Terug naar het Tijdvak Zonder Naam

12 oktober 2019
In 1648 was hij eindelijk voorbij: de Tachtigjarige Oorlog tussen protestanten en katholieken in de Lage Landen. Willem van Oranje, Hertog van Alva, Filips II, de val van Antwerpen… je kent de verhalen wel.

De Verenigde Provinciën werden onafhankelijk, de Hollanders begonnen aan hun Gouden Eeuw, terwijl wij, de Zuidelijke Nederlanden afgleden naar een tweederangs natie. We werden het wingewest van Europa. Om de zoveel jaar onder de voet gelopen door weer een ander vreemd leger.

We gingen ten onder aan nostalgie: de Vlaamse steden die hoogtij vierden in de middeleeuwen, de bourgondische pracht en praal , de gouden tijd van keizer Karel, de rijkdom van de havenstad Antwerpen. Allemaal voltooid verleden tijd.

Tot aan de val van Napoleon zouden er nog 167 ellendige jaren volgen. Dat is wat ze ons altijd verteld hebben over die periode 1648-1815. Dat blijkt niet helemaal te kloppen.

Historicus Edward De Maesschalk zet in zijn nieuwe boek ‘Het strijdtoneel van Europa’ ons wereldbeeld op zijn kop. Ondanks het feit dat rampen en oorlog het land teisterden, stammen de mooiste gebouwen in onze contreien uit die periode. In die jaren verdubbelde haast de bevolking, werden de meeste grote steenwegen aangelegd, bloeide de kant- en katoenindustrie, ontstonden de eerste steenkoolbekkens en werd de intensieve landbouw een voorbeeld voor geheel Europa.

Het is net omdat onze welvaart de ogen uitstak dat we voortdurend door buitenlandse mogendheden werden belaagd. Tijd voor eerherstel dus, voor een Tijdvak dat zelfs geen Eigen Naam gegund werd.