"Traumatische herinneringen kan je bewerken of overschrijven"

27 september 2017
© Christo de Klerk
De afgelopen dagen werd veel gezegd over herinneringen die geleidelijk of plots kunnen opkomen. Maar bestaat er ook zoiets als herinneringen wegvegen of helemaal uit je systeem zetten? Paul Verhaeghe, professor klinische psychologie en psychoanalyse weet meer.
Paul Verhaeghe over geheugen

Regisseur Michael Roskam had het over zijn nieuwe film ‘Le Fidèle’ toen hij zei dat “de mens in volwassen vorm het resultaat is van keuzes die hij door omstandigheden maakte als kind”. Die herinneringen kan je daarom niet meer ongedaan maken, denkt Roskam. 

Psycholoog Paul Verhaeghe bevestigt: “Het geheugen zit in het lichaam, niet in het verbale geheugen - of hoe een collega het mooie verwoordde: ‘the body remembers the score’ (‘het lichaam houdt de score bij’, red.)”.

Ik geloof in de mate dat we zelf keuzes kunnen maken en er iets mee kunnen doen

Roskam en Verhaeghe zijn het er daarentegen niet over eens dat er niets mee kan worden gedaan. Dat je er niet vanaf geraakt, betekent niet dat je er niets mee kan doen. “Die herinneringen zijn bewerkbaar en je kan ze ‘overschrijven’”, zegt Verhaeghe. “Ik geloof in de mate dat we zelf keuzes kunnen maken en er iets mee kunnen doen.”

Verbaal versus affectief

Het geheugen van traumatische ervaringen bevindt zich niet in het gewone geheugen, legt Verhaeghe uit. “Bovendien is het ook een affectief geheugen”, vervolgt hij. “Affecten voelen we letterlijk, bijvoorbeeld in je buik. Je kan er geen woorden aan verbinden zoals je dat kan bij gewone herinneringen.”

Met je traumatische herinneringen aan de slag gaan, kan daarom door ze toch op een manier te gaan omschrijven. Of het kan door je leven op een specifieke manier te gaan uitbouwen, bewust of onbewust. “Iemand die uit een oorlogscontext komt, kan zich in zijn beroeps- of privéleven gaan inzetten voor anderen. Of net het omgekeerde: zich heel fel terugtrekken, zoals we bijvoorbeeld zagen bij Vietnamveteranen, die zich terugtrokken in de Canadese bossen.”

Dagboeken hebben ongetwijfeld iets therapeutisch. Dat wat je neerschrijft wordt geadresseerd aan een ander, zelfs al is het abstract

Eenzelfde traumatische ervaring heeft niet hetzelfde effect op iedereen. “Sommigen krijgen een acute stressstoornis. Die zijn goed in staat om verbale herinneringen van dat trauma naar boven te halen. Anderen ontwikkelen een posttraumatische stressstoornis, die later uitbreekt. Voor die groep is verbale herinnering onmogelijk.”

Hoe zet je zo’n herinnering dan om in woorden? Een goed voorbeeld volgens Verhaeghe zijn dagboeken. “Dat heeft zonder de minste twijfel iets therapeutisch. Dat wat je neerschrijft wordt geadresseerd aan een ander, zelfs al is het abstract.” Een andere manier die Verhaeghe aanreikt zijn zelfhulpgroepen. “Het is één van de meest krachtigste therapeutische methoden om traumatische ervaringen te bewerken.”