Straatventers in Barcelona: georganiseerd en getolereerd

8 december 2018
Copyright by©Carlos Roth
De politie in Barcelona knijpt oogje dicht voor zijn Senegalese straatventers. Die hebben vaak geen andere keuze dan illegaal nepgoederen te verkopen. Als ze op de bon gaan, mogen ze nooit meer legaal werken in Spanje, onderzocht journaliste Arkasha Keysers voor Knack.

Arkasha Keysers woonde twee jaar lang in Barcelona. “Daar viel me de clash tussen straatverkopers en toeristen die naar het strand willen gaan en er souvenirs oppikken meteen op”, vertelt de journaliste in Interne Keuken.

Het woord clash gebruikt ze heel nadrukkelijk, maar niet in de zin van een confrontatie. Eerder het omgekeerde.

“Het gaat om een clash van twee verschillende groepen, naïeve toeristen en mensen zonder papieren en zonder rechten, die alletwee om een heel verschillende reden aangekomen zijn in Barcelona. Ze komen voortdurend in contact, maar een wederzijdse interesse is er niet. Dat vond ik heel interessant.”

Doeken vol souvenirs

“In centrumsteden in het zuiden waar veel toeristen komen, zoeken mensen zonder papieren hun toevlucht tot de straatverkoop”, merkt Keysers. “In die buurten is het vaak struikelen over de souvenirs.”

In Barcelona zag ze vooral manteros. “Manta is de Spaanse benaming voor het doek waarop zij hun souvenirs kunnen uitstellen. Dat doek kunnen ze snel bij elkaar trekken om weg te rennen als de politie afkomt.”

Ondanks een goedgekeurde asielaanvraag, mogen migranten drie jaar niet werken in Spanje

Als Keysers over manteros spreekt, bedoelt ze veelal Senegalese migranten. Ze kregen asiel in Spanje, maar daarmee zijn niet hun problemen van de baan. “Het probleem in Spanje is dat ze er nog steeds drie jaar lang niet legaal mogen werken.”

“Ze worden dus niet teruggestuurd, maar ze komen wel op een plek terecht waar ze drie jaar lang geregistreerd moeten zijn voor ze legaal aan de slag kunnen.”

De migranten hebben vaak geen andere keuze dan in de straatverkoop te gaan. “Ze krijgen geen uitkering van de regering.”

Straatverkoop op je strafblad

“Na die drie jaar, moeten ze een voltijds arbeidscontract van een jaar kunnen aantonen en een blanco strafblad”, gaat Keysers verder. Vooral bij dat laatste knelt het schoentje.

De vorige regering, met de Partido Popular aan het roer, besliste dat straatverkoop op het strafblad komt. “Als je dus drie jaar illegaal als straatverkoper moet werken om te overleven, en je wordt betrapt, dan mag je daarna ook niet meer legaal beginnen werken.”

Niet iedereen ziet de manteros graag komen. Toch worden ze steeds beter ontvangen. “Nu worden straatventers veel meer getolereerd in Barcelona. De politie jaagt hen niet meer op, enkel hun waar wordt in beslag genomen.”

Na drie jaar werken in de illegaliteit geeft de stad Barcelona zijn straatventers zelf een legale job

“Er bestaat zelfs een vakbond voor straatventers. En na drie jaar illegaal werken zal de stad hen proberen een job te geven.”

65 euro per halfuur

Niet elke straatventer wil zijn job opgeven na drie jaar. Keysers ziet twee types straatverkopers.

“Je hebt mensen die zo snel mogelijk legaal aan een job willen komen en echt in Barcelona willen blijven. En je hebt mensen die er al langer zijn dan 3 jaar, die een job kunnen krijgen maar vooral veel geld willen verdienen om naar hun familie te sturen.”

Wie vijf jaar op straat verkoopt, weet hoe het handeltje in elkaar zit

Veel geld? “Daar was geen eenduidig antwoord op. Maar wie al vijf à tien jaar op straat verkoopt, weet hoe het handeltje in elkaar zit”, verduidelijkt Keysers.

Zo interviewde ze een halfuur lang een straatverkoper. In die tijdsspanne had die al vijf paar valse Nikes aan 25 euro per paar verkocht. "Dat is goed voor 65 euro winst, zonder belastingen die er nog afmoeten. Want die straatverkoper koopt de schoenen aan voor 12 euro per paar bij de Chinees om de hoek.”

Die Chinese groothandelaar verkoopt namaak-Nikes, maar doet op zich niks illegaal. “Bij merken zoals Nike is enkel het logo zelf gepatenteerd. Nepgoederen zoals bij de Chinees komen toe in Barcelona zonder logo erop. De groothandelaar geeft dan de logo’s onder de toonbank mee. Die moet de straatverkoper er dan zelf opplaken. Pas vanaf dat moment is de praktijk strafbaar.”

Lijst van artikels