Speekseltests op school om drugs op te sporen: kan dat zomaar en is het een goed idee?

26 juni 2019
Vijf secundaire scholen in de Antwerpse gemeente Brasschaat starten volgend jaar met speekseltests om druggebruik bij leerlingen op te sporen. Het gemeentebestuur en de schooldirecties willen zo de drugsproblematiek aanpakken. Maar die beslissing roept nogal wat vragen op.

Is het wettelijk?

Wanneer we spreken over drugs op school, gaat het voornamelijk over cannabis. En voor alle duidelijkheid: voor minderjarigen is het sowieso verboden om cannabis te bezitten of te gebruiken, ook al is het een kleine hoeveelheid voor persoonlijk gebruik.

Speekseltests om druggebruik op te sporen kennen we voornamelijk uit het verkeer. Rijden onder invloed is namelijk verboden en de politie kan een bestuurder onderwerpen aan een speekseltest. Ook op de werkvloer kan een werkgever onder bepaalde voorwaarden een werknemer een speekseltest laten ondergaan.

Maar voor een schoolomgeving bestaat geen specifiek wettelijk kader. De speekseltests in de scholen in Brasschaat zullen evenwel niet verplicht zijn; de leerling moet zijn toestemming vrijwillig geven. Maar daar wringt het schoentje. "Men mag niet vergeten dat er een machtsverschil is tussen de schoolleiding en de leerlingen die natuurlijk haast niet anders kunnen dan toestemming geven, want als een leerling het niet doet legt hij de verdenking op zich", zegt Paul Van Deun, voorzitter van het Vlaams expertisecentrum Alcohol en andere Drugs (VAD).

Als een leerling een speekseltest weigert, kan de school de politie inschakelen, klinkt het in Brasschaat. Maar de politie zelf laat dan weer weten dat ze de speekseltests die zij gebruiken enkel toepassen bij verkeerscontroles.

Is zo'n test wel efficiënt?

Een speekseltest kan vijf stoffen opsporen: cannabis, speed, xtc, heroïne en cocaïne. "Een speekseltest is een screeningtest", stelt Paul Van Deun van VAD. "Dat wil zeggen dat hij heel gevoelig is. Een leerling kan medicatie hebben gebruikt die de test kan beïnvloeden. Het kan ook zijn dat men in een ruimte is geweest, een auto bijvoorbeeld, waar een paar jongeren cannabis hebben zitten roken en dat dat al voldoende is om een positieve speekseltest te geven. Dus het is echt wel riskant om dit op zo'n grote schaal buiten een medisch kader te doen."

Kijken we even naar de speekseltest in het verkeer. Als die test positief is, dan volgt er altijd een diepgaandere speeksel- of bloedanalyse in het laboratorium. Pas als die analyse een positief resultaat geeft, kan er gestraft worden. En het gebeurt wel degelijk dat de analyse afwijkt van de oorspronkelijke test.

Het is niet de taak van de scholen om zulke tests uit te voeren
Vlaams expertisecentrum Alcohol en andere Drugs

Volgens VAD is zo'n speekseltest dan ook geen goed idee. "Het is niet de taak van de scholen om zulke tests uit te voeren. Zeker als het gaat over cannabis zijn er heel veel uitkomsten mogelijk. Het kan zijn dat een jongere in het weekend heeft gebruikt en op dinsdag positief test. Kan een school iets doen met een resultaat van druggebruik van buiten de school terwijl de leerling niet meer onder invloed is?", stelt directeur Marijs Geirnaert van VAD.

"Het is een repressieve maatregel en de school heeft niet de middelen om daar nadien verder iets mee te doen. Een school heeft in de eerste plaats een pedagogische taak. Ze moeten met jongeren een gesprek aangaan en hen begeleiden en geen welles-nietesspelletje aangaan over al dan niet gebruik. Als je het resultaat van die test hebt, moet je toch nog het gesprek aangaan en dan is al het vertrouwen weg."

Wat zijn de risico's?

Bovendien zijn er wel wat risico's verbonden aan het invoeren van speekseltests, vreest het Vlaams expertisecentrum Alcohol en andere Drugs. "Ik begrijp schooldirecties en leerkrachten dat men zich zorgen maakt over het gebruik van cannabis door scholieren", zegt Paul Van Deun van VAD. "Maar deze methode is er wat over."

"Leerlingen zouden namelijk kunnen proberen om de test te vervalsen. Op het internet kunnen ze gaan zoeken naar middeltjes, sprays, drankjes of pillen die een vertekend beeld kunnen geven. En het zou wel eens kunnen dat die producten gevaarlijker zijn dan het roken van een cannabissigaret. Men moet uitkijken naar effecten die moeilijk te voorspellen zijn."

Hoe groot is het drugsprobleem bij scholieren eigenlijk?

"Een drugsprobleem op school is hoofdzakelijk een cannabisprobleem", zegt Marijs Geirnaert. "Alle andere illegale drugs, zoals heroïne of cocaïne, komen nauwelijks voor in een schoolomgeving."

De VAD registreert op regelmatige basis het cannabisgebruik door scholieren. Dat schommelt al een tiental jaar rond de 11 à 12 procent, een vrij stabiel cijfer. Geirnaert: "Die 12 procent zijn de jongeren die aangeven dat ze het afgelopen jaar cannabis hebben gebruikt. We vinden dat cijfer niet onrustwekkend - het is natuurlijk een belangrijk signaal maar het betekent ook dat 88 procent van de jongeren zegt dat ze de laatste twaalf maanden géén jointje hebben gerookt."

Het gaat vooral om cannabis. Alle andere illegale drugs, zoals heroïne of cocaïne, komen nauwelijks voor in een schoolomgeving.

"Het regelmàtige gebruik van cannabis evolueert wel: tussen 2007 en 2017 is het licht gedaald, van 3 procent naar 2,2 procent. Daar zijn we erg blij om, want jongeren die wekelijks of dagelijks een joint opsteken komen in de gevarenzone. Ze gaan dan vaker in hun eentje gebruiken waardoor de groepscontrole wegvalt, deze jongeren krijgen al snel het gevoel dat ze cannabis nodig hebben om te ontspannen of te ontsnappen aan de onaangename pubergevoelens."

Hoe verklaar je dat het problematische gebruik vermindert? Geirnaert: "Uit de antwoorden die jongeren geven op de vragen in ons onderzoek leiden we af dat de boodschap over de risico's van cannabisgebruik echt wel aankomt. Veel jongeren zijn ook weleens ziek geworden van cannabis of ze zijn afgeschrikt door conflicten met hun ouders of de politie."

Het gebruik neemt toe met de leeftijd

Twaalf procent van de jongeren in Vlaanderen gebruikt dus cannabis - dat is uiteraard een gemiddelde want er zijn grote verschillen tussen de leeftijdscategorieën. "In de groep van twaalf- tot veertienjarigen tekenen we een gebruik op van slechts anderhalf procent."

"Vijftien jaar is echt een kantelmoment, het gebruik schiet de hoogte in. Van de 15- en 16-jarigen verklaart 15,5 procent dat ze het laatste jaar cannabis hebben gebruikt. En dat cijfer stijgt nog voor de groep van 17 en 18 jaar, we zitten dan al aan 28,5 procent."

"Twaalfjarigen experimenteren vooral met legale drugs, zoals alcohol en sigaretten. Als ze ouder worden, proberen ze ook gevaarlijkere en illegale drugs. Daar hoort cannabis bij. We moeten dus erkennen dat cannabisgebruik een realiteit is, dat het ondanks het verbod een grote aantrekkingskracht uitoefent op jongeren."

Beluister het gesprek met VRT-collega Gianni Paelinck:

Beluister het gesprek met Jan Jambon, burgemeester van Brasschaat:

Beluister het gesprek met Luc Rombaut, van Drugstories:

Bron: vrtnws.be en 'De Wereld Vandaag'