"Veel vluchtelingenkinderen komen sneller in maatschappij terecht dan hun ouders"

16 juni 2018
Journaliste Samira Bendadi wilde graag weten hoe het gaat met de uit Syrië gevluchte kinderen die in ons land terecht zijn gekomen. Daarom ging ze met een aantal Syrische gezinnen praten.

Moeilijk onderwerp

Journaliste Samira Bendadi ging op zoek naar het verhaal van kinderen uit Syrië wiens ouders de oorlog ontvlucht zijn. Ze ging gesprekken aan met kinderen tussen tien en zestien jaar en merkte meteen dat het voor sommigen van hen heel moeilijk is om over Syrië te praten. Bovendien werd Bendadi via de kinderen ook geconfronteerd met de problemen van hun ouders. "Sommige ouders hebben er geen idee van hoe ze over de hele problematiek moeten praten met hun kinderen. Veel ouders worstelen zelf met verdriet en weten niet hoe ze over de oorlog kunnen spreken, waardoor het een taboe-onderwerp wordt", zegt Bendadi in "Interne Keuken".

Vluchtelingenkinderen krijgen met veel meer problemen dan enkel armoede te maken

Maar hoe stellen die kinderen het nu bij ons?

"Heel wat vluchtelingenkinderen hebben veel veerkracht omdat ze sneller dan hun ouders in de maatschappij terechtkomen. Ze hebben, in tegenstelling tot hun ouders, geen zorgen over hoe ze geld moeten verdienen en waar ze gaan werken. Maar één van de grootste zorgen van uit Syrië gevluchte kinderen is dat ze niet naar een OKAN-klas (een onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers) willen gaan", zegt Bendadi .

"In zo'n OKAN-klas komen ze in een groep terecht met kinderen die allemaal een vreemde origine hebben. Het gevolg daarvan is dat die leerlingen niet of moeilijk in contact komen met Nederlandstalige kinderen. Bovendien voelen ze zich geïsoleerd omdat ze dan het statuut van vluchteling krijgen. En dat is geen gemakkelijk statuut; het is een label dat kinderen al vanaf het eerste jaar opgeplakt krijgen. Daarnaast is er het vooroordeel dat vluchtelingenkinderen de Nederlandse taal niet voldoende beheersen. Het schoolsysteem in België legt de focus op taalverwerving. Daardoor denkt men dat die kinderen bepaalde studies niet aankunnen omdat ze niet taalvaardig genoeg zouden zijn." 

Angst

Niet alle kinderen hebben evenveel veerkracht. "Ik heb gepraat met een Palestijns-Syrisch meisje van zestien jaar dat amper kon spreken. Ze was vanuit Turkije met de boot naar Griekenland richting België gevlucht. Ik zag aan haar houding en stem dat ze schuchter was. Ze vertelde me dat ze bang was om dood te gaan in de boot en dat de politie, soldaten en autoriteiten in Griekenland beangstigend waren voor haar."

"Net als autochtone jongeren zijn ook allochtone kinderen bang voor aanslagen. Maar voor allochtone jongeren komt daarbovenop nog de polarisering in de maatschappij, en het gegeven dat moslims op een slechte manier in het nieuws komen. De kinderen met wie ik gepraat heb, kwamen met verhalen over discriminatie en negatieve uitlatingen over moslims", aldus Bendadi.

Vanzelfsprekendheden vallen weg

Veel ouders van vluchtelingenkinderen zitten thuis zonder werk. Ze komen naar België en gaan er maatschappelijk gezien op achteruit, ondanks het feit dat ze misschien een hoge opleiding genoten hebben in Syrië. Bendadi: "De ouders proberen heel actief te zijn. Ze willen werken en hopen dat hun kinderen vooruit geraken. Maar vaak komen het verlies, het verdriet en de trauma's pas naar boven eens ze geïnstalleerd zijn in ons land. Want dan vallen alle vanzelfsprekendheden weg en moeten die mensen hun leven opnieuw opbouwen."

De eenzaamheid van nieuwkomers is groot

"Veel vluchtelingenkinderen met problemen op school komen soms wenend naar huis. Ze hebben problemen maar weten niet goed vanwaar ze komen. Daarom moet er genoeg aandacht zijn voor die kinderen. Het is belangrijk om na te gaan hoe het met hen gaat en of er signalen zijn die wijzen op iets ernstigs. Alle hulpverleners, huisdokters en opvoeders die met vluchtelingenkinderen in contact komen, moeten daar alert voor zijn", besluit Bendadi.

Lees ook