Wat bezielt ramptoeristen?

21 september 2020
© Yassine Atari
Op 4 augustus verwoest een immense explosie in de haven van Beiroet een groot deel van de stad. De ontploffing kost 190 mensen het leven, maakt meer dan 6000 gewonden en verwoest huizen tot kilometers ver in de omtrek. En blijkbaar trekt deze catastrofe ook heel wat toeristen aan. Ramptoeristen, smartphone in de aanslag om zichzelf voor de verwoeste haven te kunnen portretteren. Wat bezielt dergelijke ramptoeristen? Wat is de aantrekkingskracht van zulke plekken des onheils?

Vorige week trok Yassine Atari, journalist voort VRTNWS, naar Beiroet en trof er - tot zijn grote verbazing – inderdaad heel wat toeristen aan. Hij vertelt over zijn ervaringen.

Ramptoerisme is geen nieuw fenomeen. In 1925 verwoestte een cycloon het Gelderse stadje Borculo. Dat trok toen toeristen vanuit heel Nederland, het ramptoerisme werd zelfs aangemoedigd door de lokale VVV die bustochten naar de getroffen plek organiseerde. Dat deed files ontstaan op de wegen naar Borculo, toen een nog onbekend fenomeen. Ward Bogaert neemt ons mee naar 1925.

De ene ramptoerist is de andere niet, er blijken verschillende soorten van ‘dark tourism’ te bestaan. Het kan louterend en leerrijk zijn maar ook volstrekt misplaatst.  Arie Stoffelen, toerismegeograaf aan de Universiteit Groningen, verklaart de aantrekkingskracht van plekken waar zich groot drama heeft afgespeeld.

Een bijzondere vorm van ramptoerisme is het oorlogstoerisme. Zoals bij ons in de Westhoek. Al meteen na het einde van de Eerste Wereldoorlog wilden duizenden mensen met eigen de verwoestingen in de frontstreek gaan bekijken. Met toeristenbusjes reden ze vanuit Oostende naar de ruïnes van Ieper. Piet Chielens, directeur van het In Flanders Fields Museum in Ieper, vertelt wie die toeristen waren en wat ze gingen bekijken.
Ramptoerisme kan ook heel waardevol zijn, en helend. Zoals in het geval van Yvette Elyn. Yvette is nu 85, haar vader werd tijdens WOII afgevoerd naar Polen en ze zag hem nooit meer terug. In 1996 ondernam Yvette een reis naar Polen, terug naar de plek waar haar vader zijn laatste levensjaar doorbracht. “Ik wilde het met mijn eigen ogen zien, om een antwoord te krijgen op mijn vragen. Sindsdien heb ik er vrede mee.” Lotte De Caluwe ging haar opzoeken.

Een monument bezoeken dat herinnert aan een groot drama, kan louterend werken, het helpt om bewust te herinneren. Intussen gaan er stemmen op om de huidige coronacrisis, de Covid 19-pandemie, misschien ook een monument, of enkele monumenten, te geven. Om ons bewust te maken en te houden van de gigantische tol, die deze crisis geëist heeft. Een gelijkaardig pleidooi werd eerder al gemaakt door psychologe Elke Van Hoof.