Waarom vogels in de stad hoger zingen dan die op het platteland

26 mei 2018
In West-Europa wonen sinds 1900 meer mensen in steden dan op het platteland en tegen 2020 zou zelfs 2/3 van de wereldbevolking in steden wonen. Een ramp voor de natuur en zijn planten en dieren zou je denken. Dat blijkt echter nogal mee te vallen. Heel wat van die dieren hebben zich immers prima aangepast aan onze verstedelijkte wereld.

“Heel wat dieren exploiteren de kunstmatige omgeving van een stad in hun eigen voordeel”, begint evolutiebioloog Menno Schilthuizen die er zijn boek 'Darwin komt naar de stad' over schreef. “Je zou de parallel kunnen trekken met een mierenhoop. Ook dat is een soort van ‘dierenstad’ waarin ook andere dieren leven dan mieren. Er is zelfs bewezen dat miljoenpoten, kleine slakjes en andere diertjes chemische signalen uitzenden naar de mieren en zo met hen kunnen communiceren. Zo kunnen ze hen bijvoorbeeld overhalen om mee te eten met de mieren.”

Hetzelfde gebeurt bij veel diersoorten in onze grote steden. De Londense metromug is er bijvoorbeeld eentje. “Dat zijn muggen die oorspronkelijk in grotten leefden, maar zich aanpasten door zich in ondergrondse metro’s te nestelen. Zij overleven op mensenbloed en doen geen paringsdansen meer, zoals andere muggen dat wel doen. De voorplanting gebeurt nu een op een. Het gaat zelfs zo ver dat de muggen evolutionair per metrolijn kunnen verschillen.”

Slakken met lichtgele huisjes doen het in steden beter dan die met bruine huisjes

Steden beïnvloeden het klimaat, dat weet iedereen, maar echt grote steden genereren zelfs hun eigen microklimaat waaraan de dieren zich moeten aanpassen. “Warmte blijft in steden langer hangen door de grote betonnen en metalen constructies”, vertelt Schilthuizen. “Vocht, uitgestoten door mensen, blijft er ook langer hangen. Het is bewezen dat bijvoorbeeld de tuinslak zich daaraan heeft aangepast. De slakken met een lichtgeel huisje doen het beter dan die met een bruin huisje omdat ze minder warmte absorberen.”

Wonderbaarlijke vogels

De meest bijzondere voorbeelden zijn misschien wel bij de vogels te vinden. Een schoolvoorbeeld is dat van de Kadan-rijschool in Japan. De kraaien hebben er geleerd hoe ze de traag rondtoerende auto’s van de rijschool kunnen gebruiken als notenkrakers. Ze leggen noten op het parcours en wacht tot er een auto passeert. Horen ze een krak, dan weten ze dat er iets te eten valt. “Dat gedrag heeft zich ook uitgebreid na drukke zebrapaden en kruispunten, waar ze de noten laten vallen die dan vervolgens worden platgetrapt”, aldus Schilthuizen.

Vogels in steden zingen steeds hoger

Een ander voorbeeld is dat van de zogenaamde ‘urbane akoestische evolutie’, die toont aan dat vogels in de stad steeds hoger gaan zingen. “Dat komt omdat er in de steden een voortdurend gerommel en geruis aanwezig is”, zegt Schilthuizen. “Alleen de vogels die hoger zingen, worden gehoord en kunnen elkaar zo vinden om te paren.” Ook brutalere vogels doen het beter dan verlegen soortgenoten. “Ze komen in een stad voortdurend nieuwe voedselbronnen tegen die ze niet kennen. Diegenen die durven, worden beloond.”

De biodiversiteit is groter in de stad dan in de door landbouw overspoelde natuur

Dat we daaruit kunnen concluderen dat de verstedelijking goed is voor de dieren, gaat uiteraard een stap te ver. “Er zijn heel wat dieren die zich kunnen aanpassen, maar er verdwijnen er ook veel. Opmerkelijk is wel dar de biodiversiteit in de stad groter is dan de in de door landbouw overspoelde natuur.”

Interne keuken kan je hier herbeluisteren.