Tienduizenden mensen laten sociale rechten zoals leefloon links liggen: "Drempel ligt hoog en informatie ontbreekt"

23 juni 2022
40 tot 50 procent van de mensen die recht hebben op een leefloon, neemt het niet op. Dat blijkt uit onderzoek van de universiteit van Antwerpen, in samenwerking met de universiteit van Luik, FOD Sociale Zekerheid en het Federaal Planbureau. Ook de niet-opname van andere sociale rechten werd onder de loep genomen. “In totaal gaat het over tienduizenden mensen”, zegt onderzoeksleider Tim Goedemé.

Het onderzoek richt zich op mensen die in 2017 een laag belastbaar inkomen hadden, en verdiept zich in de (niet-)opname van het leefloon, de verhoogde medische tegemoetkoming, de verwarmingstoelage en de inkomensgarantie voor ouderen.

60 tot 70 procent van wie recht had op een inkomensgarantie voor oudere mensen, heeft dat niet opgenomen, wijst de studie uit. “Een verrassend resultaat”, vindt Tim Goedemé, onderzoeksleider aan het centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck en coördinator van dit onderzoek. “Er zijn immers al stappen gezet om ervoor te zorgen dat de niet-opname zo laag mogelijk ligt. Vroeger lag het initiatief quasi volledig bij de ouderen. De laatste jaren gaat de federale pensioendienst, zodra iemand 65 wordt, zelf na of hij of zij potentieel recht heeft op de uitkering.”

Wel blijft het volgens Goedemé een probleem dat er vervolgens een brief met een hele lijst aan vragen naar de rechthebbenden wordt gestuurd. “De inkomensgarantie voor ouderen hangt namelijk niet alleen af van het inkomen dat je hebt, maar ook van het vermogen en het spaargeld. Wellicht ligt er daar toch nog een heel grote drempel om effectief die uitkering op te nemen.”

Omslachtige procedures

Ook de andere tegemoetkomingen scoren niet goed. Bij de verhoogde tegemoetkoming in gezondheidskosten is er een niet-opname van 40 tot 50 procent bij de 18- tot 64-jarigen, en 20 tot 25 procent bij de 65-plussers. Bij de verwarmingstoelage gaat het om liefst 80 procent. “De redenen waarom variëren wellicht tussen de verschillende uitkeringen, omdat ze verschillende voorwaarden en procedures hebben”, aldus Goedemé.

“De verwarmingstoelage is een redelijk kleine premie, die je moet aanvragen bij het OCMW binnen de 60 dagen nadat je stookolie hebt aangekocht. Voor een klein bedrag moet je dus naar het OCMW en een inkomensonderzoek laten uitvoeren, een omslachtige procedure. Maar toch, zeker met de stijgende energieprijzen is het zonde. Nu, let wel: de cijfers gaan over 2019, het zou kunnen dat intussen meer mensen de toelage aanvragen.”

“Bij het leefloon, waar we een niet-opname van 40 tot 50 procent zien, is een heel belangrijke drempel de hele gebrekkige informatie die mensen erover ontvangen. Mensen denken bijvoorbeeld dat ze er geen recht op hebben terwijl dat wel het geval is, of ze weten niet eens dat het bestaat.”

"Meer proactief inlichten"

Goedemé raadt de overheid dan ook aan op verder in te zetten op automatisering. “Dat kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld door mensen proactief in te lichten dat ze mogelijk rechthebbenden zijn. Ook worden de procedures best zo eenvoudig mogelijk gehouden. Men kan er daarnaast over nadenken om in sommige gevallen de criteria die bepalen of iemand al dan niet ergens recht op heeft, te hervormen.”

Ook kunnen we volgens Goedemé de vraag stellen hoe ver men moet gaan in het controleren van het inkomen en het vermogen. “Naar het OCMW stappen, en aan een inkomens- en vermogensonderzoek deelnemen, doen mensen vaak pas als ze echt in de problemen zitten. Bovendien wordt er aan mensen die een vermogensonderzoek ondergaan, heel veel informatie gevraagd. Elke frank moet worden omgedraaid om te zien of ze niet net dat beetje te veel spaargeld hebben. Ik denk dat daar eerder mensen moeten worden uitgesloten die écht een groot vermogen hebben, zodat de privacy van de rechthebbenden wat meer gewaarborgd kan worden.”

Bron: vrtnws.be en 'De Wereld Vandaag'