Tweeduizend jaar christelijke kwaadsprekerij

16 april 2016
Kent u ouders die hun kind Judas hebben genoemd? Ik ook niet. Een Dolfje is nog wel eens te vinden - ik heb het opgezocht en ik schrok er van, Dolfjes geboren na 1945, ze bestaan - maar mensen die Judas heten? Nee, die zijn er niet. (*) (**)

De laatste Judas was Judas Iskariot, de apostel die Jezus met een kus heeft verraden aan de hogepriesters. Judas is in de Bijbel de slechtste van alle slechteriken, de handpop van de duivel, het vleesgeworden kwaad. Van die Judas heeftPeter Stanford de biografie geschreven. 

Het is te zeggen, biografie is een groot woord. Over het leven van Judas ben je snel uitgepraat. In de evangeliën speelt hij een weliswaar belangrijke, maar geen grote rol. Er wordt over Judas enkel gezegd dat hij Jezus heeft verraden voor dertig zilverlingen en dat hij daarna zelfmoord heeft gepleegd op een plek die de Bloedakker heet.

Dat vult geen boek. Maar op dat verraad is tweeduizend jaar christelijke kwaadsprekerij over Judas gevolgd. Dat vult wel een boek. 

Dat vult zelfs veel boeken, want toen wij kerkhistoricus Mathijs Lamberigts vroegen of hij Judas van Peter Stanford voor ons wou lezen, antwoorde hij: “Ja, graag. En daarna zal ik hem bij alle andere Judasboeken in mijn bibliotheek klasseren".

(*) Correctie: er wordt ons een Judas gesignaleerd in Sint-Niklaas

(**) Ocharme. Nog een Judas. Een andere dan die uit Sint-Niklaas, want later geboren.