Waarom scoren Vlaamse tieners slechter in PISA-onderzoek? "Er is te veel nonchalance in het onderwijs geslopen"

3 december 2019
© Pixabay
Onze Vlaamse leerlingen scoren niet goed in de resultaten van het nieuwe PISA-onderzoek. Dat internationaal onderzoek van de OESO peilt naar de vaardigheden van 15-jarigen. Op vlak van taal en wiskunde verliezen we terrein. “Er moet een mentaliteitswijziging komen in het onderwijs want er is de laatste jaren een te grote nonchalance in geslopen” vindt Dirk Van Damme, onderwijsexpert van de OESO.

De leesvaardigheid van de Vlaamse leerlingen gaat er sterk op achteruit. 1 op 5 leerlingen haalt het minimumniveau niet. Dat is één van de resultaten van het PISA-onderzoek, een onderzoek dat om de drie jaar peilt naar de vaardigheden van 15-jarigen. Ook op vlak van wiskunde dalen de scores van de Vlaamse leerlingen. Vooral de kopgroep doet het minder goed, de groep met echte wiskundeknobbels wordt kleiner.

“De resultaten liggen in de lijn van de verwachtingen”, zegt Dirk Van Damme in 'De Wereld Vandaag'. Hij is onderwijsexpert bij de OESO en door Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) aangesteld om het tij te doen keren. Vanavond was hij te gast in 'De Wereld Vandaag' op Radio 1 en in 'Het Journaal' op Eén.

Van Damme ziet een grote, maar nefaste trend die de laatste jaren in het onderwijs is binnengeslopen: een “nonchalante” en “laissez faire” benadering van taal, één van “wanneer jongeren zich min of meer goed kunnen uitdrukken en in het dagelijks leven goed kunnen functioneren, is het al oké".

Dit heeft volgens Van Damme te maken met het feit dat we “excelleren niet meer zo belangrijk vinden en dat we zeggen dat het allemaal wel iets minder mag, ook omdat het welbevinden van leerlingen belangrijk is en we bezorgd zijn om de hoge druk en stress op hen.

Het is een tendens die Van Damme sterk in het onderwijs ervaart, maar als “grootste vijand” ziet. Het is een zaak van een mentaliteitswijziging, maar die kan volgens Van Damme ook beïnvloed worden door gerichte beleidsmaatregelen.

“Leerkrachten kunnen bijvoorbeeld in andere vakken dan het Nederlands niet meer sanctioneren voor taalfouten”, haalt Van Damme aan, “en dat moet anders, want taal is een fundamentele vaardigheid en taalontwikkeling is belangrijk voor de cognitieve ontwikkelingen, voor stappen naar meer abstraherend denken. Dan heb je een zorgvuldig taalgebruik nodig waarbij kennis van de taal noodzakelijk is."

Er is een spanningsveld van hoe laag de lat moet liggen om zoveel mogelijk leerlingen er over te laten en wat dan nog excelleren is

De lat ligt volgens Van Damme “te laag”. Hij ziet dat in de opeenvolgende generaties van eindtermen. “De huidige eindtermen zijn niet zo slecht”, verduidelijkt hij, “maar je zit met een spanningsveld van hoe laag je de lat moet leggen om zoveel mogelijk leerlingen er over te laten gaan en wat is dan nog het excelleren?”

Door de lat lager en lager te leggen, wakker je volgens Van Damme de liefde voor taal bij jongeren ook niet aan. “Liefde voor iets wakker je niet aan door dingen gemakkelijker te maken, maar door hogere verwachtingen te stellen, door hoge eisen te stellen en door er zorgvuldig met om te gaan. Ook correct taalgebruik door leraren is zo erg belangrijk.”

Ierland en Estland als voorbeeld

Van Damme ziet andere landen als voorbeeld. Estland bijvoorbeeld. “De drang om het echt goed te doen, de drijfveer om echt van het onderwijs alle kansen te benutten als samenleving, als individu is daar sterk ontwikkeld. Bij ons is dit weggegaan.” Ook Ierland is een voorbeeldland. Dat land heeft een sterk beleid gevoerd op taal, taalvaardigheid, taal- en leesplezier. Het realiseerde voor Van Damme “een cultuuromslag door gericht beleid te voeren.”

Op wie moet de focus liggen? Op de zwakste groepen of de sterkste? Een beleid dat zich focust op zwakkere, de meest kwetsbare leerlingen is volgens Van Damme volledig legitiem. Maar hij waarschuwt wel om zeker de veel sterkere leerlingen niet uit het oog te verliezen: “ook die leerlingen moeten gestimuleerd worden op hun niveau.”

Van Damme is niet pessimistisch om wat hij zelf de “loge tank van het onderwijs” noemt, te doen keren, maar beseft dat het werk zal vragen. Dat komt deels omdat er veel beslissingsniveaus in het onderwijs zijn. Een beperkt aantal daarvan ligt bij de minister. “Voor een algemene omslag te kunnen realiseren, moeten alle neuzen in dezelfde richting staan, waarbij ook op het niveau van de scholen, leerkrachten, koepels, inspecties… eenzelfde mentaliteitswijziging tot stand komt.

Beluister het gesprek met Dirk Van Damme via Radio 1 Select (Je hoort er de meest recente fragmenten van Radio 1)

Bekijk ook het fragment uit 'Het Journaal':

Bron: vrtnws.be, Het Journaal en 'De Wereld Vandaag'

Lees ook:

Radio 1 Select