Stiefmoeders hebben het moeilijker dan stiefvaders

19 oktober 2018
Pexels
Het is nu officieel en wetenschappelijk vastgesteld. Stiefmoeders hebben het moeilijker dan stiefvaders. Maar waarom is dat zo?

De Nederlandse sociologe Kirsten Van Houdt ondervroeg meer dan 6000 volwassenen, geboren in de jaren ’70 en ’80. Een grote groep daarvan was bij één ouder opgegroeid. Van Houdt vroeg hen o.a. naar de relatie met hun ouders en stiefouders. Daaruit bleek dat deze nu volwassen kinderen vaker hun stiefvader als hun echte vader zien, dan ze hun stiefmoeder als hun echte moeder zien. 44 procent ziet de stiefpapa als een echte vaderfiguur. Voor de stiefmoeder koestert men slechts in 17 procent die bijzondere gevoelens. (Tegenwoordig spreken we ook over de plusmama en de pluspapa, omdat die benamingen positiever klinken. Maar omdat Van Houdt het in het interview in 'Nieuwe Feiten' telkens heeft over de stiefmoeder en de stiefvader hebben we die benamingen aangehouden, nvdr)

Er zijn verschillende verklaringen voor dit alles, maar de belangrijkste is een structurele. “In die tijd was het meer vanzelfsprekend dat kinderen na een scheiding bij hun moeder bleven wonen, waardoor ze automatisch vaker bij hun stiefvader woonden. Hun biologische vader, en dus ook hun stiefmoeder, bleven meer op afstand.”

Spagaat

Er hangt ook een bepaald idee in de samenleving over wat een moeder moet zijn. Zo zit de stiefmoeder "in een soort spagaat": ze zou een goede warme moeder moeten zijn, maar men tolereert het ook weer niet als ze de rol van de biologische moeder probeert over te nemen. Bij een stiefvader ziet men dat anders. Wanneer hij taken op zich neemt, denkt men al gauw “oh, wat fijn, dat hij dat doet.”

Van Houdt onderzocht ook welke hulp ouders en stiefouders aan hun kinderen geven. Denk bijvoorbeeld aan het babysitten op de kleinkinderen, of garant staan voor een hypotheek. “Als er een biologische moeder is, is de rol van de stiefmoeder kleiner dan wanneer de biologische moeder overleden is. Als je die vergelijking maakt voor de aanwezigheid van de biologische vader zie je niet dat effect op de rol van de stiefvader.”

Moeten we dan besluiten dat een vader vlugger vervangbaar is? “Daar lijkt het wel op. Al is het niet iets wat we direct kunnen bewijzen” besluit Van Houdt.

Lees ook: