Vogelvoer lokt aggressievelingen

7 mei 2015

"Komt april om de hoek loeren? Stop dan gerust met vogels voeren" dichtte Vogelbescherming Vlaanderen een flinke maand geleden.

Uit een kleinschalige, maar grondige Nieuw-Zeelandse studie blijkt dat in tuinen waar gevoederd wordt vooral agressieve opportunisten en niet-inheemse soorten voorkomen.

Biologen van de Universiteit van Auckland hebben gedurende anderhalf jaar vogelpopulaties bestudeerd in 23 stadstuinen. In 11 tuinen waren voederplaatsen opgesteld (brood en granenmix), in 12 andere tuinen werd niet gevoederd.

De onderzoekers telden in de tuinen met voedsel gemiddeld 2,4 keer zo veel spreeuwen, 3,6 keer zo veel duiven en aanzienlijk meer exoten. Insecteneters zoals de maorimangrovezanger (Grey warbler, een inheemse Nieuw-Zeelandse vogel) kwamen dan weer minder voor in de foerage-tuinen.

De studie is te klein voor definitieve conclusies, vinden de onderzoekers zelf. Maar moeten we nog wel vetbollen en pindanetjes hangen om inheemse insecteneters als koolmezen en pimpelmezen te plezieren?

Hoofdonderzoekster Josie Gailbraith vindt het belangrijk dat stadsmensen een band met de natuur behouden. En daar hoort vogels voeren zeker bij. Maar een vogelvriendelijke tuin behelst meer dan een voedertafeltje of een vetbol.

Benieuwd ze bij Vogelbescherming Vlaanderen tegen dat onderzoek aankijken.