"Voor mij is het altijd een groot wonder geweest waarom Nederlanders op een camping gaan zitten”

18 juni 2020
Nederland kent al decennia lang de hoogste caravandichtheid van Europa. In 2017 was meer dan een half miljoen Nederlanders de trotse bezitter van een caravan. Hoe komt dat? Waarom kamperen Nederlanders zo graag? 'De Wereld van Sofie' vraagt het aan de in Gent aangespoelde Nederlandse schrijver Marc Reugebrink.

“Ik behoor inderdaad tot dat deel van Nederland dat vroeger enorm geplaagd werd met kampeervakanties", begint Marc Reugebrink zijn relaas. "Met mijn ouders, het gezin gingen we altijd kamperen en dan het liefst nog op natuurcampings. Want we hadden al vrij snel door dat de reguliere campings, de ANWB camping hè, garant staat voor een bepaald soort kwaliteit."

Maar er is een keerzijde aan die medaille: "Op die campings stond je nogal dicht op elkaar en bovendien werd daar aan animatie gedaan én viel men elkaar wederzijds op Nederlandse wijze verschrikkelijk lastig met “Hoi buurman, kom je een kopje koffie drinken?”. En dan begrepen ze niet dat je zei : “Laat me met rust!”. Voor mij is het altijd een groot wonder geweest waarom Nederlanders op een camping gaan zitten.

"Met honderden op één toilet"

Er werd van oudsher gezegd : Nederland is een dichtbevolkt land en daarom gaan we de natuur in. We zoeken de ruimte en de vrijheid op. Dat klopt helemaal niet want zeker vroeger stond je tentje aan tentje. Dan stonden je scheerlijnen door elkaar. En je hoorde de buurman snurken en andere zaken. “Waarom zou je het prettig vinden om met honderden mensen op één toilet te gaan? Ook dat is voor mij altijd een raadsel geweest", haalt Marc nog aan.

“Nou, gezellig!”

Dat is een sociale druk in Nederland : het moet gezellig zijn! Er bestaat een heel fout idee over Nederlanders: dat het een onafhankelijk, individueel ingesteld volkje is. “Eigenlijk zijn we mensen die heel erg van de consensus houden, alle neuzen moeten dezelfde kant opstaan. Iedereen gelijk, dat is het vooral. Als je dan niet meedoet, is het niet goed. Dat idee van gezelligheid, maakt dat ik er gillend van wegloop. Het is zo’n dwang, zo’n sociale druk die op je wordt gelegd en die je op campings nog veel sterker voelt dan elders in het land.”

Reugebrink is recent verhuisd en kwam toen een heel assortiment aan kampeerspullen tegen die hij allang had moeten weggooien. Een goed uitgeruste tent, kampeerstoeltjes, kookplaat, gasfles, kampeerlamp, een uitklapbaar kastje. Zelfs een schopje om een gracht te graven als het regent. Hij kampeert al jaren niet meer, maar sleept al die spullen toch steeds mee van huis naar huis. “Er staat in mij een man op die ik helemaal niet ken”, herinnert Reugebrink zich van de laatste keren dat hij ging kamperen. Dan ontwaakt een soort oermens in hem : “In mijn caravan, ben ik superman!” Dat vindt hij een heel merkwaardige overgeërfde afwijking.

“Een Nederlander neemt altijd zijn eigen normaliteit mee”

"Kamperen met de hele familie, het was goedkoop, het was handig, je had alles bij je. “We namen ook ons eigen eten mee. Dat was niet voor de goedkoop. Dat was niet omdat we niet in het buitenland wilden kopen. Maar zoals mijn moeder dan altijd zei : “Ja die olijfolie, ik weet het niet. Al dat vreemde eten.” Een Nederlander neemt altijd zijn eigen normaliteit mee", zegt Reugebrink. 

Hij ontmoette ooit de Portugese schrijver José Rentes de Carvalho die in Nederland woont. Die zei : ‘Jullie Nederlanders gaan kamperen in de Algarve. Waar vrouwen nog in het zwart rondlopen met takkenbossen op hun rug. En jullie gaan daar tussen lopen in bikini. Doe dat toch niet!" Maar een Nederlander vindt die vrouwen in het zwart net abnormaal, die moeten zich maar aanpassen! 

"Karbonade in blik"

Een Nederlander verhuist Nederland gewoon mee naar dat kleine lapje grond waarop hij kampeert. "We namen zelfs karbonade in blik mee. Het was buitengewoon smerig allemaal. Maar dat was te prefereren boven die olijfolie.” 

Op campings van de ANWB wemelt het van de Nederlanders. Je komt er geen local tegen. Al zijn er uitzonderingen zoals de natuurcampings. “Dat is voor pijprokende mannen met een baard zonder snor.” Daar kreeg hij als kind altijd een lesje in sociaal gedrag. Daar mocht je je buren niet storen en moest je stil zijn. 

Wat kamperen betreft, is er een grote kloof tussen Nederland en Vlaanderen. Nederlanders zoeken elkaar op op campings terwijl Vlamingen graag met rust gelaten worden.

Besluit: Marc Reugebrink tref je deze zomer niet aan op een camping. Hij is volop aan het schrijven en hoopt volgend jaar een nieuw boek klaar te hebben.

Beluister hier het gesprek met Marc Reugebrink:

Lees meer:

Radio 1 Select