Warenhuisketen Inno bestaat 125 jaar: destijds een ongeziene innovatie, nu onder druk en toe aan een grondige renovatie

2 mei 2022
De opening van de nieuwe Innovation in Brussel, in 1970
Warenhuisketen Inno viert zijn 125e verjaardag: op 2 mei 1897 opende het eerste winkelpaleis van “A l’innovation” zijn deuren in de Brusselse Nieuwstraat. Een winkelformule die destijds begon als een innovatief concept is anno 2022 aan een grondige vernieuwing toe. “Zij waren echt bij de grondleggers, maar in een veranderende wereld moet je blijven vernieuwen”, zegt retailexpert Stefan Van Rompaey. Een blik op de rijke maar ook rampzalige geschiedenis van Inno, én de toekomst.

Vandaag vinden we het allemaal heel normaal dat we overal naar winkels kunnen gaan met een uitgebreid assortiment, waar je zelf de producten uit de rekken kan nemen en waar de prijzen duidelijk op de producten staan.

In de 19e eeuw was dat helemaal nog niet zo. Wie iets wilde kopen, ging naar een speciaalzaak en moest daar aan de winkelier vragen om spullen uit de toonbank te halen… Tot de opkomst van de warenhuizen.

Naar het einde van de 19e eeuw komt het warenhuisconcept uit de Verenigde Staten naar België overgewaaid. De Nieuwstraat in Brussel - nu nog altijd één van de bekendste winkelstraten van het land - wordt in België de bakermat van de nieuwerwetse winkels: shoppingcenters avant la lettre, waar je voor het eerst allerlei producten kan kopen: kleren, voeding, meubels, werkgerief… Alles onder één dak.

Op 2 mei 1897 opent “A L’innovation” de deuren: een warenhuis, uit de grond gestampt door de families Meyer en Bernheim, die wegens jodenhaat in Frankrijk hun toevlucht tot Brussel hadden gezocht. In de jaren die erop volgen, openen ze filialen in verschillende Belgische steden.

“Inno behoorde in België en Europa tot de voorlopers”, blikt Stefan Van Rompaey, hoofdredacteur van de gespecialiseerde website RetailDetail en auteur van het boek “The future of department stores” terug op de ontstaansgeschiedenis van Inno.

“Het unieke was dat ze toen de moderne retail hebben uitgevonden: alle technieken die vandaag nog altijd in winkels gebruikt worden - uitstallen, promoties, communicatie, zelfbediening - zijn uitgevonden door de luxewarenhuizen in de tweede helft van de 19e eeuw.”

In het VRT-archief vonden we deze beelden uit 1954, van een wijnproeverij in de Innovation in Brussel:

De toekomst?

Hoe komt het nu dat Inno het zo moeilijk heeft? “Ze hebben de online trein gemist, spreken de jongere klanten niet aan en ze hebben nog altijd 16 winkels in België”, analyseert retailexpert Stefan Van Rompaey.

De voorbije tien jaar opende Inno twee keer een webshop, om die even later weer te sluiten.Vorig jaar lanceerde Inno voor de derde keer een webshop. Inno heeft dus veel te veel zitten zwalpen, al zit er de laatste drie jaren, sinds Duitser Armin Devender aan het roer staat, wel weer een lijn in het beleid, ziet retailexpert Stefan Van Rompaey.

Los van het online gegeven stelt Van Rompaey vast dat luxewarenhuizen elders in Europa wel kunnen overleven in de grote winkelsteden. “Daarbij zijn het vooral de grote flagshipstores die een aantrekkingskracht uitoefenen op de consumenten, waarmee zij het verschil maken.”

“In dat licht kan je je afvragen of die 16 vestigingen in België niet te veel zijn”, aldus Van Rompaey. “De buitenlandse warenhuisketens hebben de afgelopen jaren vooral de kleinere winkels gesloten, wegens niet rendabel.”

Het pleit voor het Duitse moederbedrijf dat ze er tot nu toe niet het mes in hebben gezet en dat ze er altijd alles aan gedaan hebben om de jobs en de winkels te behouden, vindt Van Rompaey. “Anderzijds is het nog maar de vraag of je dit op de lange termijn kan volhouden.”

Van Rompaey denkt dat het beter is dat Inno zich concentreert op een aantal grotere winkels - in Antwerpen, Brussel en Luik - en daar opnieuw echte luxepaleizen van te maken, met iets hogere gepositioneerde merken. Terug naar de roots dus.

Volgens Van Rompaey moet Inno vooral ook echte ontmoetingsplekken maken. “Inno zet op dit vlak kleine stapjes terwijl andere warenhuizen al veel grotere stappen zetten. Horeca wordt bijvoorbeeld een heel belangrijke aantrekkingspool voor luxewarenhuizen."

“Het grote voordeel van horeca is dat je het niet kan digitaliseren: je moet ervoor naar buiten - naar de winkel - om elkaar te ontmoeten, samen een kop koffie te drinken of lekker te lunchen. Dan wordt die winkel weer een ontmoetingsplek.”

Bron: vrtnws.be en De ochtend