"Toenemend aantal mensen stelt zorg uit"

15 december 2020
© Nicolas Maeterlinck (Belga)
Het aantal Belgen dat medische zorg uitstelt, is de voorbije jaren sterk toegenomen. De mensen stellen vooral tandzorg uit. Opmerkelijk is dat ook gezinnen met hogere inkomens tandzorg uitstellen. Dat meldt het Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE).

Het KCE stelt vast dat mensen uit kwetsbare groepen gemiddeld meer gezondheidsproblemen hebben en dus ook meer nood hebben aan gezondheidszorg. "In de Belgische verplichte ziekteverzekering is solidariteit een belangrijk principe, waarbij men deze ongelijkheden in gezondheid zoveel mogelijk wil opvangen: gezonde burgers betalen mee voor de gezondheidszorg van de minder gezonden", zegt Gudrun Briat van het KCE.

Het kenniscentrum vroeg zich af of de toegang tot ons systeem ook billijk is. "Is onze gezondheidszorg even toegankelijk voor mensen met dezelfde zorgbehoeften? Of veroorzaakt de socio-economische status daar verschillen en zijn deze doorheen de jaren geëvolueerd? ", aldus Briat.

Om dit na te gaan, werkte het KCE een methode uit om zorggebruik te corrigeren voor zorgnood. Deze methode, en de daaruit voortkomende resultaten, vormen het belangrijkste verschil met eerder onderzoek naar billijkheid in de zorg in België. De gebruikte gegevens dateren van vóór de COVID-crisis.

In 2008 stelde 0,5 procent van de volwassenen medische zorg, vooral specialistische, uit. Dat steeg in 2016 tot 2,3 procent. Voor tandzorg bedroeg dat percentage 1,6 procent in 2008 en dat steeg tot 3,7 procent in 2016. Deze resultaten zijn volgens het KCE slechter dan in onze buurlanden.

Het KCE stelt ook vast dat mensen in een financieel kwetsbare situatie, zoals werklozen, alleenstaanden en mensen met risico op armoede, minder vaak naar een specialist gaan en dat ze ook aanzienlijk minder gebruik maken van tandzorg dan gemiddeld. Hogere inkomens maken er dan weer meer dan gemiddeld gebruik van. Zelfs huisartsen worden minder bezocht door financieel kwetsbare groepen, behalve wanneer ze gebruik maken van de verhoogde tegemoetkoming. Anderzijds gaan deze groepen meer naar de spoed, want voor die zorg moeten ze niet onmiddellijk ter plaatse betalen.

Een grote meerderheid van mensen die zorg uitstellen, heeft geen buffer om onverwachte uitgaven op te vangen, terwijl ze net veel nood aan zorg hebben. Zij moeten soms een keuze maken tussen basisbehoeften (voedsel, nutsvoorzieningen, huisvesting en hygiëne) en gezondheidszorg.

In 2016 kon 36 tot 54 procent van deze mensen zich niet om de andere dag een warme maaltijd veroorloven. Bijna de helft van hen valt terug op een leefloon of een invaliditeitsuitkering.

Een belangrijke reden waarom mensen zorg uitstellen of helemaal niet gebruiken, is dat ze een gedeelte zelf moeten betalen (remgelden en supplementen) en/of de kosten eerst moeten voorschieten en dan wachten op terugbetaling. Voor gezinnen met beperkte financiële middelen kan dit volgens het KCE een zware financiële last betekenen.

In België vertegenwoordigen deze eigen betalingen ongeveer 19 procent van de totale uitgaven voor gezondheidszorg. Hierdoor bevindt België zich ruim boven het niveau van onze buurlanden. Het KCE stelde vast dat in 2018 ongeveer 4 procent van de gezinnen te maken hadden met "catastrofale" eigen betalingen. Dat wil zeggen dat uitgaven voor zorg meer dan 40 procent uitmaken van de totale gezinsuitgaven.

Beluister het gesprek met Frank Herbout, tandarts en ook voorzitter van de Vlaamse beroepsvereniging tandartsen (VBT):

Bron: vrtnws.be en 'De Ochtend'

Lees ook: