"Toen Merckx die Tour gewonnen had, kroop ik op de rug van een dier en stak mijn beide armen ook hoog in de lucht"

14 juni 2020
Johny Vansevenant
De liefde voor Eddy Merckx zat al van kinds af aan in wetstraatjournalist Johny Vansevenant. Zijn kracht op de fiets en de bescheidenheid eenmaal over de finish, heeft Vansevenant diep geraakt. Hij schreef een boek over Merckx en geeft ons graag enkele verhalen van de grootse wielrenner mee.

Ik was 11 in 1969. Ik zag iedere rit van de Tour op tv. Toch de laatste veertig kilometer, want meer zonden ze toen niet uit. Gelukkig was er daarvoor op de radio al het onvolprezen duo Jan Wauters en Marc Stassijns. Jan op de motor was een spraakwaterval. Trefzeker en krachtig beschreef hij elke lendenstoot van Merckx op de Alpen- en Pyreneeëncols.

Door Jan kreeg ik de liefde voor de radiojournalistiek mee en wou ik later zoiets worden als hij.

Ik zag Merckx in die Ronde van Frankrijk van 1969 met net geen 8 minuten voorsprong de koninginnenrit over Tourmalet en Aubisque winnen. Merckx droeg al de gele trui in die Tour en had al 8 minuten bijeen gesprokkeld. Merckx reed over de streep in Mourenx met beide armen hoog in de lucht. Ik woonde toen op een boerderijtje in Lichtervelde. Op het erf liepen zeugen vrij rond. Toen Merckx die Tour gewonnen had, kroop ik op de rug van een van die dieren en stak mijn beide armen ook hoog in de lucht. Het dier bleef mooi stil staan en mijn vader maakte er op mijn vraag een foto van. In mijn recentste boek ‘1969 – Het jaar van Eddy Merckx’ staan achteraan beide foto’s naast elkaar. Het zegt alles over de Merckx-microbe die ik had en eigenlijk nog altijd heb.

Ik heb Merckx geïnterviewd over die waanzinnige rit naar Mourenx. 140 kilometer in de aanval gaan om nog eens 8 minuten toe te voegen aan al 8 minuten voorsprong, terwijl het meer dan 35 graden warm was. Ik vroeg hem wat hij nu vindt van de Eddy van toen.

Zijn inschatting over zichzelf was: ‘Wat ne zot zijde gij?’.

Toen ik hem zei, dat zo’n prestatie toch formidabel en nooit gezien was, haalde hij zelfrelativerend eens de schouders op. Geen greintje pretentie dus.

Merckx heeft me als klein kind door die bescheidenheid ingepakt. In ’67 hadden we nog geen tv en ik ging bij de buren naar de koers kijken. Een buurjongen zei me: ‘Je moet eens kijken naar die met zijn zwart haar die nogal met zijn schouders wiegt. Hij rijdt heel de tijd op kop en vraagt van niemand hulp en op het einde rijdt hij ze allemaal los.’ En hij deed dat dan nog ook. Daarna werd Eddy geïnterviewd door tv-reporter Fred De Bruyne. De geweldenaar op de fiets stond daar met een schuchter glimlachje en daarna stak hij aarzelend van wal: ‘Ja euh Fred, de tegenstand was vandaag heel sterk. Het was echt niet gemakkelijk…’ Weer geen greintje pretentie en wat een contrast met de Merckx op de fiets. En wat een respect voor zijn tegenstanders.

Wijlen RTBF-tv-reporter Theo Mathy zei ooit dat er twee Eddy Merckxen zijn.

De keiharde in de koers en de zachtaardige daarbuiten, die moeilijk neen kan zeggen. Eddy’s vader was streng en hard. Zijn moeder was zacht en gevoelig. Mathy zei dan ook dat Eddy in de koers zijn vader was en daarbuiten zijn moeder.

Om zich af te schermen had Eddy zijn echtgenote Claudine die wel resoluut was. Ze vertelde me dat mensen soms hun tuin introkken, om door het raam binnen te kunnen kijken. Ze wilden een glimp van Eddy opvangen. Claudine moest ze dan wegjagen, want haar kampioen had zijn rust nog. Na Merckx’ formidabele eerste Tourzege in 1969 ontplofte de publieke belangstelling voor hem. Tijdens die Tour bracht de postbode iedere dag 150 brieven met de vraag voor een gehandtekende foto. Claudine moest ook een antwoordapparaat laten installeren omdat supporters heel de tijd opbelden met de vraag om Eddy de groeten te doen. Het werd te veel voor mevrouw Merckx…

En eigenlijk is die publieke belangstelling nooit opgehouden. Vorig jaar net voor de herdenking van de 50ste verjaardag van zijn Tourzege van ’69 kreeg hij de ene interviewaanvraag na de andere. Op een bepaald moment zelfs 10 per dag van overal ter wereld. Er was ook een journalist van de Nederlandse krant NRC die me vroeg om een goed woordje te doen zodat hij toch een interview kreeg. Eddy klaagde: ‘Ik word geleefd.’ Hij heeft uiteindelijk moeten leren neen zeggen. Het is dus soms lastig Eddy Merckx te zijn.

Beluister de column van Johny Vansevenant voor 'De toestand is hopeloos maar niet ernstig':

Lees ook:

Radio 1 Select