Vernuftig veldheer en beschaafde barbaar

12 juli 2017
Nietsontziend, barbaars en bloeddorstig. Zo kennen we Atilla De Hun in onze contreien. Atilla was zeker geen doetje, maar we mogen aannemen dat onze middeleeuws-christelijke geschriften de mythe nog hebben aangedikt om het idee van Gesel Gods te versterken. We weten weinig zeker, zegt KULeuven-historicus Herbert Verreth. Maar zijn veroveringen bewijzen alvast zijn tactisch vernuft.

Het militair succes van de Hunnen is zeker te danken aan het tactisch vernuft van hun leider Atilla. Die slaagde erin om nomadenstammen te herenigen tot een flexibel en zeer doortastend geheel van stoottroepen. Maar al even belangrijk is de zwakte van het Romeinse Rijk op dat moment.

Toen Atilla koning werd van de Hunnen in de vijfde eeuw was het Romeinse Rijk in verval. Het viel uiteen in een Westelijk en Oostelijk deel. En militair was het nauwelijks nog en schim van legendarische veroverings- en bezettingsmacht van weleer.

Romeinen vochten zelf steeds minder. Een groot deel van het leger bestond uit ‘vreemde eenheden’ zoals Franken, Westgoten en zelfs Hunnen. (Ook op de hoogste militaire posten vond je steeds meer ‘allochtonen’). En die logica van loyauteit tegen betaling zou zich wreken. Op het einde betaalden de Romeinen fortuinen aan Atilla om niet aangevallen te worden.

Op het toppunt van hun macht controleerden de Hunnen een rijk dat zich uitstrekte van Hongarije tot Rusland. Wie die Hunnen waren of van waar ze kwamen is tot op vandaag niet duidelijk: Euraziatisch, Iraans, Mongools of zelfs Zuid-Chinees, … zo luiden de theorieën.

Van Atilla zelf bestaan geen afbeeldingen. Betrouwbare bronnen spreken over een man van kleine gestalte met een trotse tred, loyaal tegenover zijn vertrouwelingen, verzorgd en eenvoudig. Zijn veroveringen gingen gepaard met geweld, maar niet meer dan in vergelijkbare oorlogstroepen het geval was.

Zijn gewelddadig imago is wellicht vooral gecultiveerd in latere middeleeuwse geschriften. Daar werd hij gretig opgevoerd als baarlijke duivel. Door hem als ‘Gesel Gods’ op te voeren, wilde men waarschijnlijk ook gelovigen die zich misdroegen schrik aanjagen en christelijke helden die het tegen hem opnamen als voorbeeld opvoeren. En dat beeld is blijven overheersen in latere verhalen, opera's en zelfs films en strips vandaag.