"Wat een hypochonder, zag je hen denken. Nooit in mijn leven heb ik me een grotere seut gevoeld"

29 maart 2020
Knackjournaliste Ann Peuteman, die deel uitmaakt van een risicogroep, voelt zich sinds de lockdown-light meer regel dan uitzondering. En dat vindt ze aangenaam vertelt ze in 'De toestand is hopeloos maar niet ernstig'.

Ik loop een beetje op jullie voor. Een week langer zit ik al opgehokt. Ik stopte ook vroeger met zoenen, handen schudden en deurklinken aanraken. Dat heeft niet zozeer met mijn visionaire aanleg te maken als wel met mijn behoorlijk kaduke immuunsysteem. ‘Als risicopatiënt moet je héél alert zijn’, zei mijn huisarts tussen neus en lippen toen ik er begin maart langsliep. Risicopatiënt? Ik? Voor dat virus uit China? Leek me een beetje vergezocht toch.

Toen begon me ook het discours op te vallen van virologen en politici die de bevolking journaal na journaal gerust probeerden stellen. ‘Voor jonge, gezonde mensen is het virus niet gevaarlijk’, zeiden ze. ‘Alleen wie oud is of door ziekte weinig weerstand heeft kan heel ziek worden en er aan sterven.’ Oh, maar dán is er niets aan de hand natuurlijk. Tenzij je bij die laatste categorie behoort – zoals ik.

Naarmate het virus onze contreien binnentrok, riepen diezelfde virologen en politici de Belgen op om solidair te zijn met ‘de kwetsbaarsten onder ons’. Kwetsbaar? Was ik dat? Hoorde ik plots bij de groep voor wie de samenleving extra zorg moet dragen? ‘Dit is een vergissing! Ik hoor gewoon bij jullie! Ik ben sterk!’ wilde ik de hele tijd roepen. Maar wijselijk hield ik mijn mond.

Hoe dan ook begon ik in de eerste helft van maart al extra op te letten. Ik belde een paar lezingen af, probeerde zoveel mogelijk interviews via Skype te doen en in de supermarkt stapelde ik mijn kar extra vol zodat ik er zo weinig mogelijk heen moest. Omdat je aan mij niet kunt zien dat mijn immuunsysteem tegenwringt, begonnen jullie me ook raar te bekijken. Toen ik mijn handgel bovenhaalde zodra ik de bakker buitenstapte, bijvoorbeeld, en toen ik mensen tijdens een signeersessie vroeg om wat meer afstand te houden. Wat een hypochonder, zag je hen denken. Nooit in mijn leven heb ik me een grotere seut gevoeld.

Gaandeweg begon ik al die lacherige reacties over het pandemietje wel behoorlijk persoonlijk te nemen. Net als het geweeklaag over afgelaste concerten, gesloten kleerwinkels, het bezoekverbod in rusthuizen en het huisarrest van de scholieren. En altijd weer waren er de virologen en politici op tv die de Belgen erop wezen dat ze al die offers moesten brengen voor de zwaksten onder ons. Even overwoog ik een spandoek voor het raam te hangen: ‘Duizendmaal excuses omdat jullie voor mij in jullie kot moeten blijven!’ Ik heb het uiteindelijk maar niet gedaan. Stel je voor dat jullie in een opwelling van medeleven zwaaimomenten voor mijn raam zouden beginnen organiseren of met z’n allen ansichtkaarten in mijn bus zouden proppen. Je mag er niet aan denken.

Die hele semilockdown was uiteindelijk één grote opluchting. Nu elk evenementje is verboden, restaurants gesloten blijven en het gros van de mensen thuis moet werken, hoor ik er weer helemaal bij. Nu duidelijk is geworden dat niet alleen oude en verzwakte mensen hier heel erg ziek van kunnen worden, moeten jullie al die offers niet langer voor mij brengen maar voor ons allemaal. Vandaag zijn wij – voor even - allemaal samen de kwetsbaarsten onder ons.

Ann Peuteman

Beluister de column van Ann Peuteman:

Lees ook: 

Radio 1 Select