Voor het eerst meer vrouwen dan mannen in de federale regering: “Een belangrijke dag voor vrouwen”

28 juni 2022
© Hatim Kaghat (Belga)
De federale regering bestaat voor het eerst in de geschiedenis uit meer vrouwen dan mannen. Met de benoeming van Nicole de Moor (CD&V) als staatssecretaris voor Asiel en Migratie zitten er nu 11 vrouwen in de regering, tegenover 9 mannen. Oud-minister Wivina Demeester spreekt van “een belangrijke dag voor vrouwen”, waar België best trots op mag zijn. Al is een meerderheid van vrouwen in de regering niet automatisch een garantie op de verdediging van vrouwenrechten, zegt politicologe Karen Celis.

"Een nieuwe collega binnen de regering, waar vrouwen nu de meerderheid uitmaken. Een primeur, en een sterk signaal!” Met die woorden heette minister van Defensie Ludivine Dedonder (PS) Nicole de Moor (CD&V) welkom in de federale regering. De Moor volgt partijgenoot Sammy Mahdi op die ontslag nam uit de regering om partijvoorzitter te worden.

Nicole de Moor is binnen de regering de nieuwe staatssecretaris voor Asiel en Migratie en zorgt er daarmee voor dat er voor het eerst in de geschiedenis van ons land een meerderheid van vrouwen is binnen de federale regering: De Moor is de 11e vrouw in de regering-De Croo, die verder uit 9 mannen bestaat.

"Een belangrijke dag voor vrouwen"

De Belgische regeringen waren pure mannenbastionnen, tot CVP-politica Marguerite De Riemaecker-Legot in 1965 de eerste vrouwelijke minister van ons land werd. Daarna heeft het nog tot 2019 geduurd eer ons land met Sophie Wilmès (MR) de eerste vrouwelijke premier kreeg. Vervolgens was het wachten tot vandaag voor vrouwen een meerderheid vormden in de regering.

Wivina De Meester, in de jaren 1980 en ‘90 namens de toenmalige CVP staatssecretaris en minister in verschillende regeringen, spreekt van “een belangrijke dag voor vrouwen”. “Als je elders in de wereld ziet dat regeringen schoorvoetend meer vrouwen opnemen, denk ik dat wij nu fier kunnen zijn”, zegt de oud-politica in 'De Wereld Vandaag'.

Demeester herinnert zich nog dat er in de allereerste regering waar zij deel van uitmaakte, Martens VI, drie vrouwen zaten. “Het waren andere tijden, maar het was een begin. Demeester herinnert er ook aan dat het de verdienste was van Wilfried Martens dat hij later zou eisen dat elke partij minstens één vrouw naar de regering zou afvaardigen.

Naast Wivina Demeester zaten in de regering Martens VI ook haar partijgenotes Paula D’Hondt en Miet Smet. “Maar dat waren allemaal staatssecretarissen, geen ministers. Dat betekende dat je in het begin nog niet ten volle kon meespreken”, merkt Demeester op.

Als staatssecretaris maak je immers geen deel uit van de kern, en mag je dus de belangrijkste vergaderingen niet bijwonen. Demeester is er toch in geslaagd een voet tussen de deur te krijgen.

“Op een bepaald moment (van 1988 tot 1991) was ik staatssecretaris van Financiën en Begroting, toegevoegd aan minister Philippe Maystadt. Ik zei tegen Wilfried (Martens): ‘Hoe kan ik impact hebben op de begroting, als ik geen deel uitmaak van de kern?'”

Volgens Demeester antwoordde Martens toen dat ze gewoon naar de kern mocht komen als het over de begroting en cijfers ging. “En ik ben benieuwd of er iemand u buiten zal zetten”, had Martens zich sterk gemaakt. “Ik ben gegaan en dat is gelukt”, blikt Demeester terug. “Op die manier heb ik dus vaak deel uitgemaakt van de kern.”

Cijfers

Kijken we naar de cijfers van de afgelopen decennia, dan zien we dat het met de vertegenwoordiging van vrouwen in de parlementen en regeringen redelijk goed gaat, stelt professor Karen Celis. De politicologe doet aan de VUB onderzoek naar de politieke vertegenwoordiging van groepen.

Volgens Celis is de goede verhouding deels te verklaren door de genderquota die sinds de jaren 90 werden ingevoerd en verstrengd werden in 2002. Daardoor zitten we nu tussen de 40 en de 60 procent vrouwen in de verschillende politiek lagen.

Maar, zo merkt de professor op, als we kijken naar de inhoudelijke vertegenwoordiging, krijgen we een ander beeld. Celis haalt daarbij de actuele discussie over abortus aan.

Ze herinnert eraan dat CD&V tijdens de regeringsonderhandelingen van twee jaar geleden er nog een breekpunt van maakte om de termijn waarbinnen abortus mogelijk is, op te trekken van 12 naar 18 weken zwangerschap.

Dat die partij er nu voor zorgt dat er een meerderheid van vrouwen is in de regering, is voor Celis dan ook geen garantie dat de vrouwenrechten ten volle verdedigd worden in die regering.

“Het ene vertaalt zich niet naadloos in het andere.” Tegelijk houdt ze hoop: “Nu er een numerieke gelijkheid bereikt is, kan er gefocust worden op inhoud.”

Bron: vrtnws.be en 'De Wereld Vandaag'

Luister ook