Tv-icoon Paula Sémer (94): "Grote inspanning om dag in dag uit de uitdagingen van het leven aan te kunnen"

29 oktober 2019
© Siska Gremmelprez
Er moet een wettelijke regeling komen om uit het leven te stappen wanneer mensen voortleven niet meer zien zitten. Dat zegt Paula Sémer, de pionier en coryfee van de Vlaamse televisie, naar aanleiding van de stelling van voorzitter Gwendolyn Rutten van Open VLD om euthanasie mogelijk te maken bij een "voltooid leven". Tegelijk pleit ze voor meer aandacht voor bejaarde mensen.

Ze stond mee aan de wieg van de Vlaamse televisie waar ze grenzen verlegde en taboes aan diggelen sloeg met programma's over seksualiteit, vrouwen(rechten) en zware ziektes als kanker. Hoewel ze intussen al lang van het scherm is verdwenen, blijft ze voor velen de ultieme coryfee en het schermgezicht par excellence. Ondanks haar hoge leeftijd laat ze vandaag nog steeds haar stem horen en weegt ze op het maatschappelijke debat: Paula Sémer, presentator, actrice en oud-politica voor de SP.A.

Het interview dat Lutgart Simoens, dat andere icoon van de Vlaamse openbare omroep, afgelopen weekend aan Het Laatste Nieuws gaf en waarin ze zegt dat ze haar leven als volbracht beschouwt en dat ze zelf wil beslissen wanneer ze ermee ophoudt, laat Sémer niet onberoerd. Ook het opiniestuk in De Morgen van voorzitter Gwendolyn Rutten van Open VLD die haar bijtreedt en die stelt dat euthanasie ook bij een "voltooid leven" mogelijk moet zijn, stemt haar danig tot nadenken.

In 'De Wereld Vandaag' laat Sémer vanavond haar licht over de kwestie schijnen. Dat doet ze bedachtzaam en met nuance, nu eens slaand, dan weer zalvend. "Ik ben bezig met opruimen", giechelt ze wanneer het gesprek begint. "Ik ben al de hele dag aan het opruimen. Ik ben een meester in wanorde scheppen."

"Ik heb het interview met Lutgart gelezen en ik sta er achter, meer dan 100 procent. Toch blijft het een moeilijke zaak. Met de portie leed die Lutgart heeft gekregen, kan ik me voorstellen dat je zegt dat het genoeg geweest is. Er zullen nog wel mensen in haar geval zijn. Er zou een wettelijke regeling moeten komen waarop we uit het leven kunnen stappen wanneer ze zeggen dat we het echt niet meer zien zitten."

Alleen leven, eenzaam leven, dat leer je.

Zelf woont Sémer nog zelfstandig in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. "Ik woon in een goed appartement bij een park. Ik beredder alles nog zelf en heb hulp in het huishouden. Ik heb dagen van eenzaamheid en dat weegt soms. Maar alleen leven, eenzaam leven, dat leer je. Ik kan heel goed alleen zijn zonder mij eenzaam te voelen. Ik heb mijn computer, ik heb contact met de buitenwereld via de telefoon en ik zap nog wel een beetje. Maar te lang geen sociaal contact hebben, dat is afschuwelijk. Voor elke mens, denk ik."

Het idee dat ze ooit naar een woonzorgcentrum zou moeten verhuizen, boezemt haar angst in. "Ik ken de toestanden in de meeste homes en die zijn allesbehalve rooskleurig. Het maakt me soms kwaad dat er zo weinig mogelijkheden zijn voor zo'n grote groep mensen. Waar blijft de betaalbare opvang? Maar ook in de heel dure opvangcentra, in het Brusselse, zijn er veel wantoestanden."

"Mensen die daar, sorry, met een vuile pamper liggen", verduidelijkt ze haar ongenoegen. "Mensen met een bord eten voor zich dat je nog niet aan een hond zou geven. Ik word daar zo kwaad van, en dan betalen mensen zoveel geld ook nog. Ik kan niet zeggen dat ik al ooit in een goede home ben geweest met een correcte opvang. Winstbejag is altijd de drijfveer en er zijn steeds minder verzorgers die steeds harder moeten werken en overwerkt zijn. De omstandigheden zijn allesbehalve fraai. Of je daar dan nog tot het bewustzijn kan komen dat je leven voltooid is, is voor mij een groot vraagteken."

We worden beschouwd als lastposten die maatschappelijk niks meer betekenen.

"Ik vind dat wij als groep tweederangsburgers zijn. Wat je ook in het leven mag gedaan hebben, men luistert te weinig naar bejaarden. Er is veel belangstelling, er wordt veel over geschreven, politici gaan dit en dat doen, maar eigenlijk worden wij beschouwd als lastposten, als mensen die leven op kosten van de staat, die altijd zeuren en die eigenlijk maatschappelijk niks meer betekenen. Dat is niet rechtvaardig. Dat is een vorm van ongelijkheid die ik aanklaag."

Ik denk dagelijks aan doodgaan. Ik word 95. Iedereen zegt me "Op naar de 100!" en iedereen moedigt me aan. Maar zelf denk ik vaak aan de dood. Het grote vraagteken voor mij is hoe dat zal gaan. Het onverwachte, denk ik, en het onvoorziene. Dood zijn op zich vind ik niet erg. Ik heb alles in mijn leven gehad wat je maar kan wensen. Ik heb een boeiend leven gehad. Maar de wijze waarop... Ik ben een hartstochtelijke verdediger van waardig sterven. Ik wil dat zelf kunnen beslissen."

"Nu, op dit moment, weet ik zeker dat mijn leven voltooid is. Maar er dient zich altijd wel iets aan, zoals dit interview. Iedere dag is er het onverwachte, iets waarover ik verwonderd ben. Maar ja, als je bijvoorbeeld je partner verliest op een bepaalde leeftijd, dan stel je je vragen. Wat nu met mijn leven?"

Het vraagt een grote inspanning om dag in dag uit de uitdagingen van het leven aan te kunnen.

"Het vraagt een grote inspanning om dag in dag uit de uitdagingen van het leven aan te kunnen. Die worden moeilijker als je oud bent. Alleen al je administratieve leven, al die rompslomp die bij het dagelijke leven komt kijken. Je verplaatsingen, je inkopen. Je wordt ook zo traag, je doet niet veel meer op een dag. Daar moet je aan werken."

"Na de dood van mijn echtgenoot Herman dacht ik: "Ja, hoe moet het nu verder? Ga ik nog verder? Wat is nog waardevol in mijn leven? Waar geniet ik nog van?". Op de duur wordt het een training. De zon zien opgaan, vind ik al wonderbaarlijk, en ze zien slapengaan aan de andere kant van mijn appartement. Daar ga ik naar kijken omdat het wereldwonderen zijn."

Ook voor mensen die thuisblijven, zijn zorgverstrekkers nodig.

"Als wij blijven leven als bejaarden, dan moet men weten dat men zorg voor ons moet dragen. Wij hebben zorg nodig. Zonder entourage, zonder verzorging, komen wij er niet. Ik leg de huishoudster die me wekelijks komt helpen in de watten want zonder haar kan ik hier niet blijven wonen. Ik doe nog graag zelf mijn inkopen. Dan vul ik een kar en dan brengt iemand mijn inkopen op mijn appartement. Ook voor mensen die thuisblijven, zijn zorgverstrekkers nodig."

"Problemen worden nooit opgelost door erover te zwijgen", besluit Sémer. "Ik ben blij dat Gwendolyn Rutten het oprakelt dankzij Lutgart Simoens en haar interview, maar ik denk ook dat we eerst naar de wetenschappers moeten luisteren, voor de politiek in gang schiet."

Beluister het gesprek met Paula Sémer in 'De Wereld Vandaag':

Bron: vrtnws.be en 'De Ochtend'

Lees ook:

Radio 1 Select