geld, maar dat gebeurt eerder oppervlakkig. Dat blijkt uit de grote geldquête van Radio 1, De Tijd en Wikifin naar aanleiding van de Week van het Geld, die vandaag start.

 

Praten over geld

 

Geld is in de Vlaamse huiskamers geen taboe. In Vlaamse gezinnen is het een regelmatig gespreksonderwerp, zo leert de enquête. Ruim negen op de tien ouders zegt met hun kind(eren) over geld te praten. 3 op de tien doet dat vaak, ruim vijf op de tien doet dat soms, een kleine groep zelden. Amper 5% van de ondervraagde ouders zegt nooit met hun kinderen over geld te praten.

Geld wordt dus wel besproken, maar dat wil niet zeggen dat alle geldzaken ook bespreekbaar zijn. Het meest opvallend daarbij is dat slechts een derde van de kinderen weet wat hun ouders ongeveer verdienen. 60% weet dat niet. Al is er wel een evolutie naargelang de leeftijd van de kinderen: bij jonge kinderen (van 6 tot negen jaar) weet amper 16% wat hun ouders verdienen. Bij prille tieners (10 tot 14 jaar) weet 28% dat, terwijl bij 15-19-jarigen net niet de helft van de kinderen weet wat hun ouders verdienen. Maar 42% weet dat dan nog altijd niet.

 

Zakgeld en een eigen bankkaart

 

Zakgeld is zonder twijfel het meest gebruikte middel om kinderen met geld te leren omgaan. Toch krijgen lang niet alle kinderen zakgeld. Van alle ondervraagde ouders zegt 64% dat ze hun kinderen op regelmatige basis zakgeld geven, 35% zegt dat niet te doen. Bijna de helft van de kinderen krijgt voor het eerst zakgeld voor hun tiende verjaardag. Bijna 1 op de vijf krijgt zelfs al regelmatig zakgeld voor hun zevende verjaardag. Het bedrag dat kinderen krijgen stijgt wel met de leeftijd, zo krijgt het grootste deel van de 10-14 jarigen tussen de 5 en de 39 euro per maand, bij de 15-19 jarigen is dat tussen de 20 en 99 euro per maand.

Ook een eigen bankkaart is een aspect om met geld te leren omgaan. Vanaf 10 jaar krijgen sommige kinderen een eigen bankkaart (vaak met een beperkt op te nemen bedrag). Op 14 jaar heeft de helft van alle kinderen al een eigen bankaart en vanaf dan gaat het snel omhoog: op 15 jaar heeft 63% een eigen bankkaart, op 17 jaar 83%.

 

Sparen voor de kinderen

 

Ook interessant: drie kwart van de ouders zegt te sparen voor hun kinderen. 5% doet dat wekelijks, 40% maandelijks, 5 % regelmatig en 24% doet dat zonder regelmaat. De meeste ouders sparen voor hun kinderen via een spaarrekening, maar één op de vijf doet dat (eventueel daarnaast) ook cash. Slechts een erg klein deel van de ouders (3%) spaart voor hun kinderen via de aankoop van vastgoed of via aandelen.

Maar één op de vier ouders spaart niét voor hun kinderen, bij die groep geeft het grootste gedeelte (49%) aan dat ze niet sparen omdat er binnen het gezin geen financiële ruimte voor is. Drie op de tien ouders die niet sparen voor hun kinderen geven aan dat ze de kinderen wel geld geven als ze dat nodig hebben.

 

Foto © Getty - Fox Photos

Radio 1 Select