Vertrouwen boven schoolslag

21 augustus 2019
Nina Mouton (foto © Sven Rammeloo)
"Vroeger zou ik teleurgesteld zijn in mezelf omdat ik haar niet terug in het water had gekregen. In haar, omdat ze niet wat meer haar op haar tanden had getoond. Nu ben ik trots." Aan het woord is Nina Mouton, psycholoog én mama. In haar nieuwe column heeft het ze over de zwemles van haar dochter die niet van een leien dakje liep. Toch maakte Nina er geen probleem van. Want vertrouwen gaat boven schoolslag. En "kinderen hun gevoelens zijn even legitiem, waar en echt als de onze."

Vertrouwen boven schoolslag

Gezwind en met veel goesting stapte ze de kleedkamer van het zwembad binnen. Ze had hier zoveel zin in. Ze had hier zo naar uitgekeken. Ze wilde écht leren zwemmen. Ze was voorbereid, ze wist hoe, waar, wanneer… Ik had er ook naar uitgekeken. Een kind in het zwembad zien evolueren is uniek. Net zoals Miro die van baksteenslag naar schoolslag ging in een paar lessen.

De les begon en Loa begon ook. Met huilen. Ze wilde toch niet. Ze wilde bij mij blijven. Ik bleef bij haar. Niet in het zwembad, maar ernaast. De leraar nam haar apart, met tranen, een buis om op te drijven en leerde haar pannenkoeken in twee snijden met haar handen. Het ging zo een paar minuten door, af en toe kon ze zich concentreren en volgens de leraar kwam dat omdat ze mij dan niet kon zien. “Zou je niet beter…?” en hij maakte een handgebaar naar de deur. Ik riep hem toe van de overkant van het zwembad dat ik dat zeker NIET zou doen. Ik bleef bij haar, dat had ik al zeker vijf keer beloofd, dat ging ik doen. Wat zou er anders met haar vertrouwen in mij gebeuren? Vertrouwen boven schoolslag, dat was wel duidelijk. Ze stapte uit het zwembad om er terug in te springen, maar kwam naar mij toe. Ze huilde onophoudelijk. Ze wilde er echt niet meer in.

Ik voelde dat ik rekening hield met de andere ouders. De ouders van de kinderen die wel in het zwembad sprongen als waren ze kleine eendjes die nooit iets anders hadden gedaan. Wat zouden ze van mijn dochter denken? Wat zouden ze van mijn ouderschap denken? Ik bedacht me dat deze veronderstellingen zich in mijn hoofd afspeelden, dat ik gedachten van anderen aan het raden was en dat het zo niet hoefde te zijn. Dat het mijn angst was die ik vormgaf in mijn hoofd, door anderen een stem te geven die misschien niet zo klonk. En al was het wel zo, ze hebben recht op hun mening. Ik op de mijne. Dus ik gaf mijn mening en mijn gevoel een stem. En toen kon ik regelrecht voor mijn dochter kiezen. Ik zei dat ze niet meer in het zwembad moest, dat we haar zouden aankleden en dat we erover zouden praten straks.

Aangekleed gingen we aan het praten. Ze kende de kindjes niet, ze kende de leraars niet, ze was bang dat ze zou verdrinken want ze had nog nooit alleen met een buis gezwommen. Vroeger zou ik teleurgesteld zijn in mezelf omdat ik haar niet terug in het water had gekregen. In haar, omdat ze niet wat meer haar op haar tanden had getoond. 

Nu ben ik trots. Op mezelf omdat ik mijn gevoel kan volgen en op haar omdat ze haar gevoel kan uiten en onder woorden kan brengen.

Kinderen hun gevoelens zijn even legitiem, waar en echt als de onze.
Kijk en luister ernaar, neem ze serieus, het is de moeite.

Lees ook: