Vrouwen in slechts zes landen gelijk voor de wet (en België is er één van)

8 maart 2019
Peter Hershey
Vrouwen zijn in slechts zes landen ter wereld helemaal gelijk voor de wet in vergelijking met mannen. En België maakt deel uit van dat selecte clubje. Dat moet althans blijken uit een ranglijst van 187 landen die de Wereldbank heeft opgemaakt. “Maar België had veel slechter kunnen scoren als ze naar andere dingen hadden gekeken”, merkt professor Mensenrechten Eva Brems (UGent) op.

Op Internationale Vrouwendag is het interessant om eens te kijken in welke landen vrouwen en mannen 100 procent dezelfde rechten genieten. En wat blijkt? Dat is alleen in Denemarken, Frankrijk, Letland, Luxemburg, Zweden… en België het geval. Althans volgens de Wereldbank.

Helemaal onderaan bungelen usual suspects als Syrië, Qatar, Iran, Soedan, de Verenigde Arabische Emiraten. Hekkensluiter is Saoedi-Arabië, waar vrouwen maar een kwart van de rechten hebben waarvan mannen genieten.

Middenin het peloton is het interessant om te zien dat Congo de grootste stijger is. Het land scoort nu 70 procent terwijl het 10 jaar geleden nog dik gebuisd was met een schamele 42,50 procent op de Women, Business and the Law-index. Congo zit nu bijna aan het “klasgemiddelde” van 74,71 procent.

Hoe is deze ranglijst nu tot stand gekomen? De Wereldbank heeft de wetgeving van 187 landen tegen het licht gehouden, en dat met een “ongebruikelijke insteek”, zegt mensenrechtenprofessor Eva Brems.

“De Wereldbank maakt een economische case voor vrouwenrechten. Ze bekijken vrouwen als economische actoren. Als er een ongelijkheid is in de wet, die de ontwikkeling van vrouwencarrières in de weg staat, wordt dat beschouwd als een economisch probleem voor een land.”

Voor de vergelijkende studie toetste de Wereldbank acht criteria af in de wetboeken van alle landen: bewegingsvrijheid, jobverwerving, arbeidsvoorwaarden, huwelijksvoorwaarden, ouderschap, ondernemerschap, eigendomsrechten en pensioenrechten.

Die - ietwat arbitrair gekozen - criteria werden dan concreter gemaakt door bijvoorbeeld te bekijken of vrouwen even vrijelijk als mannen hun woning kunnen verlaten en of er wetgeving is die vrouwen beschermt tegen huiselijk geweld.

Door de pensioenrechten af te wegen, staat Nederland bijvoorbeeld niet op het hoogste schavotje, en België wel. “In Nederland worden voor het pensioen periodes waarin je voor je kinderen gezorgd hebt, onvoldoende meegeteld”, legt professor Eva Brems uit.

Theorie vs praktijk

De professor merkt tot slot op dat wetgeving langs niet alles zegt. “Het verhaal stopt niet als er gelijkheid is voor de wet. Als er in een land wetten zijn tegen seksueel overschrijdend gedrag op het werk en huiselijk geweld, wil dat niet zeggen dat het probleem daarmee opgelost is. Want in België is nog altijd veel huiselijk geweld en zijn er nog altijd veel #MeToo-problemen”, stelt de professor vast.

“Het maken van wetten is dus maar een eerste stap, waarmee het begint. Je moet veel meer doen. België had ook veel slechter kunnen scoren, als ze naar andere dingen hadden gekeken”, merkt professor Brems op. “Persoonlijk zou ik bijvoorbeeld punten aftrekken van landen die nog nooit een vrouwelijke premier hebben gehad, zoals dat in België nog nooit het geval is geweest.”

“Het grappige is dat we misschien nog sneller een vrouwelijke koningin zullen hebben dan dat we een vrouwelijke premier hebben. Dit terwijl het koningshuis een ouderwets instituut is. Dat kunnen we toch niet laten gebeuren”, merkt Brems schamper op.

Beluister een uitgebreid gesprek met professor Eva Brems in het Radio 1-programma "Nieuwe feiten":

Bron: vrtnws.be en Nieuwe Feiten