"Waarom begroeten fietsers elkaar nooit?"

15 november 2018
Je wordt geen wielercommentator als je zelf niet af en toe op een fiets te vinden bent. En dus vliegt Christophe Vandegoor geregeld op twee wielen langs de Demer, een plek waar veel fietsers komen. Maar waarom zeggen die nu nooit eens hallo?

Goedemiddag, 

Hoog tijd om het te hebben over fietsen, een tak van sport en vrijetijdsbesteding waarmee ik een deel van mijn boterham verdien door erover te praten. Wout Van Aert, de drievoudige wereldkampioen in het veldrijden, heeft teveel spieren. Zo liet zich onlangs ontvallen. ‘Mijn lichaam kweekt nogal snel veel spieren en we, mijn begeleiders en ik, kunnen dat moeilijk onder controle houden.’ Was het maar waar, dacht ik bijzelf, extra spieren in plaats van dat buikvet waarop een halve afdeling verpleegkunde zich subcutaan zou kunnen uitleven.

En zo gebeurde het dat ik op de mountainbike sprong voor een tocht langs de Demer tussen Testelt en Aarschot. Ik woon in Scherpenheuvel, dat mag u gerust weten, ook al heeft dat voorts niets te maken met dit middagjournaal. Het is prachtig draaien en keren langs die meanderende Demer, vooral bekend door de naakte zwempartij van de Witte van Zichem. Toen kon dat nog.

Mijn gedachten dwaalden af bij die natuurpracht tot ik in de verte een andere mountainbiker zag naderen. Misschien bent u ook wel een fietser, misschien een sportieve fietser, wie weet een wielertoerist of zelfs meer. Dan is het u ongetwijfeld ook opgevallen dat wielertoeristen elkaar bijna NOOIT begroeten bij het passeren. Is dat dan echt teveel gevraagd om even ‘hey’ of ‘yow’ te roepen ? Ik begrijp het echt niet. Want bij motorrijders gebeurt dat wel! Even hand omhoog, rustig, cool. Motorbroeders, je hoort erbij. Een simpele begroeting. Ik kwam op gelijke hoogte van mijn tegenligger en riep ‘goeiendag’. Ik zag nog net vanuit mijn ooghoeken dat de man schrok. Omdat iemand hallo zei!

Drie bochten verder kreeg ik een nieuwe kans. Opnieuw een man, zonder helm en met een Freek De Jonge-achtige bril op de neus. Nu riep ik al vanop 5 meter GOEIENDAG, zodat deze meneer zeker niet hoefde te schrikken. Alweer geen reactie. En geloof mij, dit zijn geen alleenstaande gevallen. Wielertoeristen begroeten elkaar raar of zelden. En straffe is : ik heb er echt geen verklaring voor. De winter staat voor de deur, het fietsseizoen loopt op z’n einde. Maar bij deze een warme oproep voor de lente, nu al : 'yow' of 'hey' is genoeg. Ik hoor u al denken : hierzie, het nog maar z’n vierde middagjournaal en meneer zwaait al met het vingertje. Klopt helemaal. Maar dit had ik al lang op mijn lever. Aan de overkant van de Demer liep een oudere vrouw met haar mechelse herder. De hond bleef staan en de vrouw wuifde. Zomaar. Ik zwaaide terug en glimlachte.

Radio 1 Select