Trouwende vrouwen

11 september 2021

Op 4 mei 1435 begeven Adriane Vander Rijt en haar ouders zich naar de Antwerpse schepenbank voor de registratie van een opmerkelijk contract. In de overeenkomst belooft Adriane plechtig om niet te trouwen zonder de uitdrukkelijke toestemming van haar ouders.

Dat daar een contract voor nodig is, is straf. Je zou denken dat in die tijd de vrouw sowieso niks te piepen had en alle huwelijken gearangeerd werden om de familiale belangen veilig te stellen. Niet dus. Of toch niet altijd.

Vanaf de twaalfde eeuw bepaalt het kerkelijk recht dat er bij een huwelijk wederzijdse toestemming nodig is. Niet van de ouders, maar van de partners. Een vrouw kon niet langer gedwongen worden om tegen haar wil te trouwen. Dat is behoorlijk revolutionair. Wat zeggen wij dan? Dank u, middeleeuws kerkelijk recht. 

Dat contract tussen Adriane en haar ouders kwam er overigens omdat ze een maand eerder ontvoerd was (door een man van wie we de naam niet kennen). De onverlaat werd daarvoor streng gestraft, maar stel dat ze toen gezegd had: “Awel, ja, ’t is goet. Ic ben blijde dat gy mi gescaakt hebt. Komt hier dat ic met u trouw.”* dan konden haar ouders dat niet tegenhouden. Zo’n huwelijk was rechtsgeldig. Precies dat joeg haar familie de stuipen op het lijf.

Om maar te zeggen: er valt veel te zeggen over het middeleeuwse huwelijk. En dat is precies wat Chanelle Delameillieure, onderzoeker aan de KU Leuven, zaterdag aan onze keukentafel gaat doen. Ze schreef er een heel doctoraat over. En wie weet, wint ze daarmee op 11 oktober wel de PhD Cup.

*Toegegeven: ons Middelnederlands is niet meer wat het geweest is. Sorry, professor Willaert. U heeft nochtans uw best gedaan.

Lees ook: