Sporen van oorlog

10 februari 2018
Slag bij Passendaele, 1917
In de Westhoek zitten bommen in de grond. Dat is geen nieuws. Wat ook algemeen bekend is: landbouwers ploegen er nog altijd geregeld gevaarlijke munitie naar boven. Ploegscharen reiken ongeveer een halve meter diep, de bovenste 50 cm aarde is dus min of meer schoongemaakt. Wat wel nieuw is: de voorbije tien jaar is er intensief archeologisch onderzoek gedaan. En supernieuw: dankzij nieuwe technologieën hoeven archeologen niet meer te graven om de kijken wat de aarde verborgen houdt.

Het is mogelijk om met laseraparatuur vanuit een vliegtuigje zeer nauwkeurige reliëfmetingen te maken. LiDAR heet die technologie. Ze hebben op die manier recent een 1200 jaar oude stad gevonden in Cambodja en onbekende megasteden van de Maya's, verborgen onder de jungle in Guatemala.

De voorbije jaren is Vlaanderen in kaart gebracht met LiDAR technologie. Bij ons geen jungle en verborgen steden, maar wel kraters en loopgraven uit de twee jongste wereldoorlogen. We weten uiteraard dat de Westhoek doordrenkt is van soldatenbloed, maar uit de LiDARbeelden blijkt dat het oorlogslandschap nog in zijn details herkenbaar is.

In het Flanders Fields Museum loopt daarover vanaf 17 februari de tentoonstelling Sporen van Oorlog. Voor De Standaard is Peter Vantyghem een tocht gaan maken door dat oorlogslandschap. Zaterdag zit hij aan de Interne Keukentafel.