“Wandelen deed me opnieuw geloven in Christus”

1 maart 2020
©Radio 1
Langeafstandswandelaar Sebastien De Fooz (46) trekt normaal naar Santiago de Compostella, Jeruzalem of Rome. Maar dit keer besloot hij het dichter bij huis te zoeken. Hij trok een maand lang door zijn eigen Brussel. Zonder plan, zonder slaapplaats en met amper 50 euro op zak. "Wandelen heeft me opnieuw in Christus doen geloven", vertelt hij in 'Touché'.

“Van zodra ik weerstand voelde en een bepaalde groep mensen wou mijden of merkte dat ik een plek schuwde, was dat voor mij een teken om daar tóch naartoe te gaan”, vertelt Sebastien De Fooz. Het was één van de regels die hij zichzelf opgelegd had. Ook zou hij nooit slapen bij mensen die hij kende of twee keer op dezelfde plek overnachten. Maar die weerstand volgen, dat moet toch de moeilijkste regel geweest zijn.

Het bracht hem onder meer in een kraakpand in het centrum van Brussel, ergens tussen de gebouwen van de gerechtelijke politie van Brussel-stad en een speelgoedmuseum. “Het was een beetje een gure plek. Een heel groot gebouw, er woonden 80 mensen.” Hij kon er zomaar binnenwandelen.

Je bekijkt je eigen stad plots anders

“Tot mijn verbazing had dat kraakpand een verantwoordelijke. Ze hadden zelfs een gastenkamer. Toch was het een anarchistische omgeving met mensen die in de marge van de maatschappij leefden. Ze aten eten uit vuilnisbakken van grootwarenhuizen. Het was een bijzondere ervaring om daar even bij te horen.”

Zo’n gemeenschap in zijn eigen stad, het was iets wat hij nooit eerder gezien had. “Je merkt dat je verhouding tot je eigen stad volledig verandert”, zegt De Fooz. “Je hebt altijd een doel als je onderweg bent. Je gaat naar het werk, de dokter, vrienden … En nu had ik plots geen plan, geen richting.”

“Je bent een bourgeois die eens komt kijken naar onze armoede”

In een wassalon in Molenbeek ontmoette hij een man die hem stevig de les las. “Hij noemde mij bourgeois. Vroeg waarom ik hier mijn was kwam doen. ‘Neem toch de metro, op 10 haltes ben je thuis en kan je je was gratis doen. Maar nee, je komt het hier lekker in een arme wijk doen om wat te loeren naar ons.’ Hij begreep mijn opzet helemaal niet. Maar dat ik bourgeois was, dat kon ik eigenlijk niet weerleggen.” De Fooz had de luxe dat hij een maand niet hoefde te werken en kon gaan wandelen. De man die hij ontmoette, was werkloos. “Hij heeft me de ogen geopend, hij had gewoon gelijk.”

Toch vindt hij niet dat zijn ontmoetingen eenrichtingsverkeer waren. “Ik kreeg wel een bed, een avondmaal, maar dat betekent niet dat ik profiteerde van de mensen. Integendeel, wie mij onderdak gaf, was mij vaak heel dankbaar. Ze waren blij dat ze dankzij mij de angst voor het onbekende overstegen hadden.”

Wandelen om het geloof te herontdekken

“Door te wandelen, ben ik terug beginnen geloven in Christus”, vertelt De Fooz. “Wandelen heeft iets heel spiritueels.” Zijn herwonnen geloof dankt hij vooral aan de vele ontmoetingen op zijn tochten. “Je kan niet tegelijk veroordelen en liefhebben. Die ontmoetingen hebben me teruggebracht tot de kern van het geloof.”

Ook het geloof zelf ziet hij als een ontmoeting. “Het helpt mij door moeilijke momenten. Ik probeer elke ochtend te mediteren. Ik sta vroeger op en mediteer een halfuur in stilte. Ik doe dat graag voor een icoon, een christusbeeld bijvoorbeeld. Het helpt om geen gehoor te geven aan ideeën of denkbeelden die niet nuttig zijn. Ik wil focussen op innerlijke rust en liefde.”

Sebastien De Fooz schreef het boek ‘De thuistocht’ over zijn maand in Brussel. Op woensdag 11 maart wordt het voorgesteld in Muntpunt in Brussel.

Lees ook:

Radio 1 Select