Vader Cappelle: "Hij zingt: Min oders zin thus, zie da ze ons nie vindn, dus ze zaten ergens in ons huis verborgen!"

28 december 2017
In de zoektocht van Lara Chedraoui naar liedjes over liefde, kwam van Luc Cappelle met een suggestie, jawel de vader van Wannes. Hij vraagt ‘Liefde’ aan van - hoe kan het ook anders - Het Zesde Metaal. “De liefde tussen twee jonge mensen wordt er prachtig in verwoord.”

Maar vader en moeder Cappelle komen er ook in voor. “Dat doet deugd’, vertelt vader Cappelle.

Een betje stiller, laat u asem in
Min oders zin thus, zie da ze ons nie vindn

Balletzaal

“Ze zaten dus ergens in ons huis verborgen”, vertelt hij. Heeft vader intussen enig idee waar dat was? “We hadden een groot huis met een balletzaal, we vermoeden dat ze daar zaten.”

Een zaal die ze inrichtten omdat bijna alle vijf de kinderen een hele tijd aan ballet deden. Daarna deed de zaal dienst voor feestjes, of een logeerpartij. “Met drie, vier matrassen op de grond. We trokken ons daar niets van aan. Wij hadden een jeugd waarin niets mocht. Wij verkeerden eind jaren zestig, toen was alles nog taboe.”

Wannes Cappelle vermeldt zijn ouders ook in 'Gasten'. “Een nummer dat hij maakte toen hij zijn eigen broer en andere muzikanten ontsloeg. Die hadden kinderen en een gezin, dus konden geen drie keer per week meer repeteren. Ik vond dat als vader wel straf dat hij zijn eigen broer afdankte”, vertelt vader Cappelle daarover.

Het Onderspit

Maar hij weet ook: “Eigenlijk had hij op muzikaal vlak gelijk, hoewel we dat als ouders wel straf vonden.”

Maar ik ken de weg nog naar min roots en d' uren van de treins. 'k Weet nog 't huis zin van min ouders: rechtedeure vanaf de statie en ton naar links. Zoe 't der nog altid staan? Zoe 't der nog altid staan? 'k Zoe beter toch nog ne keer gaan.

Intussen zijn de plooien tussen de broers glad gestreken. “Nu heeft de broer van Wannes ook een eigen groep, die hij bewust Het Onderspit heeft genoemd”, lacht vader Cappelle.