"Syrische kinderen gaan nog decennialang hulp nodig hebben"

16 december 2016
Kinderen die opgroeien in de oorlogsgebieden in Syrië lopen een groot risico op blijvende gezondheidsschade. Dat blijkt uit een onderzoek waaraan het UZ Brussel heeft meegewerkt. ”Kinderen hebben een enorme veerkracht, maar hoe langer je wacht, hoe moeilijker het wordt de schade te herstellen”, zegt kinderarts bij het UZ Brussel Gerlant van Berlaer.

Samen met de Rode Halve Maan deed het UZ Brussel mei vorig jaar onderzoek naar de impact van de oorlog op de familiale situatie, gezondheidstoestand en de scholing van Syrische kinderen in oorlogsgebied. Duizend kinderen uit Aleppo, Idlib, Hamah en Latakia werden onderzocht.

Het valt op dat de gezondheid van de kinderen het meest onder de oorlog heeft te lijden. Zo heeft 64% van de kinderen geen toegang tot een kinderarts en is intussen 72% van de kinderen niet geënt tegen ziektes zoals polio of de mazelen. “Het risico voor levenslange verlamming of hersenschade is groot. Dat heeft grote gevolgen voor de komende zeventig tot honderd jaar. De kinderen gaan nog decennialang hulp nodig hebben.” Van Berlaer concludeert dat 4% van de kinderen al ernstige mentale schade heeft geleden en dat 5% al minstens één ouder verloren is.

Uit het onderzoek blijkt ook dat meer dan de helft van de kinderen geen toegang heeft tot het onderwijs. “Voor de oorlog uitbrak, was Syrië op de goede weg om de Millenniumdoelstellingen te halen. Ondertussen is hun levensverwachting met twaalf jaar gedaald.” 

Van Berlaer wil dat hulpverlening zo snel mogelijk toegelaten kan worden. "Kinderen hebben een enorme veerkracht, maar hoelanger je wacht, hoe moelijker en duurder het wordt om de schade te herstellen".

 

Radio 1 Select