“Tijdens WO I moesten in de Antwerpse Zoo duizenden dieren worden afgemaakt”

23 juni 2018
De Antwerpse Zoo deed ooit dienst als bioscoop. Noodgedwongen, omdat de Duitsers er tijdens WO I mee dreigden Antwerpen te bombarderen en de wilde dieren zo zouden kunnen ontsnappen. Gevolg was dat duizenden dieren moesten worden afgemaakt. Mediahistorica Leen Engelen vertelt hoe dat precies in elkaar zit.

Alsof de duivel ermee speelt. Deze week stond het hele land in rep en roer door de ontsnapte leeuwin Rani en net nu brengt Leen Engelen samen met haar collega Roel Vande Winkel een boekje uit over de Antwerpse Zoo die zich aan het begin van de twintigste eeuw moest ontdoen van duizenden dieren. De Duitsers dreigden er immers mee Antwerpen te bombarderen en de zoo lag, net naast het Centrale station, op een strategisch erg interessante plaats.

Van de 10.092 dieren schoten er vijf jaar later nog 1899 over

“De cijfers zijn indrukwekkend”, begint Leen Engelen. “In 1914 waren er nog 10.092 dieren in de Zoo van Antwerpen, in 1919 schoten er daar nog maar 1899 van over.” Dat was ook toen geen beslissing waar licht werd overgegaan. “De directeur van de zoo was het er helemaal niet mee eens”, vertelt Leen. “Hij is er letterlijk ziek van geweest en lag een week buiten strijd. Maar op dat moment was het door de Duitse dreiging wel noodzakelijk.”

Naar de beenhouwer

De dieren werden aan de Antwerpse beenhouwers verkocht en heel wat soorten als buffels, zeboe’s en kamelen werden afgemaakt omdat men er geen voedsel meer kon voorzien. “Dieren werden ook samen gezet om verwarmingskosten te besparen en ook aan de noden van heel wat soorten kon niet worden voldaan”, vertelt Leen. “Zeewater voor de vissen bijvoorbeeld kon niet meer worden aangebracht dus moest ook daar mee gestopt worden.”

Geen dieren, geen bezoekers. De mensen bleven weg en abonnementen werden niet verlengd, bij wijze van noodoplossing werd de prestigieuze zoo dan maar omgedoopt tot bioscoopzaal. “Bioscoopzalen kampten in die tijd met een erg slechte reputatie”, weet Engelen. “De Zoo daarentegen barstte van het prestige, enkelen de bourgeois kon een abonnement betalen.” Het duurde dus even voor iedereen van het bestuur akkoord was met het nieuwe elan. Maar nood brak wet.

Geluidsfilm als spelbreker

Aanvankelijk toonde de ‘Cine Zoologie’ korte films van een tiental minuten van Franse en Italiaanse makelij. Later ook Duitse filmpjes. Dat ging enkele decennia goed, maar het was de invoering van de geluidsfilm rond 1930 die de zaal de das om deed. “Cinéma Zoology moest fors investeren in nieuwe installaties en die investeringen werden nooit terug verdiend”, vertelt Leen. “Bovendien kwam er in de stad ook steeds mee concurrentie van onder meer de Roma.”

Zo kwam er na een korte periode een einde aan de bioscoopzaal. En de zoo? Die raakte terug gevuld. “Voornamelijk door steun uit het buitenland”, aldus Engelen. “Van overal ter wereld werden dieren opgestuurd om de Antwerpse kooien terug te bezetten.”

Lees er alles over in ‘Cine Zoology: Hoe film de Antwerpse dierentuin heeft gered’.

Lees ook: